Hoe een meisje uit de stad de polder in een flesje stopt

Gras, hooi, melk en rund – la voilà: Eau de Polder, vanaf deze week verkrijgbaar bij de Bijenkorf. Aan Tracy Metz legt kunstenares Birthe Leemeijer uit hoe je van de polder een parfum maakt

Hoe ruikt een polder? En hoe ruikt in het bijzonder Mastenbroek, een van de oudste polders van Nederland? Iets van koe moet er inzitten, want het zijn bijna allemaal veehouders, de boeren in dit deel van Overijssel. Dus moet er ook een vleugje hooi zijn. En gras, en wolken. Maar hoe ruikt een sloot die in de winter langs de randen bevriest, of de klonten aarde aan de laarzen naast de achterdeur?

Nu kan heel Nederland weten, en ruiken, wat de essentie van deze polder is: de Bijenkorf verkoopt in al haar filialen voor 45 euro flacons met `L'Essence de Mastenbroek: Eau de Polder', een kunstwerk van Birthe Leemeijer.

In opdracht van de provincie Overijssel ging deze kunstenares drie jaar geleden op zoek naar een manier om het wezen van de polder te vangen. De nieuwbouwwijken van de omringende gemeenten als Zwolle en Kampen rukken op en zelfs deze idyllische landelijke omgeving wordt steeds meer een verlengstuk van de stad.

De provincie hoopte dat kunstenaars in staat zouden zijn om, in samenspraak met de mensen die er wonen, de verbeelding te mobiliseren en de identiteit van de polder vast te leggen. De provincie schakelde de SKOR in, Stichting Kunst in de Openbare Ruimte, en die stelde Sjaak Langenberg uit Den Bosch en Birthe Leemeijer uit Haarlem voor. Langenberg maakte samen met scenarist Theo van den Aker een film, Leemeijer ontwikkelde een parfum.

,,Ik was net in het parfummuseum in de Franse stad Grasse geweest'', vertelt Leemeijer in het bezoekerscentrum van het Mastenbroekse stoomgemaal Venerite. ,,Op het dak is daar een plantenkas met geurzuilen. Toen dacht ik: net zoals je een plant met een geur associeert kun je ook een landschap met een geur verbinden. Geuren hebben een heel sterk vermogen om herinneringen wakker te maken, om verhalen op te roepen. Ik zou willen dat iedereen uit Mastenbroek die de polder verlaat, omdat die gaat verhuizen of studeren of emigreren, een flesje meeneemt om zijn herinneringen erin te leggen.''

Hier in het bezoekerscentrum, met uitzicht op de plas achter het gemaal, staat op een zuil de `bron' van de Eau de Polder, een grote bolle glazen kolf met twintig liter dikke, donkere roodgroene vloeistof. Sinds de presentatie van het parfum aan de polderbewoners afgelopen mei is het hier te koop, in een mooie glazen kolf in een wit doosje. De binnenkant van het doosje, een ontwerp van Renate Boere, is rondom bedrukt met foto's van Mastenbroek – in het ene doosje is dat een beeld van bevroren sloten, in het andere de polder in zijn volle zomerse glorie met een grazige slootkant, erachter koeien, daarachter wuivende bomen en daarboven blauwe luchten. Als je flacon leeg is, kan je terug naar de `bron' om het flesje – zolang de voorraad strekt – gratis te laten bijvullen.

PROFESSIONELE NEUS

In haar zoektocht naar ingrediënten voor de Eau de Polder kwam Leemeijer aanvankelijk terecht bij het bedrijf Tokos in Noordscheschut. Dat kon uit voorraad een ruime keuze aan samples leveren met landelijke luchten: de geur van gras, hooi, slootkant, stallucht, zelfs de geur die rond een kist met bewaarappelen hangt. ,,Ik zag al snel in dat ik een `neus' nodig had'', zegt ze, ,,dat wil zeggen een professionele parfumeur. Via bekenden uit de modewereld kwam ik in contact met Alessandro Gualtieri, een Italiaan die in Amsterdam woont. Het klikte meteen, hij heeft mij bij alle beslissingen betrokken en mij ook in zijn wereld toegelaten.''

Dat wil niet zeggen dat ze precies weet welke ingrediënten in welke verhoudingen er in het Eau de Polder zitten – dat is en blijft het geheim van de `neus'. Dat vindt ze geen punt. ,,Waar het mij vooral om gaat is het gevoel van herkenning dat de geur oproept, niet zozeer om de vraag of de hooilucht precies klopt. De geur moet zo vertrouwd aandoen dat mensen hun eigen associaties erin kunnen leggen.'' Wel weet ze hoe de geur grosso modo is opgebouwd: een `hoge' noot van gras en hooi, een middennoot van melk, de lage noot rundergeur.

STRONTSPRAY

Het is niet voor het eerst dat Birthe Leemeijer (33), die aan de Rietveld Academie en het Sandberg Instituut studeerde, met geuren werkt. Voor de beeldententoonstelling `Dreamscapes' in het Arboretum van Wageningen (2003) zette ze stukjes grond af met kniehoge hekken en plaatste er bankjes van sloophout in; de toeschouwer kon daarop zitten om naar het landschap te kijken terwijl er om hem heen geurstof werd verspreid.

Haar werk is er vaak op gericht, mensen anders naar hun alledaagse omgeving te laten kijken. Voor een manifestatie van de Stichting AIR in 1999 in de Hoeksche Waard liet ze mensen opstijgen in een heteluchtballon om hun een nieuw perspectief op het gebied te bieden dat net als Mastenbroek de hete adem van de grote stad Rotterdam in zijn nek voelt. Drie jaar eerder plaatste ze in de branding op het strand bij Vrouwenpolder een enorme schommel. En voor een kunstprogramma van de Avro maakte ze in 1998 een kunstwerk dat alleen bestaat dankzij de verbeelding die het bij de kijker oproept: ze hield een bord vast met daarop de tekst `Ik laat u het mooiste zien dat ik ken'.

Het hele idee dat kunstenaars de veehouders iets over hun omgeving te melden konden hebben – en dat de provincie en een aantal gemeenten daarin geld zouden steken – werd in het begin met enige scepsis ontvangen. Niet iedereen was van het idee gecharmeerd: een raadslid van Kampen liet luidruchtig weten dat hij er niks in zag, zijn gemeente onder de aandacht te brengen met `strontspray'. Kampen heeft uiteindelijk ook niet meegedaan aan het kunstproject, Zwolle en Zwartewaterland wel. Een essentieel onderdeel van het project in Overijssel was dan ook de betrokkenheid van de polderbewoners zelf. Mede daarom riep Birthe Leemeijer een `essenceclub' in het leven, waarin elf Mastenbroekers zaten, acht vrouwen en drie mannen. Ze kwamen vaak bij elkaar in de `skybox' van veehouder Bert Kanis, een ruimte in de stal op één hoog met uitzicht over zijn ruim zeventig melkkoeien. ,,Wij noemden onszelf de `snuffelploeg','' zegt Kanis. ,,Birthe is een meisje uit de stad. Het was aan ons om haar inzicht te geven in het leven hier, het werk van de boeren en de veranderingen van de polder in de verschillende seizoenen.'' Vindt Kanis het resultaat lekker ruiken? ,,Heerlijk. 't Is net een mooie voorjaarsdag met de geur van pasgemaaid gras.''

Tot Leemeijers verbazing was de Bijenkorf meteen enthousiast om Eau de polder te verkopen. ,,Al de eerste keer dat ik met het hoofd inkoop hierover sprak vertelde ze dat ze een huis in Friesland heeft. Zij begreep meteen dat zo'n geur een bijdrage is aan een gezamenlijk gevoel over de plek waar je woont.'' En dan moet iedereen voor zichzelf beslissen of hij of zij het flacon op de schoorsteen neerzet, als een souvenir of een kunstobject, of tussen de andere parfums in de badkamer.