In de toekomst kijken

De tijden van Filippijnse en Zuid-Afrikaanse verpleegsters lijken voorlopig voorbij. Tot 2007 zijn er volgens onderzoeksbureau Prismant geen tekorten te verwachten in de verpleging en verzorging, waarin zo'n 650.000 mensen een baan hebben. Wel concludeert het bureau dat het nodig is om de opleidingscapaciteit met 10 procent te verhogen, om te zorgen dat er later geen tekort komt.

Ook bij artsen is er op het moment geen tekort, vertelt directeur van het Capaciteitsorgaan Henk Leliefeld. Sinds 2000 is het aantal opleidingsplaatsen voor artsen gestegen van 2.000 tot 2.850. De afgestudeerden die van de opleidingen afkomen, lijken gemakkelijk een baan te kunnen vinden. ,,Alleen voor huisartsen komen er geluiden uit de markt dat die minder snel een plek vinden die hen ook werkelijk bevalt'', zegt Leliefeld.

De zorg is en wordt steeds meer een sector gedomineerd door vrouwen. In de totale sector is 81 procent vrouw, volgens cijfers van het Loonkosten Gegevensbestand (LKG). Bij de studie medicijnen geldt dat van de eerstejaarsstudenten inmiddels 70 procent vrouw is. Van de afgestudeerden is dat nu ruim de helft. Een gevolg is dat veel artsen in deeltijd werken. De vrouwelijke artsen hebben gemiddeld een werkweek van 70 procent, mannelijke artsen van 90 procent. Vooral huisartsen werken in deeltijd. Veel huisartsenpraktijken zijn dan ook groepspraktijken geworden.

Het ziekteverzuim in de sector is gedaald ten opzichte van een aantal jaar geleden. Terwijl het verzuim, exclusief zwangerschapsverlof, in 2000 nog op 8 procent lag, is het nu 5,7 procent. In de sector zorg en welzijn werken ongeveer een miljoen werknemers.