Druiven telen in noorden Europa

De huidige klimaatsverandering zal binnen enkele decennia tot grote verschuivingen in de landbouwproductie van Zuid- naar Noord-Europa leiden. Zo zal in Zweden maïs kunnen worden geteeld. Ook de teelt van wijndruiven, zonnebloemen en soja zal zich meer naar het noorden verplaatsen. In landen als Spanje en Frankrijk dreigen hele regio's door hitte en watergebrek hun aantrekkelijkheid als landbouwareaal te verliezen. Elders in Europa dreigen frequente overstromingen.

Dit alarmerende beeld kregen de Europese ministers van Landbouw en Milieu afgelopen weekeinde voorgeschoteld door internationale experts tijdens een informele bijeenkomst in Londen. Europees landbouwcommissaris Mariann Fischer Boel had het over een `griezelig' perspectief.

Het Britse EU-voorzitterschap had een primeur met een gezamenlijke bijeenkomst van EU-ministers van Landbouw en Milieu over klimaatsverandering. De Britse minister Margaret Beckett (Milieu) noemde klimaatsverandering de `ernstigste uitdaging' waar de landbouwsector nu voor staat. Zij ontweek de vraag of de door haar regering bepleite kortingen op het EU-landbouwbudget (ruim 40 miljard euro per jaar) nog wel gewenst is, nu de gevolgen van klimaatswijziging duidelijker worden. In juni mislukte de EU-top van regeringschefs over de Europese meerjarenbegroting (2007-2013) door de eis van premier Blair op landbouwuitgaven te bezuinigen in ruil voor concessies over de korting (rebate) op de Britse bijdrage aan het EU-budget.

Diverse ministers maakten in Londen duidelijk dat wegens de grote uitdagingen op het gebied van klimaat en milieu niet op Europese landbouwgelden kan worden bezuinigd. Beckett leek hiervoor met haar initiatief voor de conferentie over klimaatswijziging zelf ongewild de argumenten aan te reiken. Haar `groene' Duitse collega Renate Künast onderstreepte in Londen dat het debat niet meer zozeer moet gaan over de hoogte van de uitgaven, maar veeleer over de wijze van besteding. ,,Want de landbouwsector is deel van de oplossing van het klimaatprobleem'', zei Künast. Eerder gaf ook de Nederlandse minister Cees Veerman, in Londen vertegenwoordigd door een topambtenaar, aan dat het landbouwbudget niet omlaag kan.

De landbouw draagt zelf bij aan klimaatsverandering. Zo stoten Europese boeren 10 procent van de broeikasgassen in de EU uit, ook al is de uitstoot de laatste jaren sterk beperkt. Het gaat onder meer om methaangas door de veehouderijsector.

[Vervolg LANDBOUW: pagina 11]

LANDBOUW

Beleid EU `meer dan ooit' nodig

[Vervolg van pagina 1]

Maar met productie van schonere biobrandstoffen als vervanging van dure olie kan de landbouw het broeikaseffect ook tegengaan. En met de productie van natuurlijke grondstoffen (zoals vezels) kan de landbouw materialen leveren die nu nog uit olie worden gemaakt. ,,Het is daarom niet waar dat meer landbouw voor Europa minder toekomst betekent'', aldus Künast. Haar opmerking was een steek onder water naar het Britse voorzitterschap. Want op de EU-top in juni had de Britse premier Blair nog gezegd dat de EU haar geld beter kon besteden aan toekomstgerichte sectoren dan aan landbouw.

Volgens minister Künast moet het Europese landbouwbudget meer worden ingezet voor `ecologisering' van de landbouw. Zij wees op onderzoeken in Duitsland die uitwijzen dat ecologische landbouw niet alleen het milieu minder belast, maar ook een dubbel zo hoge wateropnamecapaciteit heeft. Dit laatste helpt om overstromingen te verminderen.

Experts wezen er in Londen ook op dat Europa moet blijven bijdragen aan voedselproductie voor de rest van de wereld, omdat de productiecapaciteit in Afrika en Latijns-Amerika door droogte zal afnemen.

Een ander belangrijk punt is dat dreigende leegloop van het platteland in zuidelijk Europa als gevolg van hitte en droogte moet worden tegengegaan. Een van de experts gaf aan dat `verwildering' van gebieden in landen als Portugal en Spanje het gevaar van grote branden heeft vergroot. De branden van deze zomer hadden dat volgens hem aangetoond. De Spaanse bewindslieden voor Landbouw en Milieu onderstreepten in Londen dan ook dat het Europese landbouwbeleid ,,meer dan ooit'' nodig is om het platteland leefbaar te houden. Boeren moeten financieel worden beloond voor het onderhoud van uitgestrekte gebieden.

Landbouwcommissaris Fischer Boel gaf aan dat de in 2003 overeengekomen hervorming van het gemeenschappelijke landbouwbeleid al instrumenten biedt om op de nieuwe uitdaging in te spelen. Zo gelden voor de inkomenssteun aan boeren voorwaarden op gebied van milieu. Door de loskoppeling van deze steun van de productie hebben de boeren volgens Fischer Boel nu ook ,,uitstekende mogelijkheden'' om biobrandstoffen te produceren. Zij komt begin 2006 met een beleidsplan voor biobrandstoffen. Van Geel zei dat hij biobrandstoffen accijnsvrij wil laten. Hij denkt voor Nederland, dat achterloopt bij de rest van de EU, vooral aan de teelt van koolzaad.

Fischer Boel wees er ook op dat een groter deel van de landbouwgelden al naar plattelandsontwikkeling gaat, wat door de gevolgen van de klimaatsverandering ook gewenst is. Dit aandeel kan nog toenemen, als de lidstaten hiertoe bij de voor 2008/2009 afgesproken evaluatie willen besluiten.

In kringen van de Europese Commissie en lidstaten werd enigszins de spot gedreven met de eerdere uitspraken van de Britse premier Blair over bezuinigingen op het EU-landbouwbudget. Zo werd erop gewezen dat van Britse zijde geen enkel concreet idee op tafel is gelegd over verdere hervorming van het gemeenschappelijke landbouwbeleid. Een hoge Commissie-functionaris sprak van ,,politieke retoriek'' van Blair om zijn onderhandelingspositie over het Britse rebate te versterken.

    • Hans Buddingh'