Een exemplarisch Hartmann-concert

Ruim een jaar geleden droeg dirigent Ingo Metzmacher met het Rotterdams Philharmonisch Orkest nog een uitvoering van Hartmanns Symphonie no. 1 `Versuch eines Requiems', op aan het Radio Filharmonisch Orkest, dat toen ernstig bedreigd werd door bezuinigingen. Deze mooie, maar weinig hoopvolle geste heeft een flinke inkrimping van het Muziekcentrum van de Omroep niet kunnen verhinderen. Des te betekenisvoller was het dat Metzmacher zelf zaterdag een RFO op volle oorlogssterkte met een uitgebreide batterij blazers en slagwerk voor zijn neus kreeg om een Hartmann-concert bij uitstek te dirigeren.

Het programma was ongeveer zoals Karl Amadeus Hartmann (1905-1964) het op zijn legendarische Musica Viva-concertreeks in München zelf had kunnen samenstellen, met werken van een vroege, lyrische Webern, van Bartók en van Mahler componisten die ook een stempel op zijn eigen muziek drukten, zoals uiteindelijk te horen was in de Zesde symfonie die Hartmann in 1953 afrondde.

Metzmacher gaf alle werken een donker-symfonische kleur, vol onderhuidse wrijvingen en vanuit het allerdiepst opgebouwde erupties. Aan het Debussyaanse aanzwellen en verwelken van Bartóks Vier stukken voor orkest op. 12, gaf dat een ongekend dramatische lading. Alleen het tweede deel kwam dat onderhuidse niet ten goede het ontbrak hier voor een Scherzo aan venijn en felheid.

Tot volle uitbarsting kwam het geweld in Hartmanns Zesde symfonie. Metzmacher is als zelfbenoemd Hartmann-ambassadeur vergroeid met het werk van deze weinig optimistische symfonicus. De meer dan voorbeeldige uitvoering was dan weer woest en vitaal, dan weer ijl en dubbelzinnig.

Metzmacher toonde Hartmann behalve als symfonicus ook als polyfonist. In het eerste deel, Adagio, resulteerde dat in een donkere, veelstemmige zangerigheid. Het tweede deel Toccata variata steunt op twee fuga's en vele imitatorische passages, die Metzmacher met een broeierige intensiteit liet spelen.

In Mahlers Rückert-Lieder maakte de Engelse mezzosopraan Alice Coote grote indruk. Oprecht verlangen klonk door in Ich atmet' einen linden Duft, terwijl Ich bin der Welt abhanden gekommen – dat Coote zachter dan pianissimo begon – zo onaards klonk als het zou moeten.

Concert: Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Ingo Metzmacher, m.m.v. Alice Coote, mezzosopraan. Werken van Bartók, Mahler, Webern en Hartmann. Gehoord: 10/9 Concertgebouw, Amsterdam. Radio 4: 13/9 20.00 uur Avro. TV-opname Tros.

    • Jochem Valkenburg