Vindt ze het wel prettig?

`Wij zijn dit jaar niet op vakantie geweest. Ja, een weekje. Maar niet écht op vakantie. Dat kon ook niet. Donna, een van onze drie honden, is door de chemokuur heel kwetsbaar. Een lange reis en kamperen in een warm land, dat is niets. Bovendien moet ze om de paar weken naar Gouda, naar een dierenkliniek die gespecialiseerd is in kanker. En als het niet goed met haar gaat, moet ze direct naar de dierenarts en dan willen we naar onze eigen arts, want die weet wat er aan de hand is. Maar we zijn ook niet op vakantie gegaan omdat we daar simpelweg geen geld meer voor hadden. Die chemokuur is duur. De totale behandeling gaat een paar duizend euro kosten.

Mensen die dit lezen, denken misschien dat ik gek ben. Excentriek. Dat ik meer van honden houd dan van mensen. Honden leuker vind dan mensen. Maar dat is niet zo. Absoluut niet. Al raakt dierenleed mij meer dan mensenleed. Maar ik ben geen softie. En voel ik ook wel enige gêne om te vertellen dat ik mijn hond een chemokuur geef. Maar het is mijn keus en mijn geld en ík bepaal wat ik daar mee doe. Mijn man en ik hebben ervoor gekozen om onze honden een goed leven te geven en daar gaan we ook helemaal voor. Als ik daarvoor iets moet opgeven, dan doe ik dat zonder problemen. Mijn dieren zijn heel erg belangrijk voor mij.

Donna is een Spaanse greyhound. We kregen haar toen ze een jaar of drie, vier was. We hadden Tobias toen al. Hij kwam uit een asiel in Frankrijk en was een dominante reu die nauwelijks luisterde. Omdat hij een meutehond was, moest er een hondje bij. Maar dan wel een teefje en zacht van karakter. Ik wilde daarom een whippet; een windhond. Die hadden wij thuis vroeger ook en die honden ken ik als heel zachtaardig, lief en intelligent. We zijn alle asiels in Nederland afgegaan, maar niemand had een whippet. Ik wilde per se een asielhond omdat het ons een goed gevoel geeft als we iets bijdragen aan het verzachten van dierenleed. Ook al is dat op een ontzettend kleine schaal, maar ieder hondenleven is er een.

Op een gegeven moment zag Frits, mijn man, op televisie een programma over een asiel die greyhounds opvangt in Spanje. Frits riep mij en zei: `kijk wat daar gebeurt'. Windhonden worden in Spanje gebruikt bij de jacht en na een of twee jaar gedumpt omdat het geld en tijd kost om die beesten te verzorgen. Honden worden opgehangen. In putten gegooid of in brand gestoken. Het liefst 's nachts, want dan loopt zo'n hond weg als een fakkel in de nacht. De wreedheid is echt ongehoord. Ik heb die nacht wakker gelegen: hoe kunnen mensen zoiets doen? De volgende ochtend lag er bij toeval een huis-aan-huiskrantje op de mat met een artikel over Greyhounds in Nood, een Nederlandse stichting die dat asiel in Spanje helpt. In het stuk stond dat het Leidse asiel drie van die Spaanse greyhounds had. Frits en ik zijn er meteen naar toe gegaan.

Donna heette toen Redonda nummer 7. Ze kwam bij ons en ze is echt – denken we, hopen we – van de hel in de hemel gekomen. Ze groef meteen Tobias zijn botjes op, kroop daarna op de bank en ging slapen. Super! Donna is een hond die heel erg kan genieten. En die heel erg blij is met haar nieuwe leven. Je kunt dat bij windhonden makkelijk zien. Het lijkt echt alsof ze glimlachen. Ook ligt Donna vaak op haar rug. Dat is voor deze honden ook een teken dat ze zich goed voelen. Ze zat en zit gewoon goed in haar vel.

Het verhaal over de gedumpte Spaanse windhonden liet me niet meer los en ik ben secretaris geworden van de Stichting Greyhound in Nood. Ik wilde een steentje bijdragen. Dat zit in mij. Het gevoel dat ik niet zomaar voorbij kan gaan aan onrecht. Ik wil zinvol bezig zijn. Mijn vrijwilligerswerk voor de Soroptimistenclub, een club voor werkende vrouwen die zich bekommeren over de mensenrechten voor vrouwen en kinderen in de wereld, gaf ik daarvoor op. Het was allemaal goed en leuk, maar toen ik eens voorstelde om geld in te zamelen voor een asiel, zeiden ze: `dieren doen wij niet. Wij doen alleen vrouwen en kinderen.' Maar er zijn al zoveel clubs die zich bezighouden met vrouwen en kinderen en er zijn een stuk minder die dat doen voor dieren.

Om die reden ben ik uit die club gestapt ook al vind ik het geweldig wat zij doen, maar het was een keus die gemaakt moest worden. Ik koos bewust voor honden. Dat kwam ook omdat Donna in huis kwam en ik heel direct geconfronteerd werd met het dierenleed. Als wij geen honden hadden gehad en er was een pleegkind op onze weg gekomen, dan is de kans groot dat Frits en ik de keus hadden gemaakt voor de kinderen. Maar op onze weg kwamen honden.

Een paar jaar na Donna adopteerden we nog een Spaanse greyhound: Pepa. Zij bleek bij aankomst in Nederland leishmanias te hebben; een ziekte die het afweersysteem aantast. Ook had ze de tekenziekte ehrlichia. Inmiddels gaat het heel goed met haar, maar haar bloed moet regelmatig worden getest. Zo ook in januari van dit jaar. Omdat Donna bobbels in haar nek had, ging ze mee naar de dierenarts. Die was meteen verontrust. Hij deed wat onderzoekjes en een paar dagen later belde bij op. `Ik heb goed nieuws en slecht nieuws. Het goede nieuws is dat de leishmanias bij Pepa helemaal onder controle is, maar het slechte nieuws is dat Donna waarschijnlijk non-hodgkin heeft.'

Dan schrik je vreselijk. Zonder behandeling zou ze binnen zes weken op een nare manier sterven en met prednison konden we haar leven drie tot zes maanden rekken. De dierenarts vertelde dat er tegenwoordig ook chemokuren zijn voor dieren en dat daar, zeker bij non-hodgkin, fantastische resultaten mee worden behaald. Maar het is heel kostbaar, want er worden menselijke medicijnen gebruikt, en die kuur duurt twee jaar. We hebben daar heel lang over gepraat. Een hond een chemokuur geven, moet je dat wel doen? Ze is een jaartje of negen en deze honden kunnen 14, 15 jaar worden. We willen haar een waardig bestaan geven en haar niet voor ons laten leven. Dus als het haar tijd is, is het misschien haar tijd...

Uiteindelijk gaf Donna's nare verleden en onze belofte dat we goed voor haar zouden zorgen toen we haar adopteerden, de doorslag. Wel spraken we af dat als haar overlevingskansen minder dan 50 procent waren, dan deden we het niet. Bij 50 procent moesten we er nog heel erg over nadenken en bij meer dan 50 dan gaan we het gewoon doen. Donna bleek in stadium vier te zitten en 60 tot 70 procent kans te hebben om het te overleven. We gingen het dus doen. Donna kreeg chemo. We doen het stap voor stap. Op het moment dat ze pijn heeft of depressief is, moeten we haar laten gaan. Maar dat is moeilijk hoor. Jij moet beslissen voor je hond. Vreselijk. Daar hebben we het heel moeilijk mee gehad.

De eerste twee maanden waren heel zwaar. Haar snorharen vielen uit en door de prednison kreeg ze enorme vraatzucht. Ze werd dik en ze hield ook maar niet op met zoeken naar eten. Op zo'n moment denk je: ze heeft geen pijn, maar ze is wel erg onrustig. In hoeverre is dat prettig voor die hond? We hebben toen bijna dagelijks overlegd met de dierenarts. Uiteindelijk zijn we gestopt met de prednison, maar de chemomedicatie krijgt ze wel. En vanaf dat moment is ze alleen maar vooruit gegaan. De leukocyten in haar bloed zijn perfect.

Echt genezen kan Donna niet. Dat kan niet bij non-hodgkin. Maar sinds drie maanden hebben we heel veel hoop dat ze het gaat redden. Dat de ziekte tijdelijk wordt stopgezet. Frits gaat iedere vrijdag met Donna naar Gouda en dan krijgt ze een infuus. Ze ligt dan op een kleedje en blijft heel stil liggen. Dat gaat heel goed.

Eergisteren liepen we over het strand met de drie honden. Tobias mijn held, Pepa de clown en Donna de prinses. Ze liep met haar staart omhoog, gek te doen en eten te zoeken. Frits en ik keken elkaar aan en dachten: die hond had in principe al overleden moeten zijn. Het is zo geweldig dat ze er nog is.

    • Marloes Elings