Hollanders getekend als lompe kapers

In Latijns-Amerika draait met groot succes een Peruaanse tekenfilm waarin de Nederlanders worden geportretteerd als plunderende piraten.

Hollandse piraten die met elf zwaarbewapende schepen brandschattend voor de kust van Peru liggen, baren veel opzien in Latijns Amerika. De tekenfilm waarin zij optreden heeft ruim anderhalf miljoen mensen in vijftien landen getrokken.

Piraten in de Stille Oceaan, heet de eerste 3-D-tekenfilm die gemaakt is in Peru. De voor zo'n 400.000 euro vervaardigde kinderfilm is een kaskraker. De film waarin twee negenjarige Peruaanse jongetjes het succesvol opnemen tegen wrede Nederlandse piraten trekt in Latijns Amerika meer bezoekers dan menig kinderfilm uit Hollywood.

De tekenfilm die van Vuurland tot Mexico te zien is, verhaalt over de door de Republiek georganiseerde kaapvaarten in de zestiende eeuw. Deze zogeheten vrije nering betrof een goed georganiseerde vorm van Hollandse piraterij in de zeventiende eeuw. Doel van de plundertochten was de macht van de Spanjaarden te breken door hun zilvervloten uit het huidige Chili, Bolivia en Peru te overvallen.

De reusachtige en nogal raar nichterig Spaans sprekende Nederlandse hoofdrolspeler uit de tekenfilm heet Jacques L'Hermite (de kluizenaar), bijnaam van Jacob Clerk. Deze in 1582 in Antwerpen geboren zeevaarder voerde samen met vice-admiraal Gheen Huygen Schapenham het bevel over de zogeheten Nassause vloot. In mei 1624 lagen ze voor de haven Callao bij de Peruaanse hoofdstad Lima in de hoop de Spanjaarden hun buit te kunnen ontfutselen. Het liep treurig af. De Spanjaarden bleken net een paar dagen eerder al vertrokken naar Panama. L'Hermite stierf nog hetzelfde jaar aan vermoedelijk hevige dysenterie en ligt begraven op het eilandje San Lorenzo vlak bij Lima.

Het voor het Nederlandse gedeelte in ieder geval vrijwel historisch correcte verhaal van de tekenfilm is gebaseerd op een boek van de Peruaanse econoom, kinderboekenschrijver en producent van de tekenfilm Hernán Garrido-Lecca: ,,Mijn achtjarig zoontje wilde dat ik een goed piratenboek schreef. Na grondig onderzoek koos ik voor een verhaal over Nederlandse piraten omdat zij de enigen waren die het waagden om Lima aan te vallen.''

Dat de Nederlanders wreed huishielden aan de westkant van het Zuid-Amerikaanse continent was volgens de schrijver tot voor kort nauwelijks bekend in Peru en omstreken. Maar door het succes van de film staan de Hollanders nu onder de Latijns-Amerikaanse jeugd te boek als vermaarde zeeterroristen. De Hollanders staken in 1624 uit frustratie bijvoorbeeld de Equadoriaanse havenstad Guayaquil in brand.

In de film zijn de Hollanders een horde zelfgenoegzame messentrekkers en drinkebroers. De door de Nederlandse regering gestuurde kaapvaarders lijken nog het meest op voetbalsupporters van de gruwelijkste soort. Auteur Hernán Garrido-Lecca verzekert desgevraagd dat hij geen bijzondere hekel heeft aan Nederlanders. ,,Ik deelde tijdens mijn studie aan de Harvard Universiteit mijn kamer met een Nederlander en dat was heel gezellig. Ik kom ook graag in Nederland''.

Aanvankelijk krijgen de Hollanders steun van de indianen die denken dat ze zich met hulp van deze piraten kunnen bevrijden van het Spaanse juk. Maar in de loop van de film krijgen de indianen openbaringen waarin duidelijk wordt dat de Hollanders nog erger zijn dan de Spanjaarden. ,,De Hollanders zullen ons als slaven verkopen'', verzucht een indianenhoofdman. Vanaf dat moment keert alles en iedereen zich tegen de Hollandse onverlaten. Goddank worden ze in de pan gehakt.

Hoewel de Hollanders met hun door de overheid georganiseerde piraterij de macht van de Spanjaarden in Latijns Amerika niet wisten te breken en er bijvoorbeeld ook niet in slaagden Peru te bezetten – zoals het plan was – of zelfs maar de zilvermijnen van Potosí in het huidige Bolivia te veroveren, heeft het bootplunderen ze geen windeieren gelegd. Volgens de boekhouding van de West Indische Compagnie (WIC) hebben Nederlandse schepen tussen 1623 en 1637 ruim zeshonderd vijandelijke schepen geënterd. De netto opbrengst van de piraterij bedroeg zo'n 36 miljoen gulden. Grootste succes was de door Piet Heyn op 8 september 1628 bij Cuba veroverde Spaanse zilvervloot die een buit van zo'n twaalf miljoen gulden opleverde. Het geld werd deels geïnvesteerd in de uiteindelijk mislukte kolonisatie van Brazilië.

De tijd waarin onverschrokken Hollanders rijk probeerden te worden in Latijns Amerika is inmiddels overigens heel lang geleden. Met de activiteiten van het Nederlandse bedrijfsleven in Peru is het treurig gesteld, zegt de Nederlandse ambassadeur in Lima, Paul Schellekens: ,,Het zou wel een stukje beter kunnen.'' Bedrijfskanjers als Philips en Ahold zijn de laatste jaren vertrokken en zelfs de schamele 100 Shell-stations zijn verkocht aan Latino's.

Met Piraten in de Stille Oceaan proberen de Peruanen nu geld te verdienen in Nederland. Auteur Garrido-Lecca is via een Belgische agent op zoek naar een distributeur. De tekenfilm is wel verkocht aan een ander Hollands roofgewest: Indonesië.

    • Marcel Haenen