Embryo met twee moeders

Wetenschappers van de universiteit van Newcastle gaan embryo's maken uit bevruchte eicellen van twee verschillende vrouwen. De kern van de ene cel wordt gecombineerd met het cellichaam van de andere. Ze willen zo een therapie ontwikkelen voor een zeldzame, ongeneeslijke stofwisselingsziekte die ontstaat in het celllichaam, niet in de kern.

De geproduceerde embryo's mogen niet uitgroeien tot een kind, zo stelde de verantwoordelijke Britse overheidscommissie die toestemming gaf als eis. Het blijft bij een experiment om de mogelijkheden te verkennen. In Nederland en de meeste andere landen is het produceren van menselijke embryo's voor wetenschappelijk onderzoek verboden.

Het embryo dat de Britten willen maken, heeft in strikte zin twee moeders, hoewel veruit de meeste genen afkomstig zijn van één van hen. Deze moeder levert de celkern, waarin alle chromosomen zitten. De andere `moeder' levert de verdere inhoud van de eicel. Daarin zitten de mitochondriën: energiefabriekjes die een klein beetje eigen DNA bevatten.

Door in het embryo zo de mitochondriën te vervangen, willen de Britten bij het kind een erfelijke ziekte voorkomen die ontstaat door een fout in het mitochondriaal DNA. Het zal nog zeker tien jaar duren voor deze nieuwe therapie werkt. In Nederland worden elk jaar hooguit acht baby's met zo'n aandoening geboren. De ziekte tast delen van het lichaam aan en is na enkele maanden of tientallen jaren dodelijk.