Ik ga door

Hij werd rijk als de grondlegger van een supermarktconcern, verloor Nederlands eerste grote overnamegevecht en kreeg een verschrikkelijk ongeluk. Nu kijkt Eric Albada Jelgersma terug. ,,Ik heb de verkeerde mensen vertrouwd.''

Op zondag 30 januari 2005 viel Eric Albada Jelgersma tegen de railing van zijn schip en brak zijn nek. Sindsdien is hij verlamd, de eerste maanden kon hij niet zelf ademhalen, niet slikken. Hij lag een tijd op de afdeling intensive care van het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Vanaf begin juni is hij in een revalidatiekliniek in Zwitserland. Hij leert er de computer en de telefoon te bedienen door te blazen in een rietje. Met zijn armen en benen kan hij nog niets.

Zesenzestig jaar is hij, grondlegger van Laurus (Super de Boer, Konmar, Edah), uitdager van Ahold, miljardair toen de aandelenkoersen op hun hoogst waren (eind jaren negentig), eigenaar van wijnchâteaus in Frankrijk en Italië. Wat maakt dat hij het niet opgeeft?

In zeven gesprekken – hij is snel moe – vertelt Eric Albada Jelgersma over wat hem is overkomen en hoe het nu met hem verder moet. Hij vertelt over zijn vader, die kon zwemmen met één arm, en over zijn supermarktconcern – de groei, de bloei, het verval. Hij vindt het prettig, zegt hij, om terug te kijken op zijn leven, op wat hij goed en fout heeft gedaan, wat anderen goed en fout hebben gedaan. Maar hij probeert zichzelf niet te begrijpen of te verklaren. Daar is hij de man niet naar.

De eerste keer is op een woensdag in mei, in Utrecht, als hij net weer kan praten omdat hij niet meer de hele dag hoeft te worden beademd. Een paar dagen eerder, toen de afspraak werd gemaakt, zat hij in een stoel naast zijn bed. Nu ligt hij er weer in, omdat hij beginnende decubitus – doorligwonden – heeft. Het maakt hem boos en ongeduldig. Doordat hij moet liggen, werken zijn longen niet goed. En zolang zijn longen niet goed werken, kan hij niet gaan revalideren.

Hij heeft een gestreken overhemd aan en zijn haar is net gekamd. Het praten gaat moeizaam en aan zijn gezicht is te zien dat hij meer denkt dan hij kan zeggen. Het gesprek gaat over het ongeluk. Een paar fragmenten:

,,We waren aan het zeilen in de Caribbean, het was mooi weer, we hielden de hellingshoek op twaalf tot vijftien graden, heel normaal. Het was een uur of vier, vijf, we zaten in de achtercockpit te lezen en te praten. Er staan daar rieten stoelen, en in één keer ging mijn stoel los van de verankering. Ik schoot eruit, in slow motion, met mijn nek en mijn rug tegen de zijkant van de boot. Eerst was er niks aan de hand, en toen, binnen een halfuur, mijn rechterbeen, mijn rechterarm, mijn linkerbeen, mijn linkerarm, alles viel uit.''

En: ,,Het was een roes. Ik ben naar het hoofdziekenhuis van San Juan gebracht. Ik ben geopereerd, maar dat was al in Utrecht. Ik dacht: als ik niets doe, ga ik dood. Je kunt niets zelf. Ik kan alleen met mijn kin langs een bel gaan om de zuster te roepen. Als die bel het al doet. Ik dacht: dit wil ik niet, ik moet aan het werk. Vroeger zou ik snel zijn doodgegaan, zo niet onmiddellijk.''

En: ,,Ik dacht: dat moet me niet overkomen, dat ik doodga. Er zijn zoveel mensen van wie ik hou. Ik heb kleinkinderen, vrienden, vriendinnen. Ik heb een bedrijf waar ik van geniet, mijn kinderen. Ik ga vechten. Ik dacht ook: als ik niets meer kan, niet slikken, geen eten proeven, dan...'' Hij maakt zijn zin niet af. In plaats daarvan zegt hij: ,,Het heeft wel zin. Het heeft toch zin. Het is een heel korte overweging geweest. Maar ik weet: ik ga door.''

Vader

De volgende keer is twee dagen later, Eric Albada Jelgersma ligt nog steeds in bed. Aan het voeteneind staat een televisie, aan de muur hangen foto's van zijn kleinkinderen. Naar buiten kijken kan hij niet, er zijn geen ramen in zijn kamer. De meeste mensen op de intensive care liggen in coma. Hij vertelt over zijn vader – niet uit zichzelf, maar omdat ernaar gevraagd wordt.

,,Een warme man, klein van stuk, een handelsman. Vanaf zijn eenentwintigste had hij een gehandicapte arm. Hij had een enorme geldingsdrang. Veeleisend voor zijn kinderen. Ik was de oudste van negen jongens en twee meisjes, een groot, katholiek gezin. Ik werd door hem gechallenged. Ik moest voetballen van hem. Maar ik had een brilletje, daar kreeg ik dan die bal tegenaan, was mijn bril kapot. Het had een averechts effect. Toen ik in de derde klas zat, kon ik nog niet lezen. Pas in de vierde klas van de lagere school kreeg ik door waar het om ging. Toen ben ik gaan vechten. Vanaf toen wilde ik de beste zijn. Dat heeft mijn vader wel in mij opgeroepen. Het kwam er pas uit door het hoofd van de school waar ik toen op zat. Die kreeg vat op mij. Die zei: je moet vechten.''

Hij onderbreekt zichzelf en verontschuldigt zich: ,,Nu praat ik over mezelf.'' Hij heeft niet zo'n beste dag, zegt hij. Veel last van slijm in zijn longen en zijn mond, en hij heeft net gehoord dat hij nog vier of vijf dagen plat moet liggen. ,,Ik klaag niet. Ik leg het alleen even uit.''

Dan gaat hij verder: ,,Mijn vader zat in de auto toen er een wiel brak. Zijn arm moest worden geamputeerd. Hij lag in Breda in het ziekenhuis, 's nachts ging hij eruit om met zijn vrienden te kijken of hij nog kon autorijden met één arm. Hij leerde zichzelf weer zwemmen. Hij zwom van Vlissingen naar Breskens.''

Eric Albada Jelgersma werd geboren toen zijn vader vijfendertig was. Zijn moeder was veertien jaar jonger. ,,Ze was mooi en heel verliefd op mijn vader. Haar ouders waren tegen het huwelijk. Mijn vader heeft haar geschaakt en meegenomen naar België. Daar zijn ze getrouwd. Toen ik werd geboren, kwam het weer goed. De vader van mijn moeder bood zijn verontschuldigingen aan. Hij was classicus op het gymnasium, een intellectueel. Mijn vader was geen intellectueel.''

Hij begint over de groothandel in levensmiddelen die zijn vader en diens vader samen opzetten in Breda, in de jaren twintig. Toen het goed ging, kwam er een oom bij. Vanaf dat moment, zegt hij, was er ,,gelazer'' over wie de baas was – totdat hij de zaak overnam. Maar dat was pas jaren later. Hij vertelt over de hoofdonderwijzer, die hem op de lagere school vroeg wat hij nou eigenlijk wilde. ,,Ik zei: naar de universiteit. Ik wilde economie studeren, om mijn vader te pleasen. En ik wilde zelf ook wel wat bereiken. Die hoofdonderwijzer, Peter Broeren heette hij, hij had pedagogiek gestudeerd, die zei: dan moet je een plan maken, ik zal je helpen. Op mijn elfde of twaalfde ben ik naar kostschool gegaan. Drie jaar mulo en daarna de hbs. Ik had wel heimwee, maar ik mocht elke zes weken naar huis. En ik werkte hard, ik wilde hoge punten halen.''

Hij maakte zijn studie niet af. Toen hij net zijn kandidaatsexamen had gedaan, ging zijn oom dood. Zijn vader wilde dat hij in de zaak kwam, anders zat die alleen met de zoon van de oom – ,,neef Theo'', enig kind. Het was 1963. De groothandel, die kruideniers in Breda en omgeving bevoorraadde, had een omzet van twaalf miljoen gulden. ,,Het stelde niets voor. Mijn vader was een man van de korte termijn. Hij keek niet verder dan naar wat hij die week verkocht had. Hij werd niet gedreven door een gevoel voor planning.''

Hallucinaties

Het derde gesprek, nog steeds in Utrecht, kan niet doorgaan. Eric Albada Jelgersma heeft de hele nacht wakker gelegen en nu heeft hij last van hallucinaties. De week daarna – eind mei – praat hij twee middagen achter elkaar. Hij ligt nog steeds in bed, de beginnende decubitus is niet over. Hij moppert. ,,Ik kan niets beginnen en alles wordt maar vooruitgeschoven.'' Dan herneemt hij zichzelf. ,,Ik kan het hebben. Ik heb mijn hele leven in de toekomst gedacht. Ik heb het heden altijd uitgeschakeld.''

Hij vertelt hoe hij de groothandel in handen kreeg. Zijn vader werd ziek en toen zat híj alleen met neef Theo. Dat ging niet goed. ,,Hij deed de inkoop, ik zei: dat moet de directeur niet doen, dat moet de vakman doen. Ik haalde er één weg bij een andere inkooporganisatie. Toen had hij niet veel meer te doen. Ja, meeluisteren aan de telefoon. Ik zei: daar heb ik geen zin in, doe het maar zelf. Ik vroeg twee miljoen voor mijn aandelen. Dat kreeg hij niet rond. Toen zei de accountant tegen hem: als jij het niet kunt doen, moet Eric het maar doen. Ik heb twee miljoen uit de zaak gehaald, en daarmee de zaak de aandelen van mijn neef laten kopen. En toen had ik met de aandelen die ik van mijn vader gekocht had honderd procent.''

Dat was in 1975. Nee, zegt hij, zijn neef was zelf niet op het idee gekomen om het zo te doen. ,,Gelukkig niet. Hij had wel gevraagd of hij als aandeelhouder mocht mee blijven doen. Voor hem was dat natuurlijk veel beter geweest. Maar ik zei: dat doe ik niet. Hij heeft niet aangedrongen. Hij is psychologie gaan studeren.''

Eric Albada Jelgersma kocht de ene na de andere inkooporganisatie op. Hij wilde groot worden. Heel groot. Waarom? ,,Gewoon leuk. Lekker mezelf challengen. Iets opbouwen dat naam heeft. Als ik weer beter ben, begin ik opnieuw. Ik weet nog niet precies met wat. Ik heb nu de wijnbedrijven. Daar ben ik als een hobby mee begonnen. En ze lopen nu als een trein. We tellen mee in de Médoc. Ik heb tientallen brieven van wijnboeren gekregen die het erg vinden dat ik hier nu lig.''

In 1980 kocht hij Unigro, en toen begon hij in de buurt van zijn ideaal te komen. Het werd een wedstrijd met Albert Heijn, later Ahold. Er was een verschil: Albert Heijn kocht de winkels zelf, Unigro bleef een vrijwillig filiaalbedrijf, zoals dat heet, dat goederen, diensten en systemen leverde, maar de winkeliers verder zelfstandig liet. Albada Jelgersma wilde niet concurreren met Albert Heijn, zegt hij. Maar tussen Albert Heijn en Unigro ontstond wel een van de eerste grote overnamegevechten die Nederland meemaakte. En Unigro verloor. Dat was in 1988. Hij praat erover alsof het gisteren gebeurd is. Hij werd belazerd, zegt hij. Hij voelt de vernedering nog steeds.

Het ging om Schuitema, ook een vrijwillig filiaalbedrijf, met C1000 als belangrijkste supermarkt. Eric Albada Jelgersma was in 1981 begonnen met het kopen van aandelen Schuitema, met een stroman, om geen argwaan te wekken. Toen hij de meerderheid had, stelde hij voor om te fuseren. ,,Ik kon het niet afdwingen, in Nederland heeft de aandeelhouder niks te zeggen.''

Het was Angelsaksische avontuurlijkheid tegenover gereformeerde behoudendheid, zegt hij. Aandeelhouders van Nederlandse ondernemingen hebben bijna nooit stemrecht. De zeggenschap ligt bij de commissarissen, die elkaar uitkiezen en die niet alleen de belangen van aandeelhouders moeten behartigen, maar ook die van werknemers en de samenleving. En let maar eens op, zegt hij, hoeveel van die commissarissen nog steeds ,,uit de gereformeerde hoek'' komen. De directeur van Schuitema, Ide Vos, was ook gereformeerd. ,,Die stond elke ochtend om zes uur op, en dan ging hij een uur achter het orgel psalmen zingen. Een intelligente, gedreven man. Een goeie manager. Maar onbetrouwbaar.''

Ide Vos, zegt hij, kwam in 1982 al naar hem toe, zogenaamd om over een fusie te praten. ,,Ik zei: als ík het probleem ben, dan trek ik me wel terug uit de dagelijkse leiding. Dat was het plan. En toen is Schuitema eerst nieuwe aandelen gaan uitgeven, waardoor mijn aandelen verwaterden. En daarna haalde Ide Vos me over om mijn aandelen te verkopen aan een Zwitserse investeringsmaatschappij. Dan was het gevaar dat van mij uitging verdwenen en dan zou niets een fusie meer in de weg staan.''

Een week later bleek dat Ahold de aandelen van die investeringsmaatschappij had gekocht. Eric Albada Jelgersma verdiende 180 miljoen gulden. Maar Albert Heijn was in één keer de grootste supermarktketen van Nederland. Had Eric Albada Jelgersma Schuitema gekregen, dan was Unigro/Schuitema de grootste geweest. ,,Twintig procent van de markt, om mee te beginnen. We waren naar dertig procent gegroeid.''

Hij gaat nu iets vertellen, zegt hij, dat altijd geheim is gebleven.

,,Na een paar jaar kwam Ide Vos bij me terug. Hij had spijt gekregen. Hij mocht niks bij Ahold, niet expanderen, niks. Ahold had zijn eigen buitenlandbeleid en Schuitema mocht dat niet óók doen. Dus wilde Ide Vos van Ahold af en samen met Unigro verder. Toen zijn we weer gaan onderhandelen, met Cor Boonstra erbij. Die was bereid om onze president-commissaris worden. En ik zou weer aftreden als directeur en ook commissaris worden.''

Wat ging er mis? ,,Cees van der Hoeven hield het tegen.'' Die werd in 1993 voorzitter van de raad van bestuur. ,,Wij wilden dat Ahold negenenveertig procent zou krijgen. Maar hij wilde eenenvijftig procent. Hij wilde zeggenschap houden. Hij zei tegen mij: wij spelen in een heel andere league dan jij, wat jullie doen, is flauwekul. Wij zijn een world player.'' Geïrriteerd: ,,Hij zei dat zo snoevend. Maar wíj zaten toen allang in Spanje. Ahold was daar afgegaan.''

Was hij jaloers op Van der Hoeven?

,,Niet jaloers. Die praatjes die hij overal hield, bij alle investeerders, die sloegen in. Ik had daar bewondering voor.''

Longontsteking

De volgende afspraak, op 1 juni, kan ook niet doorgaan. Eric Albada Jelgersma heeft longontsteking en moet weer de hele dag worden beademd. Twee dagen daarna wordt hij overgebracht naar de revalidatiekliniek in Zwitserland, in het dorpje Nottwil bij Luzern. In Nederland is er geen revalidatiekliniek met de mogelijkheid van intensive care. Die heeft hij wel nodig. Uit het UMCU moest hij echt weg, zegt hij. Hij werd gek van het platliggen en het wachten.

Op zaterdag 16 juli vertelt hij verder. Hij zit in een rolstoel naast zijn bed, zonder beademing, in een eigen kamer, met uitzicht over een bergmeer. Hij kan naar dat meertje toe, als iemand hem brengt. De kliniek heeft er een picknickplaats. De kliniek heeft ook een zwembad, zalen met spiegels en dikke matten, een grote tuin met oefenpaden, een restaurant met lage balies. Er zijn werkplaatsen waar rolstoelen op maat worden gemaakt, en instrumenten die functies van handen en voeten vervangen. Overal hangen foto's van topsporters die zonder benen kunnen zwemmen of basketballen.

Hij zegt: ,,Ik denk niet aan het nu. Ik denk aan de toekomst. Ik moet zorgen dat ik weer mobiel ben. Ik heb een huis in Verbier, dat zal ik laten aanpassen. En dan: twee verzorgers, van wie er één kan chaufferen. Als ik dat voor elkaar heb, kan ik alles. Het hoeft niet meer zo leuk te worden als de afgelopen veertig jaren. Maar het kan wel weer leuk zijn. Meer in de diepte. Lezen wat de Dalai Lama gezegd heeft. Of de wijsgeren van de twintigste eeuw. Dat boek heb ik al heel lang. Nooit gelezen. Dat wil ik nu gaan doen. Ik heb een leesmachine nodig om de bladzijden om te slaan. En ik wil een voice command systeem. Dat ik alleen maar hoef te zeggen: licht aan, licht uit. Maar dan moet wel mijn stem weer goed zijn. Dus moet ik eerst goed kunnen slikken. En daarvoor moeten mijn longen in orde zijn.''

Dan gaat hij door waar hij vorige keer gebleven was: Cees van der Hoeven. Ze zagen elkaar ook thuis, bij diners. ,,Hij zei tegen mij: ik ben niet zo rijk als jij bent. Of: ik ben maar een loonslaaf. En dan zei ik: ik ben ook maar met één cent begonnen, en jij bent toch goed bezig met je opties, maak jezelf niet belachelijk.'' Eric Albada Jelgersma voorspelde hem dat hij de nieuwe bestuursvoorzitter van Ahold zou worden. Cees van der Hoeven wilde hem niet geloven. Hij stuurde Albada Jelgersma gouden Ahold-manchetknopen toen het toch zo was.

1,8 miljard

Hoe rijk was Eric Albada Jelgersma? Eerst de 180 miljoen gulden voor zijn aandelen Schuitema. Toen een verdubbeling van de waarde van zijn aandelen na de fusie met De Boer tot De Boer Unigro, in 1996. En na de fusie met Vendex Food Group (Edah) tot Laurus, in 1998, een stijging tot 1,8 miljard euro. ,,Het was rijkdom op papier'', zegt hij. ,,Het zat in aandelen, in vastgoed, in mijn kunstverzameling. Ik heb er nooit veel aandacht aan besteed. Eén ding heb ik wel gedaan, na de fusie met De Boer: ik heb een nieuwe boot laten bouwen. En ik kocht de wijnbedrijven.''

Als hij tóen zijn aandelen Laurus had kunnen verkopen, ja, dan was hij verschrikkelijk rijk geweest. En áls hij het had kunnen doen, zegt hij, dan was het aan het Franse supermarktconcern Casino geweest. Later, in 2002, gingen aandelen Laurus ook naar Casino – niet voor 28 euro per stuk, maar voor 90 cent. Hij werd weer belazerd, zegt hij.

De grootste fout maakte hij zelf, zegt hij. Bij de overname van Vendex Food Group, in 1998. Hij had de meerderheid van de aandelen van De Boer Unigro. Hij wilde ook het stemrecht dat erbij hoorde. Hij wilde zeggenschap. Maar hij vond Harry Langman tegenover zich, de president-commissaris van Vendex, gereformeerd, en groot voorstander van het Nederlandse model waarbij in een onderneming de commissarissen het voor het zeggen hebben. ,,Langman zei: nóóit een Albada de baas, als dat gebeurt, is er geen fusie.''

Nee, zegt hij, niet alle zakenmannen van Nederland hadden een hekel aan hem. ,,Alleen die mannenbroeders van de AEX-topbeursfondsen.'' Die moesten hem niet, zegt hij, omdat hij te eigengereid is. ,,In principe ben ik geen man voor een beursvennootschap. Ik ben er niet geschikt voor. Ik vind: de eigenaar moet de lijn uitzetten.''

Harry Langman won. Na de fusie met Vendex had Eric Albada Jelgersma nog 35 procent van de aandelen. Hij kon zijn aandelen niet zo maar verkopen. Daar moest hij toestemming voor hebben van de commissarissen. Maar hij wilde er vanaf, en hij vroeg aan Remmert Laan om voor hem een koper te zoeken.

Remmert Laan, voorheen zijn vriend en vertrouwensman. Vennoot bij de Franse zakenbank Lazard Frères, bemiddelaar bij de fusie tussen Unigro en De Boer, als commissaris van De Boer Unigro betrokken bij de totstandkoming van Laurus. Volgens Eric Albada Jelgersma komt het door hém dat Laurus in 2002 voor zo'n lage prijs aan Casino werd ,,verkwanseld''. Hij noemt hem de ,,grootste verrader'' die hij gekend heeft. ,,Zogenaamd werkte hij voor mij. In werkelijkheid is hij vanaf de fusie met De Boer bezig geweest om het bedrijf in handen van Casino te spelen.''

Lazard Frères, waarvan Remmert Laan vennoot was, was adviseur van Casino. Toen Casino een belang in Laurus nam, stonden de aandelen Laurus bijna op nul. Laurus werd met opzet zo laag gewaardeerd, zegt Eric Albada Jelgersma. ,,Het was self fullfilling prophecy. Daardoor gíng de waarde omlaag. De werkelijke waarde was veel hoger.'' Hij zegt dat het een complot van de banken en Casino was, tegen hem. Hij vroeg de Ondernemingskamer, de rechtbank van het bedrijfsleven, om de transactie ongedaan te maken. Die zaak loopt nog. En als hij zijn zin krijgt, zegt hij, begint hij een zaak tegen Remmert Laan.

Hij spande ook zaken aan tegen de commissarissen van Laurus wegens wanbeheer. Wat hij hen het meest nadraagt: dat ze de leiding over Laurus aan de verkeerde mensen gaven. Eerst Willy Angenent, daarna Ole van der Straaten. ,,Als ik het voor het zeggen had gehad, was het nooit gebeurd.'' Ole van der Straaten begon in mei 2000. Hij was de man die alle supermarkten van Laurus wilde verbouwen tot luxe Konmars, om te concurreren met Albert Heijn. Dat werd een geweldige mislukking.

,,Hij deed alles fout'', zegt Eric Albada Jelgersma. ,,Hij was veel te optimistisch. Stapte blind in Konmar. Niks getest, al zei hij van wel. Rare kleuren koos hij, geel en zwart, alles moest Konmar worden. Maar hij paste de logistiek niet aan. Weet je wat hij deed? Hij liet oude voorraden van winkels gewoon weggooien, naar de vuilnisbelt. Weet je wat voor indruk dat maakt op werknemers? De hele back office, alle systemen – het was niet geregeld. Het was ook zo stom om de marktleider uit te dagen. Dat moet je nooit doen.''

Ole van der Straaten werd in de zomer van 2001 ontslagen. Albada Jelgersma probeerde hem eerder weg te krijgen, maar hij kreeg de commissarissen niet mee. Met een aantal ,,getrouwen'' had hij vast een ,,schaduwbestuur'' gevormd, met Cor Boonstra als voorzitter. Maar die moest zich terugtrekken toen het Openbaar Ministerie hem van aandelenhandel met voorkennis beschuldigde.

Meertje

De volgende dag, zondag 17 juli, zit hij in de zon bij het meertje. Hij mag twee uur buiten blijven en dan moet hij terug zijn, voor zijn longen.

Hoe voelt dat, om een bedrijf op te bouwen en het op zo'n manier weer kwijt te raken?

,,Dat ongeluk is erger.''

U bent veel geld kwijtgeraakt.

,,Geen geld, maar een mogelijke opbrengst. Ik heb zelf nooit liquiditeiten gehad, ik heb altijd alles geïnvesteerd. Natuurlijk had ik mijn aandelen moeten verkopen toen ze op 28 stonden. Maar dat kan niet zomaar als je zo'n groot belang hebt.''

Heeft u er spijt van?

,,Nee. Ik heb er alleen spijt van dat ik door de knieën ben gegaan voor Langman. Dat ik geen zeggenschap had, dáár heb ik spijt van. Dat is een fout van mij geweest. Als je zoveel geld in een bedrijf hebt, dan moet je ook de controle hebben. Waar ik ook spijt van heb: dat ik de verkeerde mensen heb vertrouwd. Ik wil iets bereiken, waarde creëren uit het niets. Dat is wat mij drijft. En ik hanteer de erecode van fair play. Maar ik weet nu dat veel mensen zich daar niets van aantrekken.''

Fair play? U probeerde Schuitema stiekem over te nemen.

,,Het is niet verboden om aandelen te kopen. En als je aandelen ziet waarvan je weet dat ze te laag staan, dan moet je ze kopen. Dat is goed zakendoen.''

U had het het liefst vijandig gedaan.

,,Ja, natuurlijk. Maar in Nederland heb je geen schijn van kans. In Nederland moet alles volgens het harmoniemodel. En dat heb ik geprobeerd.''

U diende klachten tegen de commissarissen van Laurus in bij de Ondernemingskamer.

,,Als ik zie dat ik bedrogen word, als ik zie dat mensen de zaak waarvoor ze moeten staan verkwanselen om hun eigen hachje te redden, ja, dan ga ik er achteraan. Maar het is hetzelfde als met dat ongeluk. Uiteindelijk kun je niets doen.''

Waarmee verdient u nu geld?

,,Ik heb een vennootschap in vastgoed die bedrijfspanden verhuurt. En dan heb ik nog een inkomen uit de wijnbedrijven – Giscours en Du Tertre in de Bordeaux, Caiarossa in Toscane. De Giscours van Parker een 92 gekregen, en de Du Tertre een 90. (Parker is de Guide Michelin van de wijnen, red.)

,,Verder ben ik nu aan het afbouwen. Ik heb een Bugatti uit maart 1939, toen ik werd geboren. Die ga ik verkopen. Ik heb een landgoed in België, dat staat nu ook te koop. En ik heb de boot verkocht voor een heel goed bedrag. Weer een zorg minder. Met een boot is het zo: je bent blij als je hem hebt en nog blijer als je er weer vanaf bent. Aan de andere kant, als ik weet in hoeverre ik weer zal opknappen, koop ik misschien een andere boot. Een scherpe zeilboot. Dat lijkt me wel wat.''

Afgelopen zondag, 4 september, liet Eric Albada Jelgersma zich de tekst van dit verhaal voorlezen. Hij nam er geen woord van terug. Daarna demonstreerde hij hoe hij met een rietje de zonwering op zijn balkon omhoog en omlaag kon laten gaan. Rond het middaguur at hij een klein bord spaghetti bolognese, geholpen door de logopediste. ,,Het is therapeutisch'', legde hij uit. ,,Ik moet goed leren slikken.'' Weer kunnen eten na een half jaar sondevoeding – dat is erg prettig, zei hij.