Lage hypotheekrente is geen onverdeelde zegen

Lager dan nu was de hypotheekrente nooit. Maar de reden daarvoor is niet onverdeeld gunstig.

Huis kopen? Oversluiten die hypotheek? Financieren was nimmer zo goedkoop als nu. Dat kan reden zijn voor grote blijdschap. Maar wellicht is het ook van tijd tot tijd nuttig om de vraag te stellen hoe het kan dat de rentes zo laag zijn als nu. Is er sprake van een `gratis lunch', of komen de gunstige tarieven tegen een prijs?

Historisch gezien kán wat er nu plaatsvindt eigenlijk nauwelijks. De begrotingstekorten van de industrielanden zijn de laatste jaren flink opgelopen. Normaal hoort daar een stijgende rente bij. De centrale banken, die inflatie bevechten, stellen zich op het standpunt dat grote overheidstekorten inflatoir werken, en verhogen hun rentetarieven voor zeer kortlopende leningen (de geldmarkt) om dat effect vóór te zijn. Beleggers in staatsleningen en bedrijfsleningen (de kapitaalmarkt) zijn op hun beurt bang dat oplopende inflatie de waarde van hun leningen uitholt, en zullen een hogere rente vragen. Voor zowel geld als voor kapitaal loopt de rente dus op.

Dat is niet gebeurd, evenmin als die andere reflex: stijgende grondstoffenprijzen, en dan met name de prijs van olie, werken eveneens de inflatie in de hand. Ook op basis daarvan, met een olieprijs die ruim boven de 60 dollar per vat ligt, hadden de rentes allang moeten stijgen. De derde reflex gaat met name voor de Verenigde Staten op: een land met een fors en groeiend tekort op de betalingsbalans, zal een hogere rente moeten gaan betalen aan de buitenlandse financiers die dat tekort telkens aanvullen. Maar zelfs nu het Amerikaanse tekort naar de 7 procent van het bruto binnenlands product loopt – en dat is ongekend hoog – treedt het mechanisme niet op.

Zelfs een vierde reflex, is er niet in de VS. De centrale bank heeft er de geldmarktrente wel opgeschroefd, omdat die buitengewoon laag was. Normaal gaat de rente op de kapitaalmarkt in dat geval mee omhoog. Beleggers kunnen namelijk `kort' geld lenen om `lang' op de kapitaalmarkt te beleggen. Als de rente op dat korte geld wordt verhoogd door de centrale bank, dan is deze `carry trade' minder aantrekkelijk. Dat zou dus ten koste moeten gaan van de koersen op de kapitaalmarkt, En als de koersen van de daar verhandelde obligaties dalen, dan stijgt de effectieve rente die zij geven.

Hoe het komt dat deze gangbare mechanismen op dit moment niet werken is niet helemaal duidelijk, maar er zijn wel aanwijzingen. Het kan zijn dat er onder beleggers, burgers en bedrijven een heilig geloof is dat de inflatie hoe dan ook niet oploopt. De centrale banken van de Verenigde Staten en de eurolanden hebben sinds het begin van de jaren tachtig een succesvolle strijd tegen inflatie geleverd. Het lijkt rationeel om er van uit te gaan dat zij die strijd met even veel succes voortzetten. De rente op de kapitaalmarkt hoeft in dat geval niet met een stijging te reageren op een inflatiedreiging die er, ondanks de hoge tekorten van overheden en de exploderende olieprijs, niet is.

Dan is er de verhouding tussen de VS en Azië, waaronder vooral China. Hoewel China zijn nationale munt, de yuan, vorige maand een beetje flexibeler heeft gemaakt, koopt het land nog steeds grote hoeveelheden dollars in via de Amerikaanse rentemarkten om de dollar hoog te houden tegen de yuan. De aankopen drukken de koersen van Amerikaanse staatsleningen omhoog, en houden dus hun effectieve rentes laag.

Een derde reden kan gezocht worden in de buitennissige hoeveelheid geld die er op dit moment rondspoelt in de wereldeconomie. De centrale bank van de VS, de Federal Reserve Board, heeft achtereenvolgens op de Azië-crisis van 1998, de aandelencrisis van 2000 en daarna, en de aanslagen in New York gereageerd met een versoepeling van het rentebeleid. Daarmee werd het vertrouwen op de financiële markten, en het vertrouwen van burgers en bedrijven in de economie, succesvol overeind gehouden. Lenen werd steeds makkelijker, maar het gevolg is wel een explosie van de geldhoeveelheid geweest. De Europese Centrale Bank (ECB) was in die tijd beduidend strikter in de leer, maar heeft al sinds de introductie van de euro in 1999 te kampen met een hardnekkig hoge geldgroei. De Bank van Japan heeft, om de spiraal van dalende prijzen in Japan tegen te gaan, zelfs een bewust beleid van geldpompen gevolgd.

Het resultaat is dat de wereldwijde geldhoeveelheid, afgezet tegen de hoeveelheid goederen en diensten in omloop, adembenemend is gestegen, en zo'n beetje een kwart hoger is dan tien jaar geleden. Maar waarom is al dat overtollige geld niet opgedoken in hogere inflatiecijfers? De globalisering geeft hier een deel van het antwoord: de verplaatsing van productie naar bijvoorbeeld China en India houdt de prijzen van goederen en diensten structureel laag. Er is ook een minder gunstig antwoord: er is wel inflatie, maar niet in goederen en diensten zoals dat gewoonlijk zou gaan. De inflatie vindt nu plaats bij `activa'. In grote delen van de wereld, met de VS voorop, rijzen de vastgoedprijzen de pan uit. Zo'n zeepbel zou er ook kunnen zijn op de kapitaalmarkt. Het overtollige geld zoekt wanhopig naar rendement, drijft de prijzen van verhandelbare leningen (obligaties) overal op, en drukt daarmee de effectieve rentes naar beneden. Aangezien de hypotheekrente afhangt van deze kapitaalmarktrente, daalt die dus ook.

Zo hangt de lage hypotheekrente opeens samen met een nogal precaire toestand in de wereldeconomie. Hoe lang die voortduurt weet natuurlijk niemand, maar één ding is zeker. Gratis lunches zijn, zoals bekend, op zijn best hoogst zeldzaam.

    • Maarten Schinkel