Omroep moet reserves afbouwen

De raad van bestuur van de publieke omroepen wil dat de programmareserves van de omroepen worden afgebouwd. Samen hadden de publieke omroepen eind 2004 een programmareserve van 118 miljoen euro. Dit bedrag blijkt uit een inventarisatie van vakblad Broadcast Magazine.

Programmareserves bestaan uit het geld dat omroepen verdienen met onder meer hun programmagidsen, het organiseren van reizen en het verkopen van bijvoorbeeld dvd's. Dat geld komt eerst terecht in hun eigen vermogen, maar daarvoor is al in 1993 per omroep een maximum vastgesteld. Als omroepen meer inkomsten hebben, gaat het geld naar de programmareserves.

De raad van bestuur wil dat omroepen de reserves afbouwen tot maximaal 5 procent van het jaarbudget van een omroep. Kleinere omroepen mogen 10 procent van hun jaarbudget in reserve houden om tegenvallers op te kunnen vangen. Het geld moet de komende twee jaar worden geïnvesteerd in programma's. Dat heeft de overkoepelende raad van bestuur van de Publieke Omroep in een brief laten weten aan de omroepverenigingen, bevestigt een woordvoerder. Volgens Broadcast Magazine is de huidige programmareserve 69 miljoen hoger dan de raad van bestuur wil gedogen.

Het is de bedoeling dat omroepen de programmareserves de komende twee jaar afbouwen, bevestigt de woordvoerder van de Publieke Omroep. Eén van de redenen daarvoor is dat de Europese Commissie momenteel onderzoek doet naar deze reserves. Het geld dat de omroepen niet opmaken is mogelijk excessieve staatssteun, liet de Europese Commissie anderhalf jaar geleden weten bij aanvang van het onderzoek. Dit najaar wordt een uitspraak in deze kwestie verwacht.

De toegestane omvang van de eigen vermogens verschilt sterk per omroep. In 1993 zijn die eigen vermogens bevroren. Toen was bijvoorbeeld de EO nog een kleinere, zogenoemde B-omroep, met relatief weinig eigen vermogen: 6,5 miljoen euro. De NCRV daarentegen had toen, en dus nu ook, 34,8 miljoen euro.