Onvermoeibare kip met de gouden eieren

De pensioenen van werknemers en de soliditeit van het pensioenstelsel staan onder druk. Wat kunt u daar zelf aan doen en waarvoor zijn de fondsen verantwoordelijk? Hoe solide is uw toren van Babel?

Er was eens vlak na de zondvloed van Noach, in het land Sinear vlak bij de rivier de Eufraat, een eensgezind volk met een gemeenschappelijke taal dat een toren wilde bouwen. Die moest tot in de hemel reiken, om zo bij God op tafel te kunnen kijken. Dat staat letterlijk in het Oude Testament in Genesis 11: 1-9. Die bouw strandde nadat de Heer de Babylonische spraakverwarring stichtte. Babel betekent: verwarring.

Wie niet gelooft in de letterlijke betekenis van dit verhaal, maar in een veel diepere, mag er vanuit gaan dat wij gevangenen zijn van onze menselijke beperkingen en ons zelf niet al `bouwend' kunnen verheffen tot een hogere staat. Net als Baron von Münchhausen zich niet aan zijn haren uit het moeras kon trekken.

Nog steeds proberen mensen torens te bouwen, (on)bewust en verblind door onder meer illusies. Dat hebben zij niet altijd in de gaten, omdat ze het geheel niet overzien en evenmin ver in de toekomst kunnen blikken.

Je ziet dat bij succesvolle multinationals die over de hele wereld actief zijn en veel geld verdienen. Hun bedrijfsleiders voelen zich onoverwinnelijk en zijn er van overtuigd dat hun toren de tand des tijds zal doorstaan, omdat hun producten voorzien in de eerste levensbehoeften van mensen en bedrijven. Bijvoorbeeld Royal Dutch Shell (voorheen: Koninklijke Olie), enkele Amerikaanse financiële instellingen, Coca-Cola, (ooit) IBM, Microsoft en vele andere. Die overtuiging wiegt de leiders in slaap, wat leidt tot arrogantie, inhaligheid, verslapte waakzaamheid en frauduleus gedrag. Het gevolg is dat bedrijven komen en gaan, hoe onmisbaar ze ook denken te zijn. Op die natuurwet is één uitzondering die de regel bevestigt: de rooms-katholieke kerk. De multinational die al bijna tweeduizend jaar niet van wijken weet.

Ook ons pensioenstelsel lijkt een toren van Babel. Dat richt zich niet op hemelse hoogten, maar op de eeuwigheid, een kip die eeuwig gouden eieren voor haar deelnemers zal leggen. Eeuwig? Jazeker, want iemand die vandaag wordt geboren en over vijfentwintig jaar in 2030 bij een bedrijf, een instelling of bij de overheid gaat werken, neemt welhaast zeker deel in een pensioenregeling. Hij ontvangt in het jaar 2070 op zijn 65ste, nemen we aan, zijn ouderdomspensioen, naast de AOW of een vergelijkbare voorziening. Dat pensioen kan moeten doorlopen tot zijn 100ste verjaardag in 2105. Minstens tot dan moet de pensioenkip aan de leg blijven. Is dat nú voorstelbaar? Neen.

Kijk eens honderd jaar terug, naar 1905. Ongeveer tot die tijd zorgden kinderen voor de oude dag van hun ouders en waren er geen pensioenregelingen. Wat heeft de wereld (en Nederland) sindsdien niet moeten doorstaan. De Eerste Wereldoorlog, de depressie, de Tweede Wereldoorlog enzovoort. Dit verhinderde echter niet dat we welvarender, gezonder en dichterbevolkt zijn dan ooit. Daarom leven we langer en is de noodzaak van een `eeuwig' en passend ouderdomspensioen, en voorzieningen voor nabestaanden, hard nodig. Niemand wil er immers sterk op achteruitgaan in inkomen nadat hij stopt met werken. De mensen die zijn geboren na ruwweg 1950 weten niet beter en menen recht op deze zekerheid te hebben.

Maar kijk eens honderd jaar vooruit. In die eeuw zullen de wereld en Nederland ingrijpend veranderen. Maar de komende generaties worden vast niet zo welvarend als nu. Er kan nog van alles gebeuren. Ook met ons pensioenstelsel. Hoe werkt een pensioenfonds (zie de definities in het kader) in grote lijnen?

Het is een grote pot met geld die wordt gevoed met de premies die werkgevers en werknemers meestal samen betalen. Die berg geld kan bij de zeer grote fondsen oplopen tot miljarden euro's. Die laten de fondsbazen natuurlijk niet renteloos in de kast liggen. Men zet dat geld winstgevend uit, belegt, investeert, leent uit, loopt er risico mee of hoe je dat ook noemen wil. De winst die men daar mee hoopt te behalen, is naast de ontvangen premies een tweede grote bron van inkomen. Helaas slaagt niet ieder fonds erin om elk jaar winst te maken. Men boekt weleens verliezen. Bijvoorbeeld wanneer de aandelen blijven dalen zoals in de afgelopen jaren. Of wanneer de rente alsmaar daalt, zoals nu. Aan de uitgavenkant staan de lopende en toekomstige uitkeringen en de (administratie)kosten die het fonds maakt.

Het huidige fondsvermogen moet voldoende zijn om aan alle toekomstige verplichtingen te voldoen. De vereiste omvang bereken je door de lopende pensioenen en aanspraken op nog niet ingegane pensioenen terug te rekenen naar vandaag. Daarbij gebruik je een bepaald rentepercentage en actuariële (levensverzekeringswiskundige) grootheden als de kans op sterfte van de deelnemers. Hoe lager (hoger) de rekenrente, hoe hoger (leger) de reserve. Die rente is dus een discutabel punt, want deze gaat op en neer in de komende jaren. Daalt deze een keer tot bijna 0 procent (zoals in Japan), dan stijgt de aan te houden reserve reusachtig. Maar waar haalt een fonds al dat extra geld vandaan? Van de werkgever? Maar wanneer die niet meer bestaat? Van de werknemers? Maar wanneer die (bijna) allemaal met pensioen zijn? Stijgt de rente vervolgens tot (overdreven) 10 procent, dan kan de reserve weer slinken. Wie ontvangt dan het overschot? Niemand kan die vragen afdoende beantwoorden. Er heerst verwarring onder de torenbouwers.

Er loeren dus vele gevaren op de pensioenen van werknemers en de soliditeit van de pensioentoren. Een 25-jarige die begint aan een carrière in het bedrijfsleven moet er niet vanuit gaan dat zijn pensioen tot zijn 90ste in 2070 wel goed zit. Je moet beslist zelf wat aanleggen als noodreserves. En kijkend naar de continuïteit van de pensioenfondsen: PGGM en ABP bieden de meeste zekerheid, want mensen blijven sukkelen met hun gezondheid en we kunnen niet zonder overheid en onderwijs.

Wie echt op zeker wil spelen voor de zeer lange termijn, kan het best geestelijke in de katholieke kerk worden. De wereld ligt voor je open en de bedrijfskleding is gratis.

    • Adriaan Hiele