Noorwegen kampt met een luxeprobleem

De Noren, die maandag een nieuw parlement kiezen, lijken uitgekeken op de centrum-rechtse regering van Kjell-Magne Bondevik. Mag het wat minder zuinig?

Er was deze week in Noorwegen reden voor een feestje. Voor het vijfde achtereenvolgende jaar voert Noorwegen de ranglijst aan van meest welvarende landen van de wereld. Tel kwaliteit van onderwijs, economie en gezondheidszorg bij elkaar op en de Noren hebben het aangenaamste leven van iedereen.

Waarom is de bevolking dan toch ontevreden? Want uit opiniepeilingen blijkt dat de centrum-rechtse regering van premier Kjell-Magne Bondevik maandag, als er parlementsverkiezingen worden gehouden, wel eens weggestuurd kan worden. De laatste peilingen laten weliswaar toch weer een nek-aan-nekrace zien, maar het is het vrijwel zeker dat de sociaal-democratische Arbeiderspartij, die nu de oppositie aanvoert, een forse winst gaat boeken.

De Noren kampen met een luxeprobleem. Wat te doen met het immense overschot op de begroting? Noorwegen is, na Saoedi-Arabië en Rusland, de derde olieproducent ter wereld. Een groot deel van het geld dat daarmee wordt verdiend, gaat naar een fonds voor toekomstige generaties. Daarin zit al meer dan 157 miljard euro – op een bevolking van 4,6 miljoen mensen betekent dat ruim 34.000 euro per Noor. Mede door de sterk gestegen olieprijs zal de economie dit jaar volgens het Noorse planbureau met bijna 4 procent groeien.

Veel Noren vinden dat de regering veel te voorzichtig met het geld omspringt. Moet je maandelijks werkelijk tientallen miljoenen opzijzetten als de wachttijden in de gezondheidszorg oplopen, als er te weinig plaatsen zijn in crèches en bejaardentehuizen, als er wordt bezuinigd op onderwijs en politie?

Vooral de Vooruitgangspartij van de rechtse populist Carl I. Hagen speelt in op de bestaande onvrede. Hij wil de reserves aanspreken om problemen op te lossen. De gematigde politieke partijen, zowel van links als van rechts, koesteren de financiële voorzichtigheid, maar bij de kiezer spreekt Hagens oproep om artsen en verplegers in het buitenland te `kopen' wel aan. De Vooruitgangspartij zou maandag wel eens de tweede partij van het land kunnen worden. Maar niemand wil met Hagen regeren – al maakt de rechtse coalitie (een minderheidsregering gebaseerd op 62 van de 165 zetels in de Stortinget, het Noorse parlement) wel gretig gebruik van zijn gedoogsteun.

Van de overige partijen hebben vooral de sociaal-democraten goed begrepen hoe ze op de Noorse onvrede moeten reageren. ,,We zijn deemoedig geworden na de catastrofale verkiezingsuitslag in 2001'', zegt politiek leider Jens Stoltenberg. Toen verloor de Arbeiderspartij tien procentpunten (van 35 naar 25 procent). Stoltenberg had net anderhalf jaar regeren achter de rug. Hij nam in 2000 tussentijds de macht over van de rechtse coalitie – in Noorwegen kan het parlement niet voortijdig worden ontbonden voor vervroegde verkiezingen – met desastreuze gevolgen voor zijn partij.

Stoltenberg, voormalig minister van Financiën, koos voor een recept à la Tony Blair. Net als onder de Britse premier schoof zijn partij op naar het centrum. Stoltenberg koos radicaal voor privatisering van de vele staatsbedrijven en sanering van de dure verzorgingsstaat. Het werd hem niet in dank afgenomen.

Inmiddels is de Arbeiderspartij, die de naoorlogse politiek in Noorwegen heeft gedomineerd, volgens Stoltenberg ,,gelouterd'' uit de interne crisis gekomen. De partij heeft het sociaal-democratische erfgoed weer omarmd en veel Noren lijken dat te waarderen. Als het aan Stoltenberg ligt komt er een einde aan de privatiseringen en wordt er voorzichtig omgegaan met de verworvenheden van de verzorgingsstaat. In de peilingen haalt de Arbeiderspartij nu weer bijna een derde van de stemmen.

Ook de oude arrogantie van de sociaal-democraten om per se alleen te willen regeren, heeft Stoltenberg laten varen. Hij is bereid met de Groenen en Socialistisch Links een coalitie te vormen. Vooral die laatste partij, ontstaan uit protest tegen het besluit van de sociaal-democratische regering in 1949 om lid te worden van de NAVO, vormde voor Stoltenberg altijd een belemmering. Maar inmiddels heeft de partij de eis dat Noorwegen uit de NAVO stapt, laten varen. Toch zal een regering met Socialistisch Links – die voorstander is van een forse verhoging van de overheidsuitgaven, gefinancierd met een belastingverhoging voor met name de hogere inkomens, van een zes-urige werkdag en van een anti-Amerikaanse buitenlandpolitiek – nog voor de nodige problemen zorgen.

Maar veel Noren hebben genoeg van de christen-democraat Kjell-Magne Bondevik. Zijn beleid van verlaging van de belastingen en van de overheidsuitgaven heeft vooral de rijkere Noren goed gedaan, menen zij. Het was niet verstandig van de premier om deze critici niet lang voordat Noorwegen zijn feestje vierde als rijkste land ter wereld, ,,verwende kinderen'' te noemen.

    • Paul Luttikhuis