Slokdarmechoscopie voorkomt zinloze longkankeroperaties

Eén op de zes patiënten met niet-kleincellige longkanker kan een zware operatie bespaard blijven, als artsen het weefsel bij de longen eerst met een via de slokdarm ingebrachte echoscoop onderzoeken (Journal of the American Medical Association, 24 aug).

Niet-kleincellige longkanker is de meestvoorkomende vorm van longkanker. De tumorcellen zijn betrekkelijk ongevoelig voor chemotherapie. Een operatie kan genezend zijn, maar heeft alleen zin als het gezwel nog niet is uitgezaaid naar de omgevende lymfeklieren en niet is doorgegroeid naar de weefsels rondom de longen, zoals naar het hart of de belangrijke bloedvaten. Artsen proberen daarom voordat ze aan een eventuele operatie beginnen, precies te bepalen in welk stadium de kanker verkeert. Maar de bestaande technieken daarvoor zijn niet helemaal betrouwbaar. Bij 10 tot 20 procent van de patiënten blijkt pas tijdens de operatie dat de operatie geen genezing meer kan bieden. Dat is dubbel vervelend omdat iemand dan in de laatste fase van zijn leven nog van een grote, maar achteraf gezien zinloze borstkasoperatie moet herstellen.

De Leidse artsen hebben in samenwerking met Duitse collega's honderd patiënten met niet-kleincellige longkanker via twee technieken onderzocht. Ze begonnen met transesophageal ultrasound-guided fine-needle aspiration (EUS-FNA). Artsen kunnen daarbij met de echoscoop verdachte plaatsen opzoeken en dan met een naald kleine stukjes weefsel wegnemen, om dat vervolgens in het lab te onderzoeken op tumorgroei. Een echoscoop construeert beelden met ultrageluid dat is weerkaatst tegen grensvlakken van weefsels. De EUS-FNA-techniek werd vergeleken met de gebruikelijke methode van vooronderzoek waarbij het weefsel tussen de longen wordt bekeken met een endoscoop (een cameraatje op een soepele slang).

Met EUS-FNA ontdekten de artsen bij 28 van de honderd patiënten lymfeklieruitzaaiingen of doorgroei naar de omringende weefsels en met endoscopie 20 keer. De combinatie van technieken was nog beter: daarbij ontdekten de artsen 36 patiënten met uitzaaiingen. Daar staat tegenover dat de EUS-FNA bij twee patiënten fout uitpakte: er werden afwijkende lymfeklieren geconstateerd die er in werkelijkheid niet waren. Dat kwam doordat lymfeklieren erg dicht bij de eigenlijke tumor lagen. De patiënten zelf gaven overigens in overgrote meerderheid (80 procent) de voorkeur aan EUS-FNA in plaats van een endoscopie, omdat ze bij EUS-FNA niet onder volledige narcose hoefden.

    • Bart Meijer van Putten