Jaag innovatieve bedrijven niet naar de VS

Als de aanbevelingen van het rapport `Een Noodzakelijk Kwaad' over de Wet op de dierproeven worden uitgevoerd, zal het onderzoeksklimaat in Nederland nog verder achteruitgaan en zullen nog meer wetenschappers naar Amerika uitwijken, waarschuwen Kees Brunia en Jan Hoeijmakers. Minister Hoogervorst kan volgens hen zijn biomedisch topinstituut dan wel vergeten.

Netty van Lookeren Campagne pleit voor meer begrip en samenwerking tussen dierenbeschermers en de farmaceutische industrie.

In Staphorst vragen wat men van vaccinatie vindt. Zo is de evaluatie van de Wet op de dierproeven verlopen. De opdracht daartoe van minister Hoogervorst (Volksgezondheid, Welzijn en Sport – VWS) is in handen gegeven van de Programmacommisie Alternatieven voor Dierproeven, die de leerstoelgroepen `Recht en Bestuur' en `Toegepaste Filosofie' van de Universiteit Wageningen ermee belastte.

Het rapport `Een Noodzakelijk Kwaad' is door Hoogervorst per omgaande naar de Kamer gestuurd. De evaluatie zal donderdag worden toegelicht tijdens een minisymposium in Utrecht, waarvoor een kleine groep belanghebbenden is uitgenodigd. Aan de tekst van het rapport kan echter niets meer worden veranderd, want die ligt al bij de volksvertegenwoordigers. Het is te hopen dat die hun ogen open houden en een betere voorlichting eisen over de gang van zaken om te voorkomen dat het onderzoeksklimaat in Nederland nog verder achteruitgaat.

Om een nieuw geneesmiddel op de markt te brengen is tien jaar onderzoek nodig. Een belangrijk deel van die tijd wordt besteed aan het werk met proefdieren. In 95 procent van de gevallen gaat het om muizen en ratten. Dat is noodzakelijk om de werkzaamheid van nieuwe middelen te toetsen en hun veiligheid vast te stellen. Daarna begint het testen op gezonde personen of patiënten, wat uiteindelijk kan leiden tot de officiële registratie van het middel. Het voorkomen van epileptische of astma-aanvallen, het bestrijden van de ziekte van Parkinson, vaccinaties tegen infectieziekten, het ontwikkelen van vaccins tegen aids of malaria en van geneesmiddelen tegen bepaalde vormen van kanker – geen van deze activiteiten zijn mogelijk zonder dat eerst de noodzakelijke dierproeven zijn uitgevoerd.

Natuurlijk moeten de dieren met grote zorgvuldigheid behandeld worden en mag er geen nodeloos lijden worden veroorzaakt. Dat wordt sinds 1977 gegarandeerd door de Wet op de dierproeven. Deze wet moest na 25 jaar geëvalueerd worden en dat is nu met het rapport `Een Noodzakelijk Kwaad' gebeurd.

Sinds de aanpassing van die wet in 1996 worden alle proeven per instituut tevoren uitvoerig ethisch getoetst door een Dier Experimenten Commissie (DEC). Hierin zitten interne en externe deskundigen, die kritisch alle projectvoorstellen bestuderen en van commentaar voorzien. Voorstellen worden resoluut teruggestuurd naar de onderzoeker, wanneer de commissie een betere argumentatie of veranderingen in de proefopzet nodig acht.

Serieuze onderzoekers zijn veel tijd kwijt aan het schrijven van projectvoorstellen, serieuze DEC-leden met het beoordelen ervan. Beide partijen streven een zo goed mogelijke zorg voor de proefdieren na. Het nu uitgebrachte evaluatierapport dreigt deze ernstig te verstoren.

Het rapport opent met de constatering dat de wet zeker heeft bijgedragen aan de bescherming van proefdieren in Nederland. Dit lijkt ons terecht: in geen enkel ander land heeft elke laboratoriummuis een welzijnsdagboek.

De gevolgen van de aanbevelingen in het rapport zijn echter ernstig.

Juridisering van het onderzoek en wetenschappelijke achterstand ten opzichte van het buitenland. In het verleden heeft de vereniging Proefdiervrij via de rechter geprobeerd inzage te krijgen in projectvoorstellen, uitgaande van het idee dat de DEC een bestuursorgaan is en dat via de Wet op de openbaarheid van bestuur alle DEC-stukken openbaar kunnen worden. Dat bleek een misvatting, want de rechter heeft vastgesteld dat de DEC geen bestuursorgaan is. Alle DEC's leveren echter hun jaarverslagen in bij het ministerie van VWS. Dus konden de stukken ook bij het departement worden opgevraagd, met hetzelfde beroep op de openbaarheid van bestuur. Het gevolg is dat alle jaarverslagen nu geanonimiseerd moeten worden. Namen van onderzoekers zijn niet bekend.

Het rapport wil nu ,,transparantie van besluitvorming''. Dat is verhullende taal voor dat ene doel: inzage in de stukken. Het gevolg zal zijn dat in iedere onderzoeksbegroting dan een vaste post `advocaatkosten' moet worden opgenomen. Dat betekent minder tijd en geld voor het onderzoek zelf en daardoor een dreigende achterstand op het buitenland.

Bedreiging van individuele onderzoekers. Zodra onderzoekers met naam en toenaam bekend zijn door de gewenste openbaarmaking van alle gegevens, kunnen ze een makkelijke prooi worden voor activisten, die in Nederland straffeloos huizen kunnen bekladden, banden lek steken en sloten van huizen en auto's met stopverf of lijm dicht smeren. Er zijn in ons land wetenschappers die met hun gezin jaren aan dit soort fysieke en emotionele bedreigingen zijn blootgesteld.

Na forse incidenten hebben verschillende bedrijven in Nederland de afgelopen jaren hun vergunning om met proefdieren te werken ingeleverd en hun researchactiviteiten verplaatst naar het buitenland. De staat hoort zijn burgers te beschermen maar slaagt daar onvoldoende in.

Bedreiging van het investeringsklimaat voor de farmaceutische industrie die zijn onderzoek niet voortijdig op straat wil hebben. Het kabinet wil voorkomen dat wetenschappers die onderzoek doen naar de ontwikkeling van geneesmiddelen massaal wegtrekken naar de Verenigde Staten. Op werkbezoek in Amerika ontdekte Hoogervorst ,,dat het daar stikte van de Europeanen''. Topman Wijers van Akzo-Nobel (Organon) had hem al eerder gewaarschuwd voor de enorme zuigkracht van de VS op biomedische onderzoekers. (NRC Handelsblad, 18 augustus). Daarom wil de minister een topinstituut oprichten, waarin universiteiten en industrie eendrachtig gaan samenwerken.

Dat instituut kan hij wel vergeten als hij `Een Noodzakelijk Kwaad' als leidraad neemt voor zijn beleid. Bij zijn volgend bezoek aan de VS komt hij ongetwijfeld de rest van de Nederlandse onderzoekers tegen: Het rapport heeft een ingebouwde garantie voor braindrain.

Kees Brunia is emeritus hoogleraar fysiologische psychologie aan de Universiteit van Tilburg; Jan Hoeijmakers is hoogleraar moleculaire genetica aan het Erasmus Medisch Centrum.