Alle teringsysteem

In verband met de verjaardag van 9/11 is eind vorige week het alerteringssysteem in werking getreden. Welk systeem? Het alarmeringssysteem? Nee, het alerteringssysteem. U weet wel: ik alerteer, hij alerteert, wij alerteren, en dat dan volgens een bepaald systeem.

Zo'n naam kan alleen in Den Haag worden verzonnen. Iedereen weet of begrijpt wat een alarmeringssysteem is. Net als de betekenis van alarmfase 1, alarmfase 2 enzovoorts. Niemand weet wat een alerteringssysteem is. Ik vermoed dat dit door grote delen van de Nederlandse bevolking wordt gelezen en uitgesproken als alerTERINGsysteem – ook nu het nog niet heeft gefaald.

Al jaren horen we dat de overheid de kloof tussen burger en politiek wil verkleinen. Het moet allemaal transparanter – ook de man in de straat moet het kunnen begrijpen. En dan komt men vervolgens op de proppen met een alerteringssysteem dat volgens een toelichting van het ministerie van Justitie kan worden op- en afgeschaald in drie alerteringsniveaus.

Waarom zou men voor de naam alerteringssysteem hebben gekozen terwijl alerteren een niet-bestaand woord is? Ik vermoed omdat men alarmeringssysteem te paniekerig vond klinken, te alarmerend. En men wil juist voorkomen dat we in paniek raken, we moeten gewoon alerter zijn, een beetje beter opletten, vooral in metro, bus en trein. Ik houd het erop dat alerteringssysteem een Haags eufemisme is, een nazaat van `gaat u maar rustig slapen'.

Kleine voorspelling: deze stupide taalkundige onderschatting van het internationale terrorisme wordt natuurlijk niet gecorrigeerd, men zal erin volharden. Te zijner tijd komt er een dure voorlichtingscampagne om iedereen in Nederland vertrouwd te maken met het alerteringssysteem en de verschillende alerteringsniveaus. Taalkundig gezien is die campagne gedoemd te mislukken, zeker als het politieke streven is om ook de man in de straat te bereiken. We hebben hier de afgelopen weken gezien hoezeer woorden kunnen worden verhaspeld. Zonder twijfel zal de goegemeente het woord alerteringssysteem, met de nodige realiteitszin, terugbuigen tot wat het feitelijk is: een alarmeringssysteem.

Haarspeldbocht Sommige woorden, is mijn ervaring, spreken bij jonge kinderen sterk tot de verbeelding. Dat geldt bijvoorbeeld voor haarspeldbocht. Op een bepaalde leeftijd weet ieder kind wat een haarspeld is, meisjes waarschijnlijk iets eerder dan jongens, maar het verschil zal niet groot zijn. Op een gegeven moment komt daar de haarspeldbocht bij. Dat gebeurt niet in Nederland – bij mijn weten kent ons land geen enkele haarspeldbocht. Ook dát is al bijzonder: we hebben het hier over een Nederlands woord dat bijna alle kinderen in het buitenland leren kennen, in een bergachtig vakantieland. Sommige kinderen gaan meteen bij de eerste kennismaking flink over hun nek, een goede garantie dat ze het woord niet snel zullen vergeten. Maar ook zonder wagenziekte, heb ik gemerkt, maakt het woord veel indruk.

Haarspeldbocht is een beeldend woord, maar vanuit de auto, en zeker vanaf de achterbank, is het toch vaak lastig om te zien wat zo'n bocht nu met een haarspeld te maken heeft. Bij ons in de auto leidt een en ander meestal tot enige opwinding, vooral bij de jongens. ,,Is dit nu een haarspeldbocht?! Is dit nou een échte?!''

Haarspeldbocht is een vakantiewoord, een zomerwoord. Daar zijn er meer van. Boomgrens bijvoorbeeld, of de verbinding boven de bomen rijden. Ik kan me goed herinneren dat mijn ouders mij, ergens in de Spaanse Pyreneeën, probeerden uit leggen wat dat betekende, boven de bomen rijden. Hoezeer ze ook hun best deden, ik snapte er geen snars van. Harry Potter bestond toen nog niet, en volgens mij kon je alleen boven bomen vliegen, en dat ging niet met onze auto.

    • Ewoud Sanders