De wurggreep van terreur en beeld

Op een filmmiddag in theater 't Hoogt werd de relatie tussen terreur en beeld onderzocht. Met tientallen aanslagen op film, een lezing en discussie.

Het leek wel een film. Weinig mensen zullen het nog durven toegeven, maar dat was precies hun reactie toen vier jaar geleden twee vliegtuigen zich voor het oog van de amateurcamera de Twin Towers inboorden. De beelden waren zo ongelooflijk dat ze alleen maar vergeleken konden worden met een film. Alsof dat de beelden iets begrijpelijker zou maken, of minder waar.

In filmtheater 't Hoogt in Utrecht vlogen die vliegtuigen gisteren nog eens de Twin Towers in, en explodeerden ook vele andere gebouwen op een filmmiddag die onder de noemer `Van RAF tot Hofstad' de relatie tussen (film)beelden en terrorisme onderzocht. De beloofde korte film Die Worte des Vorsitzenden (1967) van de Duitse activistische filmmaker Harun Farocki, waaraan RAF-voorman Holger Meins nog als cameraman had meegewerkt, bleek op mysterieuze wijze in de post verdwenen. Maar de beide langere hoofdfilms, de immer indrukwekkende filmmontage Dial H-I-S-T-O-R-Y (1997) van de Belgische filmkunstenaar Johan Grimonprez en de documentaire Guerrilla: The Taking of Patty Heast (2004, Robert Stone) boden voldoende stof om in discussie te gaan met kunstlector Jeroen Boomgaard. Hij beschreef in een lezing hoe het Europese en Amerikaanse terrorisme van de jaren zestig en zeventig een zaak was van kunstenaars en intellectuelen, die op z'n minst als sympathisant van de RAF/de Rode Brigades/de Symbionese Liberation Army of de Weather Underground goede sier maakten. Niet alleen het tegenwoordige terrorisme is anti-intellectueel, legde Boomgaard uit. Ook de reflectie erop wordt verdacht gemaakt, als die een genuanceerder beeld wil plaatsen naast het door terroristen, overheden en media geschetste beeld van `dé' terrorist.

De kaping of ontvoering is bij uitstek iets wat zich goed op televisie laat bekijken, stelde Boomgaard verder. Dankzij de tv kun je de illusie hebben dat je live ooggetuige bent. Het beeld gaat door. En er is geen `suspense', geen plotgerichte spanning, juist alleen maar `surprise', onberekenbare verrassing. Er kan van alles gebeuren, al gebeurt er de meeste tijd niets.

The Taking of Patty Hearst, vanavond te zien bij de BBC, illustreerde de wurgreep van terreur en beeld het beste. Patty Hearst was als kleindochter van Citizen Kane-krantenmagnaat Willian Randolph Hearst erfgenaam van een fortuin en media-imperium toen zij in 1974 door de Symbionese Liberation Army (SLA) werd ontvoerd. Later zou zij een van de favoriete `actrices' worden van cultfilmer John Waters. Zij werd wereldberoemd toen zij zich, al dan niet als gevolg van het Stockholm Syndroom, later solidair verklaarde met haar kidnappers, met een van hen een relatie begon en deelnam aan bankovervallen. ,,Het was net Bonnie & Clyde'', zucht een ex-SLA-lid in de film. De ontvoering van Patty Hearst betekende in die zin hetzelfde als de Molukse treinkapingen in Nederland: het was de eerste keer dat de televisie `erbij was'. Cameraploegen bivakkeerden voor huize Hearst en zonden elke rimpeling in de gordijnen uit. Meer nog dan Hearst werd het oog van de camera en daarmee van de kijker `gegijzeld'. Dat de kijker zo ging fungeren als liaison tussen de familie van de krantenmagnaat en gijzelnemers maakt de affaire extra cynisch; volgens de SLA was het Hearst-bedrijf verantwoordelijk voor de herverkiezingen van president Nixon. Dat is een overeenkomst tussen het terrorisme van de jaren zestig/zeventig en nu: de media als derde partij. Soms als kidnapper van het nieuws, soms zelf gegijzeld.

Guerilla: The Taking of Patty Hearst wordt vanavond uitgezonden door BBC 2 om 22.00u.