Piloten als popsterren

De Battle of Britain, de luchtslag om Engeland in het tweede jaar van de Tweede Wereldoorlog, viert deze week zijn vijfenzestigste verjaardag. De ongeveer 170 nog levende veteranen blijken populair, tot hun eigen verbazing. ,,We hadden geen idee waar we mee bezig waren.''

Met sonoor grommende motoren razen vliegtuigen van meer dan zestig jaar oud op slechts enkele tientallen meters hoogte over het vliegveld Duxford, in de buurt van Cambridge. Spitfires, Hurricanes, Mustangs, Thunderbolts, Lancasters en B-17 `Vliegende Forten' – de laatste overblijfselen van de geallieerde luchtmachten die tussen 1939 en 1945 een beslissende bijdrage leverden aan het verslaan van Hitlers Derde Rijk. Ieder jaar zijn ze in de maand juli te gast op Duxford, om aan het met tienduizenden toegestroomde publiek hun kunsten te vertonen tijdens de Flying Legends Air Show, de grootste in zijn soort in Europa.

Maar een deel van het publiek lijkt niet geïnteresseerd te zijn in het schouwspel boven hun hoofd. Op het terrein staan ook tientallen tenten waar handelaren hun waar trachten te verkopen en voor de uitspanning van CCB Aviation staat een fikse rij mensen te wachten. Dit bedrijf is gespecialiseerd in de verkoop van boeken, litho's en memorabilia en de eigenaar is er in geslaagd voor een signeersessie vijf veteranen van de Slag om Engeland te strikken. Twee van de vijf signeren zelden of nooit en zijn daarom zeer gewild onder de handtekeningenjagers. Er zijn twee urenlange sessies voor en na de lunch voor nodig om alle geïnteresseerden te kunnen bedienen. Die moeten daarvoor lang in de rij staan en betalen per te signeren item vijftien pond. Dat geld is voor de reis- en verblijfkosten van de veteranen. Wat overblijft wordt overgemaakt naar een goed doel van hun keuze. Geamuseerd maar langzaam moe wordend zien de vijf voormalige piloten de stroom `fans' aan zich voorbij trekken. Tachtig jaar oud en dan opeens de status van een popster: ze begrijpen er weinig van.

Squadron Leader Basil Gerald Stapleton (1920) heeft zich voor de gelegenheid vrolijk uitgedost. Op zijn hoofd draagt hij een junglehoed en om zijn hals hangt een stropdas verfraaid met de afbeeldingen van pin-ups. Met grote vasthoudendheid flirt hij met vrouwelijke voorbijgangers. Stapleton meldde zich in januari 1939 bij de Royal Air Force: ,,Ik was ervan overtuigd dat het oorlog ging worden, en wilde er vanaf het begin bij betrokken zijn.'' Nadat hij zijn training voltooid had werd hij ingedeeld bij 603 Squadron, gelegerd in de buurt van Edinburgh. Meteen tijdens zijn eerste ontmoeting met een Duits toestel, op 3 juli 1940 in de buurt van Montrose, wist de jonge piloot een zege te boeken. Daarbij ging hij grondig te werk. ,,Ik vloog met een patrouille van drie en we waren er in geslaagd de staartschutter van de bommenwerper uit te schakelen. Ik ging naast het toestel vliegen, keurig in formatie, om de identificatienummers op de romp te kunnen noteren. Daarna schoten we hem definitief naar beneden.'' Van wroeging had hij geen last. Toen niet, en later evenmin. ,,Ik voelde niets. We vuurden niet op mensen; we haalden een machine naar beneden, dat was alles. Ik had ook geen hekel aan de Duitsers. Zij deden hun werk, ik het mijne.''

Eind augustus 1940 werd Stapletons eenheid naar Hornchurch overgeplaatst, een vliegveld in de buurt van Londen. Hij kwam terecht in de zwaarste gevechten van de Slag om Engeland. Bang was hij niet, zegt hij. ,,Ik was opgewonden, blij zelfs. In de cockpit van mijn Spitfire zong ik vaak het liedje `Night and Day' van Cole Porter. Dat was van pure blijdschap, zoveel schik had ik in mijn beroep. Ik was best wel eens bezorgd, maar echte angst voelde ik niet. Het kon met iedereen mis gaan, maar niet met mij. Het zou een ander overkomen: dat hielden we onszelf allemaal voor.''

De zalige onwetendheid van Stapleton en zijn kameraden strekte zich uit tot de algehele strategische situatie van die uitzonderlijk zonnige zomer. De piloten hadden geen idee hoe slecht de RAF er op een gegeven moment voor stond. ,,Het kwam niet in ons op dat we de strijd wel eens zouden kunnen gaan verliezen. Dat was omdat we maar een zeer beperkt beeld hadden van wat er aan de hand was. Mijn kennis beperkte zich tot wat er zich in onze sector afspeelde.''

Om 's avonds de zinnen te verzetten en even niet te hoeven denken aan gevallen vrienden was 603 Squadron bijna dagelijks in de bar te vinden. Daar ging het er levendig aan toe, ondanks de armzalige kwaliteit van de geschonken drank. Stapleton: ,,Het bier was zo slap dat je er liters van kon drinken. Je moest een zeer goed getrainde blaas hebben om voldoende te kunnen innemen om het effect ervan te voelen. En dan waren er natuurlijk de dagen dat we 24 uur verlof kregen en naar Londen gingen. Dan propte je zoveel mogelijk afleiding in een etmaal. Meestal gingen we naar een club, waar we tot sluitingstijd bleven, waarna het feest zich verplaatste naar een Turks bad. Daar lieten we ons uitgebreid vertroetelen. De volgende dag zaten we dan gewoon weer in de cockpit, waar we de alcohol eruit zweetten. We waren nog jong, schooljongens maar. Daardoor kon ons lichaam al die drank zo makkelijk verdragen.''

Taboe op angst

Stapleton, de flamboyante vechtjas, beantwoordt aan het clichébeeld van een jachtvlieger. Het leeuwendeel van de piloten van de RAF was van een andere soort. Niet minder vastberaden, maar wel minder extravert in de verwerking van de gebeurtenissen om hen heen. Squadron Leader Kenneth `Hawkeye' Lee (1915), die vloog in het met Hurricanes uitgeruste 501 Squadron, kan zich bijvoorbeeld niet herinneren erg veel tijd te hebben doorgebracht in de bar na weer een dag vol patrouilles. ,,We dronken niet veel als we de volgende dag moesten vliegen. Tijdens de Slag stonden we vaak tot laat in de avond stand-by, tot een uur of half tien. De pubs gingen in die tijd om tien uur dicht, dus meestal waren we sowieso te laat.''

Hoewel minder de boekanier dan Stapleton, deed Lee niet voor hem onder als het ging om vastberadenheid in het gevecht. ,,We waren ervan overtuigd dat we de Duitsers aankonden. Iets anders kwam niet in ons op. De jongens van mijn eenheid waren allemaal opgevoed met het lezen van boeken over de luchtoorlog van 1914-1918. Toen waren de Britten en de Duitsers gelijkwaardig geweest, en we verwachtten dat dit bij ons hetzelfde zou zijn. En eenmaal in gevecht had je als piloot geen tijd meer om bang te zijn. Je moest razendsnel beslissen hoe je aan ging vallen, en daarna had je maar voor 23 seconden munitie in je vleugels. Zodra je die had opgeschoten, maakte je dat je wegkwam. Terug op de basis werd de brandstof bijgevuld en daarna ging het weer omhoog, soms wel vier, vijf keer per dag.''

Lee had in 1937 dienst genomen als reservist en werd in maart 1939 permanent onder de wapenen geroepen. In mei 1940 werd zijn eenheid verplaatst naar Frankrijk. ,,Op mijn eerste patrouille daar zag ik een formatie Duitse jagers van het Type Messerschmitt 110 vliegen. Mijn ogen waren erg goed in die tijd, vandaar mijn bijnaam. We doken naar beneden en kregen er twee te pakken. Ik nam er één voor mijn rekening.'' Toen hij begin juni uit Frankrijk geëvacueerd werd, had Lee nog vier zeges geboekt. Daarmee had hij officieel de status van `ace' verworven.

Terug in Engeland werden de Hurricanes van 501 Squadron ingezet om de Britse scheepvaart in het Kanaal te beschermen. De Slag om Engeland stond op het punt te beginnen, maar Lee en zijn collega's waren zich van de ernst van de situatie niet bewust. ,,We hadden werkelijk geen enkel idee van het belang van het gevecht waar we aan deelnamen. Het had ook weinig zin om de kranten te lezen of naar de radio te luisteren, want daar wisten ze net zomin wat er aan de hand was. We vochten ook niet om politieke redenen. Je deed het voor de kameraden in je eigen squadron en de eenheden om je heen. Meer niet.''

Op 18 augustus viel Lee ten prooi aan een Duitse toppiloot die op die dag vier Hurricanes wist neer te halen. ,,Ik vloog in de achterste positie, de zogenaamde Tail-end Charlie, en werd verrast. De kogels vlogen door de cockpit en verwondden mijn been, maar ik slaagde erin om eruit te springen en mijn parachute te openen. Ik kwam neer in een maïsveld en werd onmiddellijk gearresteerd door een oude man bewapend met een geweer dat hij in 1915 bij Gallipoli op de Turken had veroverd. Het was die dag zo heet geweest dat ik mijn uniformjas had uitgedaan en slechts gekleed in mijn hemdsmouwen had gevlogen. Daarom herkende hij me niet.'' Lee's verwondingen waren ernstig en het zou tot oktober duren voordat hij zich weer bij zijn eenheid kon voegen. Nog steeds een beetje verbaasd: ,,En toen was de hele Battle of Britain alweer voorbij!''

Dat de term angst taboe was in 1940 bevestigt Group Captain Billy Drake (1917). ,,Dat woord gebruikten we nooit. Het was een beetje als bij een rugbywedstrijd. Je bent vooraf nerveus, maar op het moment dat je de bal in handen krijgt ga je aan de slag. We waren allemaal jong en hadden net zoveel zelfvertrouwen als de Duitse piloten. Gelukkig hadden we werkelijk geen idee waar we mee bezig waren. Het was pas jaren na de oorlog dat we ons realiseerden hoe dicht we bij de nederlaag waren geweest. Als we toen hadden geweten hoe ver we op de Duitsers achterlagen op bepaalde gebieden, was de moed ons misschien in de schoenen gezakt.''

Drake had in Frankrijk gevlogen met 1 Squadron en daar vier overwinningen geboekt, maar nam na Duinkerken dienst bij een speciaal onderdeel van de luchtmacht. ,,Toen de Duitsers in het begin van de Slag onze radarstations hadden uitgeschakeld werden er vrijwilligers gevraagd voor een verkenningseenheid die boven de kust van Kent als vliegende uitkijk kon dienen. Zodra het eerste alarm ging werden we met twee toestellen omhoog gestuurd om te kijken met hoeveel vliegtuigen er werd aangevallen, of het bommenwerpers of jagers waren, en hoe hoog ze vlogen. Meestal waren het er nogal veel en kwamen ze erg onvriendelijk over. Ons tweetal ging er dan meteen weer vandoor. Ik heb maar heel af en toe mijn wapens gebruikt in die maanden. Pas later in Afrika heb ik mijn score verder opgevoerd.''

Big business

Drake publiceerde in 2002 zijn memoires Fighter Leader en signeert deze dag vele tientallen exemplaren van het boek. Ook Stapleton schreef met een ghostwriter zijn levensverhaal op. Het tweetal geniet van de aandacht van het toegestroomde publiek. De BBC is met haar niet aflatende aandacht voor de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk geweest voor de alsmaar stijgende populariteit van de nog levende veteranen van het conflict. Ken Lee weet niet goed wat hij moet denken van de hoge opkomst deze dag. ,,Eerlijk gezegd verbijstert het me. Ik ga naar drie van dit soort shows per jaar en de rij is altijd kilometers lang. Dat wij een generatie van helden worden genoemd vind ik grote onzin. We deden gewoon ons werk. We mochten vliegen en werden er ook nog eens voor betaald. Wat wil je nog meer? Ik denk gewoon dat er met deze handel heel veel geld te verdienen valt.''

In een restaurant in zijn woonplaats Lymington in de buurt van de New Forest bevestigt Wing Commander Paddy Barthropp Lee's vermoeden dat hij en zijn kameraden big business zijn geworden. Barthropp is vice-voorzitter van de Battle of Britain Fighter Association, de steeds kleiner wordende eliteclub van de veteranen van de slag. Hij is het prototype van een mooie oude mopperaar die tijdens het gesprek regelmatig te kennen geeft dat hij niet begrijpt waarom juist hij na al die jaren nog steeds in leven is. Hij heeft gelijk met zijn verzuchtingen over de commercie. Litho's met handtekeningen van beroemde, inmiddels overleden, piloten brengen duizenden ponden op. Boeken en prenten gesigneerd door nog levende veteranen, hoe onbelangrijk hun rol ook is geweest, worden in groten getale omgezet. ,,Daarom hebben we vorig jaar besloten om een klein bedrag te vragen aan iedereen die ons iets opstuurt om te signeren. Ik krijg iedere week twee of drie brieven thuis met het verzoek om een handtekening. Natuurlijk, vaak zijn het gewoon schooljongens, maar er zitten ook professionele handelaren tussen die voordat de laatste piloot dood is een enorme voorraad aan het aanleggen zijn. Ik weet van een bedrijf dat een hele kelder vol met spullen heeft liggen. Als wij er straks niet meer zijn, gaat de prijs van die memorabilia flink omhoog.''

Hoewel hij met graagte vertelt over zijn belevenissen tijdens de oorlog – hij werd in mei 1942 neergeschoten boven Frankrijk en krijgsgevangen gemaakt, was betrokken bij de beroemde Great Escape, wist uit de handen van de Gestapo te geraken, en reed aan het eind van de oorlog in een gestolen brandweerwagen terug naar Engeland – snapt hij weinig van de bewondering die hem en zijn collega's ten deel valt. ,,Ik was doodsbang, iedere dag. Met kloppend hart zat ik te wachten tot we moesten opstijgen. Eenmaal in de lucht sproeide ik mijn mitrailleurs leeg in de hoop dat ik wat raakte. De Duitsers, die verstonden hun vak. Mij raakten ze in ieder geval vaak genoeg.''

Deze week zijn de schijnwerpers wederom gericht op de nog 170 overlevenden van de Slag om Engeland. Op 10 en 11 september wordt op Duxford een vliegshow gehouden te hunner ere. En op 18 september volgt er in Londen een grote mis in Westminster Abbey en de onthulling van een speciaal monument voor `The Few'. De kosten van 1,74 miljoen pond zijn in hun geheel opgebracht door het Britse publiek en bedrijfsleven. Stapleton, Lee, Drake en Barthropp: ze zullen allen aanwezig zijn. Onder massale belangstelling. Winston Churchill had het kennelijk goed gezien toen hij in mei 1940 voorspelde: ,,Let us brace ourselves to our duties, and so bear ourselves that, if the British Empire and its Commonwealth last for a thousand years, men will say: `This was their finest hour'.''