Geen olie op de golven

De prijs van bezine aan de pomp is weer wat aan het dalen, maar het blijft een schok om rond 1,50 euro voor een liter te moeten betalen. Moet de overheid alsnog ingrijpen met een verlaging van de belasting op brandstof, zoals nu al enige maanden wordt bepleit? De Europese ministers van Financiën kwamen dit weekeinde met een afgezwakt `nee'. Sommige lidstaten, zoals Polen en België, hebben al een tegemoetkoming aan hun burgers beloofd, maar in principe keerden de bewindslieden zich in EU-verband tegen het verlagen van de lasten op brandstoffen.

De orkaan Katrina, die huishield in het zuiden van de Verenigde Staten, heeft de discussie over de brandstofbelasting aangewakkerd, maar ook vertroebeld. De gevolgen van Katrina joegen de toch al sterk opgelopen prijs van ruwe olie boven de 70 dollar per vat. De orkaan zorgde daarmee voor een `aanbodschok': de productie van olie in de Golf van Mexico liep schade op, evenals de raffinage en distributie van gas en olieproducten. Deze schok is incidenteel, en als zodanig te vergelijken met de gevolgen van aanslagen of politieke onrust in olieproducerende landen. Het gaat niet aan dergelijke voorvallen aan te grijpen voor een discussie over de hoogte van de accijnzen. De reden waarom de olieprijs vóór Katrina al tot boven de 60 dollar was opgelopen is namelijk structureel. De opkomst van nieuwe, snelgroeiende leden van de wereldeconomie als China en India heeft geleid tot een `vraagschok': de verhouding tussen vraag en aanbod van olie is wereldwijd dramatisch veranderd nu ook andere landen een groter beroep doen op de energievoorraden.

Hoewel de olieprijs voortdurend fluctueert, en er best nog een periode kan aanbreken waarin deze weer terugzakt, wijst de vraagschok wereldwijd hardhandig op de eindigheid van de olievoorraden. De situatie wordt simpelweg onhoudbaar als een paar miljard andere wereldburgers onze energieconsumptie zouden evenaren. Met olie moet de eerstvolgende decennia dus veel en veel zuiniger en voorzichtiger worden omgegaan dan tot nu toe het geval was.

Het prijseffect dat van deze vraagschok uitgaat is misschien pijnlijk, het is ook gezond. Dat geldt niet alleen voor de westerse industrielanden, waar de verleiding groot is om de accijnzen en andere heffingen op brandstoffen toch te verlagen. Het geldt ook voor tal van ontwikkelingslanden en opkomende industrielanden. Daar worden brandstoffen van oudsher zwaar gesubsidieerd, hetgeen het energiebewustzijn tegenwerkt. Deze subsidies worden door de steeds hogere prijzen op de wereldmarkt onbetaalbaar en zullen moeten worden verminderd.

Het handhaven van accijnzen of het terugschroeven van subsidies betekent niet dat er geen algemene koopkrachtcompensatie kan of mag worden gegeven, ook in Nederland. Voorzover de schatkist dat toelaat uiteraard. Het belangijkste is dat het signaal wordt gehandhaafd dat energie uit olie schaarser wordt en dat er naar duurzame alternatieven moet worden gezocht. Als de wereldwijde oliemarkt zelf via de prijsvorming dat signaal geeft, dan moet dat niet worden gedempt. Er moet juist goed naar worden geluisterd.