Wijs geworden in het ijskanaal

Olaf ter Braack (33) stapte drie jaar geleden uit de bobslee en mag zich inmiddels manager noemen van tal van Nederlandse topsporters. Maar met olympisch zwemkampioene Inge de Bruijn is de samenwerking verbroken. ,,Inge weet nog niet wat ze wil.''

Het klonk zo mooi: een van het populaire Idols afgekeken format, waarbij ,,snelle en ambitieuze meiden'' voor het oog van de almachtige tv-camera zouden strijden om een vacature als remmer in de olympische bobslee van pilote Eline Jurg. Het plan sneuvelde, nog voordat het goed en wel was uitgewerkt, en bedenker Olaf ter Braack is ruim twee maanden na dato nóg teleurgesteld. ,,Het was een concept met alleen maar winnaars: de sport, de sponsors, de kijker, de televisie en niet te vergeten Eline, want het was geen grap of een publiciteitsstunt. Met het oog op de Winterspelen van Turijn is zij op zoek naar meer snelheid in de slee.''

Zijn geesteskind strandde op de burelen van NOC*NSF, het machtscentrum van de Nederlandse topsport. Ter Braack, schamper: ,,Daar meende men dat de sport niet gediend was bij zo'n afvalrace op tv, en dus verdween het plan in de prullenbak. Ik begrijp het nog steeds niet. Hoezo zou de sport niet gediend zijn bij zo'n wedstrijd? Sport is entertainment!''

Ter Braack, een selfmade-manager die sporter en bedrijven bijeen brengt, mag graag de grenzen opzoeken. ,,Niet om het een of ander, maar elders was dit idee al lang in praktijk gebracht. Maar goed, dit is Nederland. Hier zitten nog maar al te vaak sport- en verenigingsbestuurders op hun post, die daar louter en alleen voor zichzelf zitten. Niet voor de sport, nee, puur ter meerdere eer en glorie van hun eigen agenda. Vervelend, maar het zij zo. Je kan het beter weten dan ontkennen.''

Sinds ruim anderhalf jaar mag hij, van huis uit informatie-analist, zich zelfstandig sportmanager noemen, die opereert onder de vlag van het door hem opgerichte bureau Top voor Talent. Het eenmansbedrijf werkt samen met een artiestenburo, en behartigt de zakelijke belangen van onder anderen zwemster Marleen Veldhuis, schermster Indra Angad-Gaur en de judobroers Dennis en Elco van der Geest. Ter Braacks meest in het oog springende klant is de polsstokhoogspringer die vorige maand Nederlands eerste wereldtitel in de atletiek won: Rens Blom. Ter Braack: ,,Ik ging door mijn dak toen hij won.''

En dat was op zijn eigen kantoor, niet in Helsinki zelf. ,,Een van mijn stelregels is: loop sporters tijdens een groot toernooi nooit voor de voeten. Ik heb daar ook geen toegevoegde waarde. Vorig jaar bijvoorbeeld ben ik pas na een week naar Athene (Olympische Spelen, red.) gegaan, toen Inge [de Bruijn], Elco en Dennis klaar waren. Dan pas ben ik nodig, eerder niet.''

Niet de erelijst van een sporter, maar zijn of haar uitstraling is volgens Ter Braack doorslaggevend voor het aangaan van een verbintenis. ,,Kan ik iets voor de sporter betekenen? Dat is vraag één. Vervolgens: begrijpen we elkaar, kunnen wij door één deur? Kortom: is er sprake van vertrouwen? Het is een groot misverstand dat je vertrouwen kan opbouwen. Dat is er of dat is er niet. Niet voor niets duren mijn intake-gesprekken over het algemeen niet langer dan een half uur tot drie kwartier. Sporters moeten mij triggeren, ze moeten magie uitstralen, dan ga ik voor ze. Rens is daar een goed voorbeeld van. Dennis en Elco ook; als die twee ergens binnenkomen, dan komt er ook wat binnen.''

Het klinkt allemaal mooi, maar in huize Ter Braack moet de schoorsteen ook roken. Waarom zou hij zijn tijd en energie steken in een sporter die op basis van zijn schamele erelijst niet tot de verbeelding spreekt? ,,Natuurlijk moet ik uiteindelijk ook mijn brood verdienen. Maar een van de grootste valkuilen voor een sportmanager is puur en alleen werken voor het geld. Ik ben geen filantroop, wel een idealist. Ik werk met mensen, niet met dingen.''

Maar die mensen moeten wel bereid zijn zichzelf in de etalage te plaatsen. Zijn credo? ,,Topsporters moeten geregeld hun gezicht laten zien op tv, ze moeten zichzelf verkopen. Het publiek moet een `klik' met ze krijgen, een match, een `gevoel', en die krijg je niet door jezelf te verstoppen. Treed je uit de anonimiteit, dan gaat de sport ook leven. Natuurlijk: sport is en blijft hun core business, maar het een hoeft het ander niet in de weg te zitten. Dennis is een voorbeeld van een sporter die het juist nodig heeft om naast zijn sport andere activiteiten te ontplooien. Vandaar dat plaatjes draaien [als diskjockey], daar is hij helemaal gek van. Het is heel eenzijdig als je alleen maar met je sport bezig bent.''

Pieter van den Hoogenband is het schoolvoorbeeld van een topsporter die uiterst selectief omgaat met uitnodigingen en verzoeken van de media. De amusementsindustrie bedient hij slechts bij hoge uitzondering, want: ,,Ik ben zwemmer, geen artiest; ik moet trainen, niet de lolbroek uithangen op tv.'' Ter Braack kent de bedenkingen van de meervoudig olympisch kampioen. ,,Maar wat mij betreft doet Pieter zijn sponsors een beetje te kort.''

Zelf kan hij terugkijken op een slechts gedeeltelijk geslaagde carrière in de topsport. Ter Braack was een fanatiek rugbyer (,,A sport for animals, played by gentlemen''), die technische bedrijfskunde studeerde in Groningen en via het studentenwereldje in aanraking kwam met de bobsleesport. ,,Ik speelde op de wing, was groot en sterk, en ze hadden iemand nodig die de slee kon duwen. Van bobsleeën had ik geen flauw benul. Ja, ik had Cool Runnings (filmklassieker over het bobteam van Jamaica, red.) een keer gezien, meer niet.'' In Winterberg, de thuisbasis van de Nederlandse sleeërs in Sauerland, maakte hij tien jaar geleden zijn eerste afdaling. ,,Een enorme thrill, ik was meteen verkocht: een waanzinnige snelheid, en niet van gevaar ontbloot. Ook dat sprak me aan.''

Na jaren in de kantlijnen van de topsport te hebben geopereerd, ging ruim drie jaar geleden zijn droom in vervulling: Flachland-Tiroler Ter Braack mocht, als lid van het Team Glas, deelnemen aan de Olympische Winterspelen in Salt Lake City. Maar een afdaling achter de brede rug van stuurman-piloot Arend Glas maakte hij niet in het ijskanaal van Utah. ,,Een bittere teleurstelling, ik kan niet anders zeggen. De hele voorbereiding was ik vaste keus, maar op het moment suprême werd ik gepasseerd. Dat was wel even slikken, ja.''

Glas en zijn bemanning waren in Salt Lake City amper de streep gepasseerd of Ter Braack, met wisselend succes al eerder zelfstandig actief als piloot in de tweemansbob, kondigde de vorming aan van een eigen professioneel team in de tweezits. ,,`Een dolksteek', ja, dat heb ik ook gehoord en gelezen. Nou, de werkelijkheid ligt een stuk genuanceerder, kan ik je verzekeren. Arend was al geruime tijd op de hoogte van mijn plannen, maar tegenover de pers in Salt Lake deed hij plotseling alsof-ie van niets wist. Terwijl ik niet voor niets die hele winter bezig was geweest de slee van [olympisch kampioen] Christoph Langen te kopen.''

Het `verraad' was voor Glas aanleiding zijn gehoor fijntjes te herinneren aan Ter Braacks vermeende bijnaam: Mister Ten Percent. ,,Tien procent van wat hij zegt, is waar.'' Ook Arnold van Calker deed de plannen van zijn collega-remmer af als gebakken lucht: ,,Ter Braack? Dat is de Fabeltjeskrant.'' Geconfronteerd met die kwalificaties haalt Ter Braack demonstratief de schouders op. Met een minzame glimlach: ,,Ach, etiketjes, wat moet ik daarmee? Het Nederlandse bobsleewereldje is klein, de afgunst groot. Ik kreeg dingen voor elkaar, zij niet. In mijn grenzeloze enthousiasme heb ik in het verleden inderdaad wel eens voor mijn beurt gesproken, maar dat was toen. Inmiddels zijn we allemaal een stuk verder. Tegenwoordig denk ik wel drie keer na voordat ik toezeggingen doe. Zeker in dit vak ben je kansloos op het moment dat je topsporters gouden bergen gaat beloven, op het moment dat het werk nog verzet moet worden.''

Bobsleeën scherpte zijn doorzettingsvermogen, en leerde hem vooral voor zichzelf op te komen. ,,Sleeën is een dure sport. Alleen het vervoer van een bob naar de andere kant van de wereld kost je al gauw zo'n tweeduizend euro. Ik hield niet thuis mijn hand op, ik ging zelf de boer op, zelf op zoek naar geldschieters. Een bobsleeër in Nederland moet vrijwel alles zelf doen; zijn materiaal op orde krijgen, fondsen werven, zijn netwerk uitbouwen én onderhouden, noem maar op. Kortom, een beetje brutaal zijn, bellen en dan uitleggen wat bobsleeën is. Dat ging me redelijk goed af. Want ook al is sleeën in Nederland een kleine sport, ik had een aardig professioneel team staan. Ik had er ook lol in om dat voor elkaar te boksen, bijna tegen de verdrukking in.''

Het kleine en bedompte wereldje der bobsleeërs is hij inmiddels ontvlucht, want het aangekondigde profteam kwam nooit van de grond. Had Glas dan toch gelijk met zijn vileine slotoordeel? Ter Braack schudt het hoofd. ,,Uiteindelijk vond de sponsor het afbreukrisico te groot: een slee, twee bemanningsleden. Als één van ons wat zou overkomen, zou de investering in één keer in het water zijn gevallen. Een maand voordat we van start gingen, haakte de sponsor af. Toen vond ik het mooi geweest, het was na zeven jaar tijd voor wat anders.''

Met zijn verreweg beroemdste klant, meervoudig olympisch zwemkampioene Inge de Bruijn, is de samenwerking inmiddels verbroken. Ter Braack, grijnzend: ,,Laten we het er maar op houden dat het `in goed overleg' is gebeurd. Ik was alweer haar vierde manager, maar van die vier wel degene die het langst met haar heeft samengewerkt.'' En dan, op serieuze toon: ,,We hebben het eerste jaar leuk samengewerkt. Maar langzaam maar zeker verdween de chemie. Management werkt alleen als er over en weer sprake is van onvoorwaardelijk vertrouwen. Dat werd gaandeweg minder, vond Inge zelf ook.

,,Het probleem is: Inge weet nog niet wat ze wil, ze neemt geen beslissing. Dan wordt het, ondanks haar `grote' naam, steeds lastiger om een carrièrepad voor haar uit te stippelen. Mijn toegevoegde waarde is dan ook nihi. En ja, dan kan ik mijn tijd wel beter besteden. Als Inge zou zeggen: ik ga dit doen, dan kunnen we daar de focus op leggen. Ze houdt de deur nog altijd op een kiertje met betrekking tot het zwemmen, maar ik heb er een hard hoofd in. Ik heb haar in al die maanden nooit tot een keuze gedwongen. Dat wil ik ook niet. Het is háár carrière, niet de mijne. Wel heb ik gezegd: denk goed na wat je wilt, probeer er voor jezelf uit te komen. Want als je het een jaar in de lucht laat hangen, dan kun je in een jaar ook weinig doen. Je teert nog wel op je naam en je medailles, maar wat wil je over tien jaar? Wat vind je leuk? Waar liggen je interesses? We zijn begonnen met de regionale tv-zender in Rotterdam, waar ze als presentatrice is begonnen. Maar ook daar heeft ze nog geen knoop doorgehakt.''

    • Mark Hoogstad