Haar viel over de schouders, een bevrijding

Het verbod op het dragen van een hoofddoek op Franse scholen, een jaar geleden ingevoerd, staat symbool voor hoe het land omgaat met de islam. `Psychodrama' met een succesvol slot.

Het was vorige week precies een jaar geleden. ,,Mademoiselle!'' klonk het voortdurend bij de poort van het Simone de Beauvoir-lyceum in de Parijse voorstad Garges-les-Gonesse. Typische `banlieue', dat wil zeggen een getto voor minderheden. Ik vond de naam van de school toepasselijk. De moeder van het hedendaags feminisme had zich immers ongetwijfeld gemengd in het debat over het omstreden hoofddoekverbod, dat op deze eerste dag van het nieuwe schooljaar van kracht werd.

,,Mademoiselle!'' Meer dan dat ene woord – half groet, half vermaning – hoefde de rector bij de poort niet uit te spreken. De ene leerlinge na de andere trok met een geïrriteerde blik in de ogen dan wel met een moedeloze zucht haar hoofddoek af. In één vloeiende beweging: wonderlijk hoe gemakkelijk de ingewikkeld ogende constructies zich verwijderen lieten. Vrachten lang, zwart haar, blauwglanzend in de ochtendzon, vielen over schouders. Het zag eruit als een bevrijding. Het was een ontroerend moment.

Het zou niet terecht zijn het Frankrijk waarover ik vijfenhalf jaar als correspondent heb bericht, te reduceren tot het debat over de islamitische hoofddoek. Er was zoveel meer. De politiek en de economie, in opkomst of juist in verval. Van dat laatste getuigden ontelbare demonstraties, dagelijks, ergens, over iets. Soms waren omvang en inzet kolossaal. Nadat de extreem-rechtse leider Jean-Marie Le Pen, in mei 2002, doordrong tot de tweede ronde van de presidentsverkiezingen, stond de hele Franse jeugd onthutst op straat.

Reparatiegedrag was het. Als diezelfde jongeren het niet massaal nonchalant hadden laten afweten in de eerste ronde, was Le Pen niet komen bovendrijven. Het deed er nauwelijks toe. Fransen houden ervan boos te zijn en spandoeken op te houden. Een demonstrant zei me eens: ,,Dit vinden Fransen nog lekkerder dan seks.''

Ook was er het met hartstocht gevoerde debat over `Europa', naar aanleiding van het referendum over de Grondwet. Het niveau ervan dwong bewondering af. Avond aan avond zetten voor- en tegenstanders alle zeilen bij. Het was een zeer Franse strijd tussen etatisme en geloof in de vrijemarktwerking. Tussen nostalgie van een wereldmacht en de nieuwe werkelijkheid van een gemondialiseerde wereld.

Maar juist in verband met die nieuwe werkelijkheid heb ik me de afgelopen jaren weleens correspondent-islam gewaand. Na `9/11', deze maand vier jaar geleden, stond – en staat – de islam in Europa in het brandpunt van de belangstelling. Even vanzelfsprekend richt de aandacht zich speciaal op Frankrijk. In West-Europa heeft dit land de grootste moslimminderheid (naar schatting vijf miljoen zielen) binnen zijn grenzen. Het grootste deel daarvan is ook nog eens van Arabisch-Noord-Afrikaanse herkomst. Hun verhouding met het Westen geldt veelal als problematischer dan die van moslims uit het seculiere Turkije, waarvan Duitsland er meer telt dan Frankrijk.

Dank zij het koloniale verleden is Frankrijk ook een land dat beschikt over grote kennis van de Arabisch-islamitische wereld. Het kreeg in de jaren vijftig al te maken met moslimterrorisme, al was dat toen als onderdeel van de onafhankelijkheidsstrijd nog geheel anders van aard. De eerste tekenen in het Westen van de hedendaagse variant deden zich voor op Franse bodem, in het midden van de jaren tachtig. De Parijse metro werd toen doelwit van een reeks aanslagen door Algerijnse fundamentalistische moslims. Deze leidden tot wetgeving die Nederland en Groot-Brittannië pas onlangs ingevoerd hebben of aan het invoeren zijn.

Inlichtingendiensten en justitie begonnen toen ook al nauw samen te werken. Daardoor kon Frankrijk de Amerikanen al voor `9/11' waarschuwen voor de Fransman Zacharias Moussaoui, overigens zonder resultaat zoals naderhand bleek. Deze `twintigste' kaper, die nog berecht moet worden, deed uiteindelijk niet mee aan de aanslagen, omdat hij vlak ervoor toevallig als illegale vreemdeling was aangehouden. Franse specialisten voorspelden begin jaren negentig al dat andere West-Europese landen, die moslimterreur als een Frans probleem beschouwden, er net zo goed mee te maken zouden krijgen.

Bijzonder is de Franse positie ook door de zogheten laïcité (letterlijk: lekendom), de zeer strikte scheiding tussen kerk en staat. De wet op de laïcité werd ingesteld in 1905. Deze overwinning op de almachtige katholieke kerk geldt als een bijna even grote mijlpaal in de geschiedenis als de Revolutie van 1789, die een eind maakte aan de monarchie. Het is onder verwijzing naar de `niet-onderhandelbare' laïcité dat vorig jaar na een lang maatschappelijk debat het verbod op de hoofddoek en andere `opzichtige' religieuze tekens op openbare scholen werd ingevoerd.

Het verbod, dat er volgens president Jacques Chirac `uiteraard' moest komen, was zeer omstreden. Dagblad Le Monde noemde het debat en zijn uitkomst `een psychodrama'. Moslims verzetten zich er fel tegen, net als sommige verklaarde aanhangers van de laïcité. René Remond, lid van de Académie Française en één van de `wijzen' die zich in opdracht van Chirac over het probleem gebogen hadden, laakte de wet in NRC Handelsblad als `op het discriminerende af'. ,,In de praktijk,'' zo zei hij, ,,[heeft] de wet betrekking [...] op één godsdienst, één geslacht, één leeftijdsgroep en dit alles binnen één domein, de school. Men maakt een overtreding van de vrijheid van meningsuiting en geloofsbeleving van een zeer gerichte groep.''

Toch is de eerste, onlangs verschenen evaluatie van de effecten van de wet positief. Een vrouwelijk (en islamitisch) lid van de Hoge Raad van de Integratie roemde de psychologische effecten ervan: veel meisjes waren volgens haar `bevrijd'. De cijfers van het ministerie van Onderwijs weerspreken de pessimistische verwachtingen van tegenstanders. Zij vreesden dat grote aantallen moslimmeisjes door de wet scholing onthouden zou worden.

Vóór invoering van de wet werden hoofddoeken op veel scholen gedoogd; toch werden er jaarlijks ongeveer 1500 conflicten geregistreerd. Na invoering – toen er geen discussie meer kon ontstaan over hoeveel centimeter doek of hoofdbedekking toelaatbaar was – kwamen er 639 meisjes met de verboden hoofddoek naar school. In meer dan 550 gevallen werd tijdens het wettelijk voorgeschreven overleg `een oplossing' gevonden. In de overige gevallen is een zestigtal leerlingen schriftelijk onderwijs gaan volgen.

De wet wordt `een succes' genoemd. Paradoxaal genoeg is dat toe te schrijven aan terroristen, in nota bene Irak. Vlak voor het begin van het nieuwe schooljaar, vorig jaar, eisten de ontvoerders van twee Franse journalisten als `losgeld' de intrekking van het verbod op de hoofddoek. Zij braken daarmee ongewild het verzet ertegen in Frankrijk zelf: wie zich bleef verzetten conformeerde zich immers aan terroristen die dreigden twee journalisten te doden. Zelfs de ultraconservatieve tak van de Moslimraad, die tot dan toe had opgeroepen tot massale overtreding van de wet, riep op tot eerbiediging ervan.

De Raad zelf werd in 2003 opgericht door minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy, na mislukte pogingen van zijn voorgangers. Onderhandelaars van islamitische stromingen, die allemaal uit waren op zoveel mogelijk macht, gaven onlangs een indruk van zijn methode: ,,Hij zette ons rond de tafel, deed alsof we vriendjes waren, maar bedreigde ons tegelijkertijd door erop te wijzen dat hij over dossiers over deze en gene beschikte.'' De Raad moet een `Franse islam' stichten en die `van de garages' tegengaan. Hoewel de Raad voortdurend ten onder dreigt te gaan aan interne twisten, lijkt dat doel gerealiseerd te worden. Te goed zelfs. Een vorige week uitgelekt rapport van de inlichtingendiensten meldt dat door de toegenomen waakzaamheid onder moslims haatzaaiende predikers steeds vaker actief zijn in privé-appartementen.

Dit is het laatste artikel van Pieter Kottman als correspondent in Frankrijk op de buitenlandpagina. Er verschijnt nog een verhaal in het Zaterdags Bijvoegsel.

    • Pieter Kottman