`Hoe moet het toch verder met die partij van mij'

De top van het CDA reageert krampachtig op kritiek, vinden CDA-prominenten. En Balkenende moet met meer autoriteit spreken.

De CDA-fractie in de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord reageerde meteen op het boek van oud-minister Bert de Vries. Een dag na de publicatie van `Overmoed en Onbehagen', vorige week donderdag, liet de CDA-fractievoorzitter in Feijenoord in een persbericht weten dat zijn partijgenoot De Vries gelijk had met zijn kritiek op het kabinet-Balkenende en het CDA. Er is te weinig aandacht voor de zwakkeren. De fractievoorzitter vindt dat bijvoorbeeld Antilliaanse en Arubaanse `medeburgers' wel eens een `warme hand of schouderklopje' zouden mogen krijgen van het CDA.

Andere afdelingen of lokale bestuurders van het CDA reageerden niet uit zichzelf. Er zijn er ook nog maar weinig die het boek hebben gelezen. ,,In Nijkerk was het uitverkocht'', zegt Kees van Baak, fractievoorzitter in de gemeenteraad van Nijkerk en secretaris van de CDA-bestuurdersvereniging in Gelderland. Hij heeft het boek nog maar net in huis, maar hij wil er al wel wat over zeggen – net als de meeste andere vertegenwoordigers van de provinciale bestuurdersverenigingen van het CDA. En net als bijna alle andere bestuurders begint hij over de manier waarop De Vries zijn kritiek uit: in een boek. Dat had hij niet moeten doen, vinden de meesten. ,,Ik had liever een interne discussie gehad'', zegt IJzebrand Rijzebol, voorzitter in Groningen. Pieter van der Vinne uit Overijssel, noemt het boek ,,een mes in de rug van de partij''. ,,Ik weet niet wat hem bezielt om dit zo te doen.''

Aan het eind van de gesprekken met acht CDA-bestuurders – over het boek van De Vries, het kabinetsbeleid en de koers van het CDA – gaat het bijna vanzelf ook over het leiderschap van Jan Peter Balkenende. Omdat de bestuurders ook wel snappen dat het niet goed gaat met de partij. Er is weinig vertrouwen in het kabinet en in peilingen staat het CDA al bijna twee jaar op een verlies van meer dan tien zetels. De bestuurders zeggen dat Balkenende een ,,uitstekend CDA-mens'' is, ze noemen hem ,,een prima vent'' en ,,integer tot en met''. Pas daarna komen ze met hun kritiek.

Reinder Spriensma, lid van de Provinciale Staten in Flevoland, zegt dat de boodschap van het kabinet maar niet wil `landen'. ,,Misschien zou die met meer helderheid en autoriteit gebracht kunnen worden.'' Balkenende wordt `wat stijf' als er camera's bij zijn, vindt Spriensma. ,,Hij zou wat spontaner moeten worden.'' En hij zegt: ,,Hadden we nog maar een Jan de Koning in ons midden. Die kon klip en klaar een boodschap neerzetten en daar geloofden de mensen in.'' (De Koning was minister in de kabinetten van de CDA-premiers Van Agt en Lubbers.) Rijzebol uit Groningen zucht als het gaat over de boodschap en over de manier waarop Balkenende die brengt. ,,We hebben het wel eens overtuigender gezien. Balkenende is superinteger, maar hij zou wat enthousiaster en met meer schwung moeten overkomen.'' Henk Jansen, secretaris in Limburg, zegt: ,,Hij mocht af en toe wel wat feller zijn, wat steviger.''

Sjaak van der Tak, burgemeester van Westland en voorzitter van de jubileumcommissie van het CDA (de partij bestaat dit jaar 25 jaar), vindt dat ,,de communicatie'' van het kabinet ,,driehonderd keer beter'' moet worden. Ministers moeten op straat, op pleinen en in kerken vertellen wat ze doen en waarom. Van der Tak vindt niet dat Balkenende meer verantwoordelijkheid heeft voor de gebrekkige communicatie dan anderen in het kabinet. ,,Hij blijft mijn maatje.'' En hij zegt: ,,Kijk naar de zorg, let op de taal die Hoogervorst (VVD) gebruikt. Hij is ontoegankelijk. Of neem Zalm (VVD). Dat is ook geen communicator. Maar je hebt in het kabinet wel met die mensen te leven.''

Van der Tak zegt dat hij het boek van De Vries in Naaldwijk nog niet heeft kunnen kopen. Hij weet wel waar het over gaat en hij is het eens met wat partijvoorzitter Marja van Bijsterveldt erover heeft gezegd. ,,De toon van het boek is zuur en verwijtend. Dat vind ik jammer.'' De Vries schrijft dat het kabinet doemscenario's gebruikt, bijvoorbeeld de vergrijzing, om een eind te maken aan de verzorgingsstaat. Maar het kabinetsbeleid is wél sociaal, vindt Van der Tak. ,,Solidariteit moet ook vanuit de samenleving zelf komen. Soms kun je dat alleen met een breekijzer voor elkaar krijgen.''

Dat vinden ook de andere voorzitters, oud-voorzitters en secretarissen van CDA-bestuurdersverenigingen in dit verhaal. Het was nodig, zeggen ze, dat het kabinet ingreep in de WAO, de VUT en prepensioenen en het zorgstelsel. Maar er zijn er ook – Rijzebol uit Groningen en Coos de Jonge uit Drenthe – die vinden dat het tijd wordt om mensen met een laag inkomen te ontzien. En er zijn er die vinden dat het kabinet minder dreigende taal zou kunnen gebruiken. CDA-Europarlementariër Lambert van Nistelrooij, oud-voorzitter van de bestuurdersvereniging in Noord-Brabant: ,,De vergrijzing biedt ook kansen. Noem het silver economy en het klinkt al heel anders.''

CDA-prominenten die niet meer politiek actief zijn hebben meer begrip voor de kritiek van De Vries dan de vertegenwoordigers van bestuurdersverenigingen. Oud-partijvoorzitter Marnix van Rij, oud-minister Hans van den Broek en oud-fractievoorzitter Willem Aantjes vinden dat de CDA-top krampachtig reageerde op `Overmoed en Onbehagen'. Partijvoorzitter Van Bijsterveldt zei bij de presentatie van het boek: ,,Van je familie moet je het maar hebben''. Aantjes: ,,Ik was verbijsterd. Toen Van Bijsterveldt aantrad, zei ze dat ze de discussie in de partij wilde laten aanzwellen. Ik constateer dat ze dreigt te bezwijken onder de druk van het idee dat we vóór alles het kabinet moeten dienen.'' Vorig jaar schreef Aantjes met zesendertig andere CDA-prominenten – onder wie De Vries, oud-partijvoorzitter Lodders en de oud-ministers Albeda en De Graaf – een brief waarin stond dat het kabinetsbeleid niet sociaal was. Aantjes zegt dat hij toen zijn best had gedaan om te voorkómen dat de brief uitlekte. ,,Ik ken mijn pappenheimers, ik wist: dan gaat het alleen nog maar dáárover.'' Maar Trouw publiceerde de brief. Aantjes: ,,Er volgden allerlei verdachtmakingen en er kwam geen inhoudelijke reactie. Je ziet nu hetzelfde. Iedereen reageert persoonlijk gekwetst. Dat is een afschuwelijke cultuur.''

Oud-minister Van den Broek zegt: ,,Ik zou graag zien dat er niet vermijdend wordt gereageerd op de kritiek van De Vries. Hij heeft geen andere bedoeling gehad dan de discussie op gang te brengen.'' Van Rij noemt de eerste reacties van de partij op het boek ,,niet gepast'' en ,,geen voorbeeld van volwassen politiek leiderschap''. Hij vond wel dat Van Bijsterveldt haar best deed om later in het televisieprogramma Buitenhof te reageren op de inhoud van het boek. Van Rij noemt `Overmoed en Onbehagen' ,,een gedegen analyse'' van het socaal-economisch beleid.

Van Rij vindt Balkenende een ,,uitstekende leider''. ,,Maar hij moet wel tegen kritiek kunnen.'' Van den Broek zegt dat hij ,,mild'' is over Balkenende omdat die minister-president is in een moeilijke tijd. Alleen Aantjes noemt Balkenende ,,een deel van het probleem''. Balkenende, vindt hij, is te veel gaan houden van de macht. Hij zegt: ,,Houd je ogen en oren toch open voor kritiek van mensen zoals De Vries.'' Heel even is hij stil. Dan zegt hij: ,,Het is zo tragisch. Hoe moet het toch verder met die partij van mij.''