't Duiveltje van de dwarsheid

Welke boeken zijn aanraders voor beginnende en geoefende lezers? Een tweewekelijks rondje langs de eeuwige jachtvelden van de wereldfictie brengt Pieter Steinz bij de verhalen van Edgar Allan Poe.

Op de literaire markt in de 21ste eeuw strekt het tot aanbeveling als de schrijver de gebeurtenissen uit zijn boek zelf beleefd heeft; geen genre is zo populair als de autobiografische roman. Dat het altijd extremer kan, bewijst Edgar Allan Poe (1809-49), die weggelopen leek te zijn uit zijn eigen horrorverhalen. Niet alleen doordat hij stierf aan een delirium in de goten van Baltimore, maar ook doordat hij tijdens zijn leven geobsedeerd was door dood, drugs, waanzin en geheimzinnige, mooie vrouwen. Wat anders zou je mogen verwachten van een manisch-depressieve dichter die als baby zijn vader verloor, als peuter zijn moeder en na vijf jaar huwelijk zijn 18-jarige (!) bruidje Virginia? Na zijn dood werd Poe afgeschilderd als een dronkaard en een perverseling; maar voor veel van zijn lezers was dat een aanbeveling. Zo eerde de 19de-eeuwse dichter Charles Baudelaire, die het werk van zijn collega-zwartromanticus in de negentiende eeuw in Frankrijk introduceerde, Poe als archetype van de poète maudit: de verschoppeling-kunstenaar die stierf voor het heil van zijn lezers.

Poe's specialiteit als auteur was de gotische gruwel. Zijn metrisch perfecte gedichten (`The Raven', `Annabel Lee') en voornamelijk in pre-modern Europa gesitueerde verhalen (`De put en de slinger', `Ligeia', `De val van het Huis van Usher') zitten vol geweld, incest en necrofilie; ze worden bevolkt door psychopaten en experimenterende wetenschappers. Met zijn fantasieën (later verzameld onder de titel Tales of Mystery and Imagination) werd hij een van de bronnen van de populaire cultuur. Poe was de uitvinder van het detectiveverhaal, en schiep met de excentrieke Fransman C. Auguste Dupin – hoofdpersoon van `De moorden in de rue Morgue' en `De gestolen brief' – de aartsvader van Sherlock Holmes en Hercule Poirot. Hij leverde de bouwstenen voor de horrorfilm, inclusief de moord-met-bijl (`De zwarte kater') en het levende lijk (`De feiten in het geval-Valdemar'). En hij excelleerde in het soort wetenschappelijke fantasieën waarin sciencefictionfilms grossieren.

De verhalen van Poe onderscheiden zich meer door originaliteit en psychologisch inzicht dan door stijl – niet alleen de Baudelaire-vertaling van zijn werk is leesbaarder dan het origineel! Ze spelen zich af in het schemergebied tussen werkelijkheid en fantasie, slapen en waken, het krankzinnige en het normale. De typische verteller bij Poe is een man die, zoals in `Het verraderlijke hart' (1843), iets verschrikkelijks gedaan heeft maar de lezer ervan probeert te overtuigen dat hij volledig bij zinnen is. `Gek ben ik niet' zegt de hoofdpersoon van `De zwarte kater' (1843). Waarna hij vertelt hoe hij aan de drank raakte en eerst uit woede zijn kat een oog uitstak en uiteindelijk per vergissing zijn vrouw vermoordde; om haar – naar later blijkt samen met de zwarte kat – in te metselen in de muur van zijn huis.

`Wie heeft er zich niet meermalen op betrapt iets gemeens of stompzinnigs te doen', zegt de ikfiguur van `De zwarte kater', `om geen andere reden dan dat hij weet dat hij het moet laten?' Die laatste neiging, herkenbaar voor iedereen die op een hoog balkon opeens aan springen denkt, werd door Poe `het duiveltje van de dwarsheid' genoemd. Het is deze imp of the perverse (ook de titel van een van Poe's korte verhalen) die in zijn werk telkens terugkomt. In `Het masker van de rode dood' probeert een arrogante prins tegen beter weten in onder het masker te kijken van een geheimzinnige balgast. En in het hoog-gotische `Berenice' kan een monomane edelman zichzelf er niet van weerhouden om zijn pasgestorven echtgenote (en nicht!) van haar angstaanjagend witte tanden te ontdoen.

Morbide? Jazeker. Pervers? Ongetwijfeld. Maar ieder verhaal is een roman-in-pilvorm, en niemand die Poe's groteske verhalen leest, zal ze ooit vergeten. Wie ze niet gelezen heeft, zal er trouwens ook niet aan kunnen ontkomen: in navertelde vorm behoren ze al sinds jaar en dag tot de kampvuur- en open-haardklassieken.

De `Verhalen' (vert. H. Manger, A. van Huizen en M. Polman) zijn verkrijgbaar als Pandora Pocket.

Reacties: steinz@nrc.nl

    • Pieter Steinz