Universiteitje spelen

Harrie verbon is hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. Terwijl u vakantie vierde gebruikte hij zijn vrije tijd om een opzienbarend plan uit te werken. Begin augustus publiceerde hij op de opiniepagina van deze krant de vrucht van zijn denkwerk, die hij als volgt inleidde. `Een essentieel verschil tussen instellingen van hoger beroepsonderwijs (hbo's) en universiteiten is dat de laatste geacht worden onderzoek te doen en daar ook een budget voor krijgen, en de eerste niet. Dat leidt tot scheve gezichten.' Harrie zijn plan blijkt er op gericht die gezichten weer recht te trekken. Dat kan, meent hij, door ook de hbo's in aanmerking te laten komen voor geld voor onderzoek. Nu begrijpt hij ook wel dat je zoiets niet zomaar kunt roepen, maar met argumenten moet onderbouwen. Dat doet hij door te wijzen op de lage kwaliteit van veel onderzoek in de alfa-faculteiten. Daaronder verstaat hij studies als economie, psychologie en politicologie. Daar werken in zijn ogen te veel academici die het talent niet hebben om onderzoek van internationaal niveau uit te voeren. Als voorbeeld voert hij op de opleiding economie. Daaraan werken, gerekend over alle Nederlandse universiteiten bij elkaar, in totaal ongeveer 1500 academici. Dat zijn er, zo rekent hij ons voor, net zo veel als aan de beste dertig economiefaculteiten in de VS. Het is onvoorstelbaar, aldus Harrie, dat een klein land als Nederland net zo veel talent herbergt als de VS. Hij vervolgt dan met: `Hbo's zien dat natuurlijk ook, en denken daarom dat ze ook wel een onderzoeksbudget van het rijk kunnen krijgen.' Op grond van deze ijzersterke redenering komt Harrie tot de conclusie dat ook hbo's in aanmerking zouden moeten komen voor een onderzoeksbudget op basis van internationaal erkende maatstaven van academische excellentie.

Samenvattend: in de eredivisie van het Nederlandse hoger onderwijs gaat veel onderzoeksgeld naar medewerkers die kwalitatief onder de maat presteren, laat daarom ook de tweede divisie mee doen in de strijd om de verdeling van de onderzoeksgelden. Ik zou zeggen, de getalenteerde hbo-medewerker met wetenschappelijke interesse verovert wel een plek aan een universiteit. Wat dat betreft geldt voor de wetenschap hetzelfde als voor voetbal. Zoals die dertig economische topuniversiteiten in de VS ook alleen maar top zijn omdat de betere onderzoekers daar naar toe trekken. Kortom, de redenering van Harrie Verbon raakt kant noch wal. Dat roept een heel andere vraag op, namelijk: wat beweegt hem ertoe zichzelf publiekelijk te blameren met een zo kreupel verhaal? Daar nu laat hij geen twijfel over bestaan. Hij schrijft zich te ergeren aan de universitaire bestuurders. Die hechten, zo verwijt hij hun, te veel waarde aan groot blijven en te weinig aan kwaliteit. Daar heeft hij ontegenzeggelijk gelijk in, maar hij schijnt zich niet te realiseren dat de wens van de hbo's om te delen in de onderzoeksgelden, gezocht moet worden in net zo bedenkelijke motieven bij de bestuurders van het hbo. De docenten en studenten daar zouden niets liever willen dan dat alle bestuurlijke energie werd aangewend voor het bevorderen van de kwaliteit van het onderwijs, maar daar hebben met name de grote hbo-instellingen niet genoeg aan. Nu hun streven naar groot groeien is gerealiseerd, willen ze ook nog eens net zo veel aanzien verwerven als hun universitaire collega's. Dat is de uitsluitende reden waarom zij zich op de onderzoeksmarkt willen begeven. Door universiteitje te spelen hopen ze het ooit echt nog eens te worden.

lgm.prick@worldonline.nl

    • Leo Prick