Joefits zware wereld van necrorealisme en waanzin

Films maak je niet met licht en haarscherp celluloid, moet de Russische punk-kunst-filmmaker Jevgeni Joefit (1961) ergens halverwege de jaren tachtig hebben gedacht. Maar wel met modder, afgeragd 16mm-materiaal en een verouderde medische encyclopedie.

Het waren de jaren dat de undergroundkunstscene in het toenmalige Leningrad met woeste, ongeremde experimenten de dood voorzag van de sociaal-realistische staatskunst, en en passant van het hele politieke systeem. Bij zulke grote, apocalyptische gedachten passen mythische, ja zelfs mystificerende beelden en die maakt Joefit dan ook. Op film. Zoals Papa, vadertje Vorst is dood, in Nederland in 1995 in de bioscoop uitgebracht. Maar ook op foto's, zoals in het Filmmuseum is te zien.

Necrorealisme heet zijn eenmansfilmstroming, een term die net zo logisch klinkt als de combinatie van wetenschappelijke miskleunen en ontmenselijkte levende lichamen die er een hoofdrol in spelen. Dit is existentialisme ad tragico-absurdum. Voor wie niet tegen een beetje hoogdravendheid en ernst kan is het retrospectief dat het Filmmuseum nu aan Jevgeni Joefit wijdt waarschijnlijk al te zwaar. Maar zoals vaak met een weerbarstig oeuvre helpt het om het in omgekeerde volgorde te bekijken. Dat betekent beginnen met Bipedalism, de film die dit jaar op het Filmfestival Rotterdam waar Joefit Filmmaker in Focus was, zijn wereldpremière beleefde.

Bipedalism (`tweebenigheid') is Joefits meest toegankelijke film. Als je onder toegankelijk tenminste scheve horizonten, hoofdpersonen op de rand van een acute psychose en kelders vol schedels en skeletten zoals we die uit horrorfilms kennen, verstaat. En waarom ook niet: Joefit filmt ze archaïsch, nieuwsgierig, met een sfeer van verbodenheid. Hij legt dan ook een heuse complottheorie bloot. In de jaren twintig en dertig zouden er geheime experimenten zijn gedaan met het kruisen van apen en mensen om een sterkere soort voor militaire doeleinden te kweken. Bipedalism neemt een kijkje in een ongedefinieerde toekomst waar deze aapmensen doelloos rondzwerven over de toendra.

Het aardige is dat de geschifte prof die dit alles op het spoor komt, zijn reconstructie baseert op vergane filmstroken waarop de experimenten zijn vastgelegd. En zo is voor Joefit de cirkel rond. Filmbeelden, droombeelden, herinneringen, hallucinaties en angstvisioenen vloeien ineen tot een film die op zijn beurt weer bewijsmateriaal is voor een griezelige theorie.

Het is een methode die Joefit wel vaker toepast. Bijvoorbeeld in The Wooden Room uit 1995, zijn kritische hommage aan een van de beroemdste Russische films aller tijden The Man with the Movie Camera (1929) van Dziga Vertov.

Wie deze zomer genoot van het boertige Waalse horrorsprookje Calvaire moet een kans om Joefit op het grote doek te leren kennen niet voorbij laten gaan. Maar ook liefhebbers van Joefits beschermheer Aleksander Sokoerov of zelfs Andrei Tarkovski en de Zweedse filmmaker Roy Andersson (Songs from the Second Floor) zullen verwantschappen herkennen.

Filmprogramma en fotoexpositie Jevgeni Joefit. Filmmuseum, Vondelpark Amsterdam. T/m 5/10, ma-vr 9.00-22.15, za/zo vanaf 1 uur voor 1ste voorst. Inl.: 020-5891 400, www.filmmuseum.nl

    • Dana Linssen