Amperbroekie

Als iemand in een kroeg over globalisering begint, kun je hem beter gelijk geven en maken dat je weg komt. Het is een term als kapitalisme, socialisme, individualisme en nog zo'n paar. Conversatiekillers.

Toch gaat globalisering niet alleen over de textieloorlog tussen China en het Westen, waardoor we deze winter in de mode van de vorige winter zullen rondlopen, het gaat ook niet alleen over de strijd om olie, waar de Amerikanen in naam van vrijheid en democratie blunder na blunder om begaan, en het gaat ook niet alleen over het verdwijnen van banen bij ING en ABN Amro, die dan ineens opduiken in Oost-Europa en Zuid-Azië.

Globalisering gaat over heel eenvoudige, triviale verschijnselen, onopvallende veranderingen.

Het zal bijvoorbeeld geen enkele toerist verbazen dat in de dansclubs in Bombay of Delhi alle jongeren westerse kleding dragen. Het feit dat die dansclubs bestaan zal de toerist misschien verbazen, maar niet de kleding, die er precies zo uitziet als bij ons.

Maar nu moeten we opletten: achter die westerse kleding gaat een verhaal schuil. Sinds kort is het verboden om in Indiase kleding een dansclub te betreden. De salwaar-kamies, een slappe broek met daarover een soort jurk tot over de knie en een sjaal, de kleding die alle meisjes overdag aanhebben als ze naar school, universiteit of kantoor gaan en die elke lichaamsvorm verhult, is not done. De portier laat je gewoon niet binnen. Met een sari, de officiële nationale klederdracht, moet je al helemáál niet aankomen, maar dat deed trouwens niemand; dansen in een sari is als hiphoppen in een lendendoek.

Nee, de portier eist een topje dat net de tepels bedekt en een broek die zo laag op de heup zit dat het ondergoed te zien komt, en niet zomaar ondergoed, maar een string – amperbroekie in het Afrikaans, weten we van een tv-commercial.

De portier, stel ik me voor, laat het meisje dat naar binnen wil even omkeren om te checken of het bandje van de string onder de jeans uitsteekt en zo ja, dan heten wij u hartelijk welkom.

Ik heb niets tegen lage heupbroeken en sexy topjes, begrijp me goed, het gaat mij om het verbod. Indiase kleding mag in de avonduren niet meer. Er is geen wet, geen geschreven regel, geen verordening voor. Het is mijne heren en dames, globalisering.

Ander voorbeeld: u heeft misschien gelezen dat na de laatste moessonregens in Bombay verschillende gebouwen zijn ingestort. De meeste van die flats zouden ook zonder de regens zijn ingestort, omdat de termieten honderd jaar de tijd hadden om hun werk te doen. Maar zie hoe de nieuwe woningen worden gebouwd. Bij de bouw van een flat van vijf of zes verdiepingen denkt u aan graafmachines, hoge hijskranen, reusachtige cementwagens, allerhande elektrisch gereedschap. Niets van dat al in India.

Als er iets gebouwd moet worden strijkt een klein dorp neer op de bouwplaats. En alles gebeurt met menselijke spierkracht. Eerst wordt met oud, gevaarlijk uitziend gebruikt hout een geraamte opgezet. Dat wordt vervolgens `opgevuld' met wat specie en bakstenen, met schepjes en emmertjes en gammele bamboeladders. Niet één machine komt eraan te pas. Niet een stuk gereedschap, zelfs geen waterpas.

Het resultaat is dat het gebouw, als het af is, er stevig en stabiel uitziet, en dat alleen de bouwvakkers weten dat ze binnenkort, na de instorting van een deel van de flat, weer aan de slag kunnen. Tijdens de bouw wonen de bouwvakkers op het bouwterrein, waar ze net als in het dorp koken op kleiovens en in de openlucht hun behoeften doen.

In India raken niet de dorpen verstedelijkt, maar komen de dorpen naar de steden toe. Vandaar de immense groei van die steden. In India woont nu dertig procent van de bevolking in de grootste steden. Dat klinkt niet veel, maar dertig procent van een miljard is veel.

Het leukste voorbeeld: televisie begint zijn intrede te doen op het platteland en dat is goed te merken aan de reclameboodschappen en de aard van de programma's. Er zijn nu ineens veel speciale zenders die de godganse dag priesters aan het woord laten, onderbroken door reclame; niet van wasmiddelen, auto's, heupbroeken of amperbroekies, maar van tarwebloem, bestrijdingsmiddelen en tractoronderdelen. En ook het platteland wordt onderworpen aan de globalisering, juist het platteland. Zo is er een reclame van een schoonheidssalon voor heren (!), waar rijke mannen gepedicuurd en gemanicuurd worden of een gezichtsmasker krijgen met schijfjes komkommer op de oogleden. Dan gaat een mobiele telefoon over. Al die rijke mannen grijpen naar hun toestel, maar het is het mobieltje van de plattelandse jongen die thee rondbrengt. Een stem zegt: waarom niet, als een abonnement maar 200 roepies (nog geen 5 euro) per maand kost.

Globalisering gaat dus over deze kleine veranderingen, maar daarom moeten waarnemers, zoals buitenlandcorrespondenten, juist goed opletten. De verschijnselen op zich hebben geen betekenis, het gaat om de verandering.

Niet om hoe het is, maar om hoe het was en hoe het wordt en de snelheid waarmee. En de waarnemers moeten in een tijd van snelle communicatie ontzettend oppassen met wat ze denken waar te nemen. Zo verkondigde de BBC dat de koeien die los lopen in de straten van Delhi, op last van de gemeente worden ondergebracht in speciale stallen van de overheid. Delhi zonder struinende koeien, een zegen! Een Nederlandse actualiteitenrubriek, ik weet niet meer welke, zond zelfs beelden uit van jongens die onhandig met een lasso de koeien vingen en naar de overheidsstallen brachten.

Helaas, niets van waar. Het klinkt erg geglobaliseerd, geen loslopende koeien in een grote stad, maar die koeien lopen nog altijd los rond en de voorgenomen maatregel is nooit uitgevoerd.

Er zijn namelijk krachten, in dit geval fanatieke koe-vererende hindoes, die de globalisering tegenhouden. Journalisten moeten ook daar aandacht aan schenken: de krachten die globalisering bevorderen, slimme zakenlui, en de krachten die die globalisering tegenhouden, hoge priesters.

Het moeilijkste is misschien om bij zulke verhalen de term globalisering te vermijden. In Nederland wil niemand ervan weten en in de kroeg blijf je eenzaam achter.

ramdas@nrc.nl

    • Anil Ramdas