Pollock druipt nu ook in Teheran

Iraniërs hebben eindelijk de kans te kijken naar de werken van Renoir, Picasso, Warhol en Magritte, die ooit door de vrouw van de verdreven sjah zijn gekocht. ,,Ik kan niet beschrijven wat ik voel als ik dit zie.''

In het museum van hedendaagse kunst in Teheran heerst een serene sfeer. Jongens met lange haren hebben zich neergevlijd op een van de vele banken, meisjes met de verplichte hoofddoeken troeven elkaar af met kennis over de verschillende werken. Op de achtergrond klinkt zachte lounge muziek. Het lijkt een dag als er zoveel zijn geweest de afgelopen jaren in het museum.

Maar de vrijplaats voor de Iraanse kunsten beleeft deze weken misschien wel haar laatste culturele stuiptrekking. De depots zijn leeggehaald en vandaag hangt de grootste collectie westerse kunst buiten de westerse wereld aan de wanden van het museum. Het is voor het eerst sinds de islamitische revolutie van 1979, dat de kunst – verzameld door de vrouw van de verdreven sjah – wordt getoond.

Tientallen groepjes Iraniërs schuiven langs kunstwerken van Auguste Renoir, Pablo Picasso en Andy Warhol. Maar er is ook een Willem de Kooning, een Van Gogh en verschillende werken van Magritte. De Jackson Pollock, Mural on Indian Red Ground, is meer dan 100 miljoen dollar waard. Alles wordt beschermd met infrarode sensors.

Vandaar dat Jinet (30) en Hanieh (24) de grootste voorzichtigheid betrachten als ze de werken bekijken. Want als er iemand over een onzichtbare lijn stapt, gaat er een luid alarm af. ,,Ik kan niet beschrijven wat ik voel als ik deze werken zie; er zit zoveel emotie in,'' vertelt Jinet, die grafisch ontwerpster is. Volgens haar staat het kunstklimaat onder druk in Iran. ,,Alle kunstenaars die ik ken willen weg. We worden hier niet gewaardeerd door de overheid. Ze maken problemen voor ons.''

De directeur van het museum, dr. Alireza Sami-Azar kan daarover meepraten. In mei van dit jaar voorspelde hij al in deze krant dat bij een conservatieve verkiezingsoverwinning hij zijn spullen zou pakken. Sami-Azar is een hervormer die de afgelopen zeven jaar het museum heeft geleid met de zegen van de voormalige president en hervormingsgezinde Mohammad Khatami.

De directeur haalde gedurfde tentoonstellingen naar Teheran en gaf reisbeurzen aan getalenteerde Iraanse kunstenaars. ,,Kunst is kunst, niet politiek,'' stelde hij tijdens het gesprek in mei. Maar zijn conservatieve critici dachten daar anders over. Langzaam werd Sami-Azar afgeknepen door de conservatieve gemeenteraad van Teheran, die lustig in het budget sneden. Tegenstanders beschuldigden hem van het promoten van on-islamitische waarden en het verkeerd beïnvloeden van de jeugd. Sami-Azar zegde zijn baan op, maar bleef aan na smeekbedes van Iraanse kunstenaars.

Maar afgelopen woensdag kon Sami-Azar definitief zijn bureau opruimen. Er is een nieuwe directeur aangesteld voor het museum. De nieuwe neo-conservatieve president van Iran, Mahmoud Ahmadinejad, had al laten weten dat er volgens hem van alles mis is in de Iraanse culturele sector. Niemand is verbaasd over de vervanging. De tentoonstelling is Sami-Azar's laatste stellingname tegen de nieuwe machthebbers.

In de popart-vleugel hangt Warhol's serie portretten van de Chinese dictator Mao, naast een serie over Rolling Stone Mick Jagger. ,,Twee jaar geleden had dat misschien voor opschudding gezorgd; een Britse rockzanger in een museum in Teheran, maar nu niet meer,'' vindt Eshan (25). Volgens hem is Iran veranderd, laatst heeft hij een tekstboek van de metalband Metallica gekocht in een boekwinkel. ,,Ook de staatstelevisie laat steeds meer dingen uit het westen zien.''

Eshan is niet bang dat de collectie westerse kunst nu weer voor eeuwig in de kelders van het museum zullen verdwijnen. ,,Iran staat onder druk van het westen vanwege ons nucleaire programma. Veel van deze kunstenaars zijn anti-oorlog omdat ze zelf de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt,'' zegt hij. Eshan wijst op Brattata (1962) van Roy Lichtenstein, waar een piloot in stripvorm zegt moeite te hebben alle vliegtuigen om zich heen neer de schieten. ,,Ik denk dat de Iraanse machthebbers juist willen laten zien dat er ook Amerikanen tegen oorlog zijn, nu ons land wordt bedreigd.''

Niet alle werken zijn uit de museumkelders gekomen. Een deel van een drieluik van Francis Bacon is wel drie keer van boven naar beneden verhuisd. Vertegenwoordigers van het ministerie van Cultuur en Leiding konden zich niet vinden in de twee naakte mannen die samen het bed delen op het doek. Ook een half-naakte dame van Auguste Renoir is in het depot achtergebleven. ,,In Iran gebruiken we symbolen voor de liefde,'' legt Hanieh uit, dan schilderen we een granaatappel als we een kus bedoelen.'' Haar vriendin Jinet vertelt: ,,Laatst ben ik naar een ondergrondse tentoonstelling geweest met kunst die er niet omheen draaide.'' Ze voegt eraan toe: ,,Maar degene die de tentoonstelling organiseerde was doodsbang voor een politie-inval. Ik durf niet over de toekomst na te denken.''

`Modern Art Movement' t/m 30 sept. in Tehran Museum of Contemporary Art. Inl. www.tehranmoca.com.

    • Thomas Erdbrink