Eurozone geeft geen vergoeding voor dure olie

De ministers van de twaalf landen die de euro hanteren zijn tegen fiscale maatregelen om de gevolgen van de gestegen olieprijzen te verlichten.

Dit hebben zij gisteren gezegd tijdens de eerste dag van de informele bijeenkomst van de ministers van Financiën in het Britse Manchester. Eerder deze week had de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Unie, de lidstaten hier ook al toe opgeroepen.

Volgens de Europese ministers zal een verlaging van de belastingen het noodzakelijke programma om economieën aan te passen aan hogere olieprijzen ,,verstoren'', zoals de Nederlandse minister Zalm het gisteren noemde. Een doelstelling van de landen is om de Europese economieën minder afhankelijk te maken van olie. Regeringen kunnen wel specifieke maatregelen treffen voor groepen die in financiële problemen komen als gevolg van de duurdere olie.

De Belgische regering heeft gisteren besloten een kortingsregeling in te voeren op stookolie. Gezinnen krijgen een korting van 17,35 procent op de rekening. Volgend jaar komt er ook een korting op de gasrekening. Omdat het geen directe verlaging van belastingen betreft, is dit niet in strijd met de Europese afspraken, zei de Belgische minister van economische zaken Marc Verwilghen gisteren. Ook de vervoerssector in België wordt tegemoet gekomen. Afhankelijk van hoe de olieprijs zich verder ontwikkelt, is met het Belgische kortingenpakket 150 miljoen euro tot 200 miljoen euro gemoeid.

De ministers van Financiën van de zogeheten eurozone gaan er vooralsnog vanuit dat de gevolgen van de duurdere olie voor de economie beperkt blijven. Het zal de voorziene economische groei met enkele tienden van procenten beperken, zei voorzitter Jean-Claude Juncker van de eurogroep. Hij wees er op dat vergeleken met de oliecrisis van eind jaren zeventig de olieprijzen nog altijd lager liggen als de sindsdien opgetreden inflatie wordt meegerekend.

Juncker riep de oliemaatschappijen op meer te investeren in het onderzoek naar alternatieve energiebronnen. ,,Zij hebben een bijzondere verantwoordelijkheid in deze zaak omdat zij grote winsten maken'', aldus de Luxemburgse premier gisteren. De ministers van Financiën zouden vandaag, op de tweede en laatste dag van hun treffen, naar verwachting met een gemeenschappelijke verklaring komen over de olieprijzen.

De Amerikaanse olie kostte gisteren 64,08 dollar per vat, een daling van 41 cent vergeleken met donderdag. De Brent-olie uit de Noordzee daalde 24 cent tot 62,84 dollar.

    • Mark Kranenburg