Kokosmakron

Een studente geneeskunde doet onder pseudoniem verslag van haar stage in het ziekenhuis. Vandaag een patiënt met een opgezwollen kruis.

Als ik de operatiekamer binnenkom, ligt meneer De Wit al klaar op tafel. Hij zal geopereerd worden aan een tumor in zijn dikke darm. Het pijpje uit zijn mond, met hansaplast aan beide wangen vastgetaped, laat zien dat hij al `onder narcose' is. Uit de ingewikkelde anesthesie-stellage piept monotoon zijn hartslag. Dr. Veling, de anesthesist, laat me zien hoe ik de schermpjes moet aflezen. Hartslag: 78 slagen per minuut, bloeddruk: 140 over 80 en een saturatie van 98 procent. ,,Conclusie: patiënt is gereed voor de operatie'', constateert hij tevreden. En roept dan naar dr. Richter, de chirurg. ,,Alleen de blaascatheter moet je nog even inbrengen, Anton.'' Richter knikt, en Maria, de operatie-assistente, slaat de lakens weg.

Dan is het even helemaal stil in de operatiekamer. Alle ogen zijn gericht op de gigantische zwelling in het kruis van meneer De Wit. Zoals elk operatieslachtoffer, is hij uitgedost in een `netbroekje', een elastische ziekenhuis-onderbroek vol gaatjes. Maar elastisch of niet: zo'n voetbal is zelfs voor een ervaren netbroekje teveel: het staat duidelijk op knappen.

Verbijsterd staar ik naar de glanzend gezwollen stukjes balzak, die door de gaatjes naar buiten puilen. En plotseling herinner ik me het verhaal van meneer De Wit weer. Door zijn slechte voedingstoestand en nierproblemen, heeft zich overal overtollig vocht opgehoopt. Eén van de voorkeursplaatsen voor dit vocht (oedeem) is blijkbaar de balzak, waardoor een zogenaamd `oedemateus scrotum' ontstaat.

De schaterlach van dr. Veling haalt me uit mijn overpeinzing: ,,Wat een zwembad! Nou, Anton, heel veel succes met die catheter! Dat wordt zwemmen!'' Richter lacht mee: ,,Zwemmen? Eerder verdrinken! Ik moet kopje onder in dat scrotum!'' Maria voegt toe: ,,Blub blub. Vaarwel dokter. Als het te lang stil blijft, bellen we 112 hoor.''

Ook ik moet glimlachen om deze bizarre conversatie. Na twee maanden chirurgie ben ik de simpele joligheid op de operatiekamer wel gewend. En ik voel me er elke dag meer op mijn plek.

Richter trekt handschoenen aan en stroopt overdreven zijn mouwen op. ,,Ik ben klaar voor de sprong, Maria. Knip dat broekje maar los.'' Waarop Veling inspringt: ,,Knippen? Wat een gemiste kans! Leef je uit Maria. Zo'n geil net-slipje moet je van het lichaam schéuren!'' Ik schiet in de lach, en voor ik het weet flap ik er uit: ,,Ja, erafscheuren! En daarna opeten!''

In de ijzige stilte die volgt lijken mijn woorden eindeloos door te galmen in de holle ruimte. Wat een logisch vervolg leek op de conversatie klinkt nu met elke galm misplaatster. Richter staart me aan alsof ik een zojuist ontsnapte psychopaat ben. Veling is plots alle joligheid kwijt. Zijn donkere ogen staan in een peinzende frons. ,,Ehh.. ja. opeten. Ga je gang, jonge dokter.''

Ik voel mijn wangen gloeien, zoek in een laatste hoop Maria's ogen. Gelukkig vind ik daar een meewarige blik. Ze glimlacht opbeurend en knijpt even in mijn bovenarm. ,,Nou ja,'' mompelt ze verzoenend. ,,Met wat fantasie lijkt zo'n broekje inderdaad best een beetje op de onderkant van een kokosmakron.''

    • Anne Hermans