`Wie iets veranderen wil, moet niet met de vinger wijzen'

En zo zijn we na Salman Rushdie aangekomen bij alweer de tweede aflevering van Schrijvers Die Hun Mond Niet Kunnen Houden. Aan de beurt deze week is Orhan Pamuk, de Turkse schrijver – maar maakt u zich geen zorgen, de islam heeft er dit keer niets mee te maken.

Het begon allemaal in Zwitserland, het meest bedaagde aller bedaagde landen. Daar zei Pamuk afgelopen februari in een interview met de krant Der Tagesanzeiger: ,,Dertigduizend Koerden en één miljoen Armeniërs zijn vermoord in Turkije. Bijna niemand durft erover te praten behalve ik, en de nationalisten haten me erom.''

Zoiets ligt gevoelig in Turkije. Hoe gevoelig bleek twee weken later toen diverse advocaten uit de provinciestad Kayseri aanklachten tegen hem indienden, wegens `het bespotten van de Turkse nationale identiteit' en `aanzetten tot haat' (artikel 159 and 312 van het Turkse strafrecht, respectievelijk). Dat zijn misdrijven waarop serieuze gevangenisstraf staat, straf die bovendien kan worden verzwaard wanneer het misdrijf is begaan in het buitenland, en verdubbeld wanneer daarbij gebruik werd gemaakt van `de media'. De advocaten stonden niet alleen in hun mening. De schrijver werd algemeen uitgemaakt voor leugenaar, verrader, pro-minderheden racist en erger, ook in de serieuze pers. En hij aasde op de Nobelprijs, anders zou hij dergelijke dingen immers niet zeggen.

Zulke zaken nemen al snel komische vormen aan in buitenlandse ogen. Net als aanvankelijk bij de zaak-Rushdie volgden er absurdistische, Kafkaëske incidenten waaruit de achterlijkheid – in onze ogen – van 's schrijvers belagers bleek. Zo gaf een Turkse provinciebestuurder opdracht om alle exemplaren van Pamuks boeken uit de staatsbibliotheken te laten verwijderen en vernietigen. Maar bij nadere inspectie bleek dat er in de hele provincie niet één boek van Turkije's beroemdste auteur was te vinden.

Desondanks leek het niet waarschijnlijk dat een proces ook daadwerkelijk zou worden doorgezet; dat zou ook politiek niet opportuun zijn. Toch is dat nu precies wat er gebeurt. Vorige week werd bekend dat Pamuk officieel is aangeklaagd, dit keer op grond van artikel 301/1, `openbare belastering van de Turkse identiteit', dit keer door het OM in Istanbul. De schrijver moet voorkomen op 16 december. `Openbare belastering van de Turkse identiteit' is een misdrijf volgens het pas herziene Turkse wetboek van strafrecht, en kan de schrijver op drie jaar gevangenisstraf komen te staan.

Een beetje dom, zou je denken als buitenstaander, zeker nu de besprekingen over de toetreding van Turkije tot de EU op stapel staan. Maar misschien missen we iets.

In mei sprak ik voor deze krant met de Turkse kunstenaar Kutlug Ataman over zijn werk. Hij verraste me daarbij door een lange tirade tegen Pamuk af te steken. Nu kan Ataman bepaald niet worden beschuldigd van een kritiekloze houding tegenover de Turkse overheid. In 1980, na de militaire coup, werd hij gearresteerd, 38 dagen lang vastgehouden en gemarteld. Over deze periode heeft hij wel eens gezegd: ,,De generaals zijn tot op de dag van vandaag niet vervolgd, en dit gebrek aan basale rechtvaardigheid in de Turkse samenleving is een voortkankerend probleem dat op ons geweten drukt, inclusief het mijne.'' In zijn laatste kunstwerk, een installatie met 40 video's, komen hoofdzakelijk Koerden aan het woord over hun leven in een sloppenwijk in Istanbul – een gegeven waar de Turkse regering weinig enthousiast over was. Want zoals Pamuk de meest prominente Turkse schrijver is, zo is Ataman Turkije's beroemdste hedendaagse kunstenaar, en een dergelijk kunstwerk wordt niet beschouwd als goede pr voor het land.

Reden te meer om Atamans opmerkingen over Pamuk eens nader te beschouwen. ,,Los van het feit of Pamuk gelijk heeft of niet: als je dingen wilt veranderen in welke samenleving dan ook, moet je niet met de vinger gaan wijzen'', aldus Ataman. ,,Wat Pamuk nu doet, en wat hij in het verleden al vaak heeft gedaan is, in plaats van het probleem op te lossen door het Turkse publiek van zijn kant van de zaak te overtuigen, naar een Europese krant lopen en te zeggen: de Turken doen dit of dat. In plaats van de mensen te verenigen zet hij ze voor schut, waardoor ze niet eens meer normaal kunnen reageren. Hij versterkt een verdedigingsmechanisme waardoor hij het probleem alleen maar onoplosbaarder maakt.

,,Ik verafschuw een dergelijke, op sensatie gebaseerde, egoïstische wijze van politiek bedrijven. Pamuk speelt met westerse vooroordelen, uit eigenbelang. Ik denk niet dat je dingen oplost door verdeling te zaaien, door te zeggen: jullie zijn slecht. Ik denk dat je dingen oplost door educatie, door de ander zich deel te laten voelen van alles en betrokken bij het oplossen van het probleem. Niet door jezelf buiten de gemeenschap te plaatsen.

,,Orhan Pamuk heeft totaal niet gehandeld als een verantwoordelijk intellectueel. Ik denk dat hij een hoop schade heeft aangericht de laatste tijd. Het is makkelijk voor de buitenlandse media om op zijn hand te zijn en te zeggen, is hij niet moedig. Alsof hij de eerste is in Turkije die dit soort dingen zegt! Er zijn heel veel journalisten en intellectuelen die hierover geschreven hebben. Maar Pamuk is, overigens welverdiend, een van de weinige schrijvers die in het buitenland bekend zijn. Er zijn niet zo veel Turkse internationale intellectuelen die die naam verdienen. Dat maakt zijn verantwoordelijkheid des te groter. Ik zeg niet dat je de geschiedenis moet ontkennen'', besloot Ataman, ,,maar voer die discussie mét de gemeenschap, in je eigen land.''

Wat mij onbegrijpelijk toescheen, werd zo ineens inzichtelijk gemaakt. Wat Pamuk doet, waarschijnlijk met de beste bedoelingen, werkt compleet averechts. Wellicht denkt de schrijver dat zijn uitspraken nodig zijn om de zaak in Turkije open te breken – met juist funeste gevolgen voor de genocide-discussie.

Maar, en dit is een grote maar, dit staat verder los van de principiële vraag of Pamuk het recht heeft om dergelijke uitspraken te doen (nog afgezien van het feit dat hij die deed in een land waar het recht op vrije meningsuiting in de wet is vastgelegd). Ook in Nederland wordt politici zoals Hirsi Ali verweten dat hun uitspraken contraproductief zijn. Vaak gaat dat gepaard met de oproep deze politici het zwijgen op te leggen. Maar dat iets averechts werkt, is bij mijn weten nog altijd niet strafbaar – anders konden we de hele Nederlandse regering nu wel opbergen. En totdat dat zover is, is het recht om zelfs domme, contraproductieve, sensationele en ijdele uitspraken te doen iets om te koesteren.

    • Corine Vloet