Genen wijzen op zeer recente evolutie van mensenhersenen

Twee menselijke genen die bij de ontwikkeling van de hersenen betrokken zijn, zijn recent tot zeer recent nog geëvolueerd. Een specifieke variant van het ene gen (microcephalin oftewel MCPH1) heeft zich sinds ongeveer 37.000 jaar geleden snel verspreid onder de menselijke bevolking. Van het andere gen (ASPM) is een variant sinds 5.800 jaar geleden sterk verspreid. MCPH1 komt vooral voor in Europa en Azië, ASPM voornamelijk in Europa en Nood-Afrika (Science, 9 september).

De voor genen snelle verspreiding over de menselijke populatie wijst erop – samen met een aantal andere, meer technische kenmerken – dat de varianten een duidelijk evolutionair voordeel voor de drager hebben geboden. Voor de ASPM-variant is zelfs berekend dat het per generatie een voortplantingsvoordeel van een paar procent bood boven de andere varianten van het gen.

Helaas is nog niet bekend wèlk voordeel deze genvarianten bieden. Dat de betrokken genen op zich belangrijk zijn voor de hersenontwikkeling is wel duidelijk, want als een van de genen beschadigd is, blijven de hersenen extreem klein: microcephalie. Toch kunnen (varianten van) deze genen een andere functie hebben. Het evolutionaire voordeel kan in theorie zelfs niets met de hersenen te maken hebben, al geloven de betrokken onderzoekers dat niet.

De dateringen, die overigens onzekerheidsmarges hebben van duizenden (ASPM) tot tienduizenden jaren (MCPH1), leiden gemakkelijk tot speculaties. De onderzoekers merken zelf op dat de MCPH1-variant precies opduikt in de expansie van Homo sapiens uit Afrika vanaf 60.000 jaar geleden, en met de beroemde `Culturele Explosie' in Europa. Vanaf dat moment, ongeveer 40.000 jaar geleden ontstonden veel nieuwe werktuigen en kunstuitingen. De Amerikaanse antropoloog Richard Klein lanceerde een paar jaar geleden zelfs de theorie dat die culturele bloei het gevolg was van een nieuw taalgen, dat volledig menselijke spraak mogelijk maakte.

Met deze studie lijkt hij dat gen op een presenteerblaadje aangereikt te krijgen. Daartegen spreekt echter dat het gen niet volledig over de mensheid verspreid is, terwijl toch iedereen taal beheerst en er overal kunst bestaat. Ook is de connectie met het brein nog onbewezen. Het verband tussen de ASPM-variant en de verspreiding van de landbouw vanaf 10.000 jaar geleden is nog even speculatief.

Het is niet voor het eerst dat aanwijzingen voor relatief recente evolutie van de moderne mens zijn gevonden. Een beroemd voorbeeld is de genvariant die het Europeanen en Afrikanen mogelijk maakt om ook volwassen leeftijd melk te verteren. Die aanpassing aan de uitvinding van de veehouderij dateert van circa 8.000 jaar geleden.