Dodenmarsen

Wiegertje Postma (18) wil pirouettes maken op liedjes over pastelkleurige konijntjes

Ik geef om wereldleed. Ik heb hart voor de moeders van Beslan, aids-patiënten, en iedereen die te lijden heeft onder George Bush of het presentatieteam van Talpa's Thuis. Maar hoezeer ik ook meevoel met alle hierboven genoemde onrechtvaardigheden, deze kans wil ik graag aangrijpen om de welverdiende aandacht te vestigen op het ondergeschoven kindje onder de aardse verschrikkingen: het leed dat `zwaarmoedige muziek' heet.

Die term is misschien wat breed, maar hij lijkt me niets aan onduidelijkheid over te laten. Ja, ik heb het inderdaad over jullie, Keane, Radiohead en iedere willekeurige andere band of singer/songwriter die te weinig regenbogen en babyhertjes in de muziek duldt. Goed, het leven is misschien niet altijd de nog dampende appelkruimelvlaai die je hoopt dat het zal zijn, maar waarom de onschuldige medemens kwellen door je deceptie in een liedje te stoppen? En niet alleen met de zaag-de-pols-factor die de muziek met zich meedraagt, maar ook met de fysieke verschijning van de meeste muzikanten is het minnetjes gesteld. Wie heeft ooit bedacht dat, om serieus genomen te worden in de muziekwereld, `eruit zien alsof je je nachten in rijk gevulde vuilcontainers slijt' een voorwaarde moet zijn? Dat moet iemand geweest zijn die een perverse voorkeur had voor zweterige mannen met vettig haar, een grijzige teint en een zielsverlammende dosis zelfmedelijden, daar ben ik van overtuigd.

En de concerten, oh, de concerten. Ik ben er geweest, ik heb het gezien, en het is me niet in de koude kleren gaan zitten. Een woelige massa biernippende jongens en meisjes die met de hand in de zak hartstochtelijk hun hoofd een beetje bewegen, of zo nu en dan vol vuur een trekje van hun sigaret nemen. De podiumpresentatie van de band in kwestie is dan ook vaak het uitkrabben van je ogen waard, en niet op een goede manier. Teleurstelling en verdriet worden het publiek in gesmeten alsof het eigenlijk strooigoed had moeten zijn. En dat terwijl het allemaal zo anders kan: blije muziek met koortjes, koebellen en een ritme dat je oncontroleerbaar hysterisch met je handen doet wapperen. Teksten over kauwgom, verliefdheid en pastelkleurige konijntjes, als het even kan. Lekkere wijven op het podium. Zo kan het ook, en zo hóórt het ook, mijns inziens. Muziek is gemaakt om even ongestoord je moneymaker op te shaken, zonder gehinderd te worden door iemands falende privé-leven. In vrijwel iedere situatie zou ik mijn bestaan liever laten afhangen van, zegge, een Annie, Beyoncé, Britney, Kylie, Rachel of Róisín, dan het in de handen te leggen van een ongewassen jongen als Chris Martin van Coldplay.

Recht naar mijn hartje ging dan ook de pijn, toen ik recentelijk van laatstgenoemde bands covers hoorde van respectievelijk `Can't Get You Out Of My Head' en `Crazy in Love'. Waarom? Waarom nou toch? Waarom zou je van zulke frisse, pirouettes uitlokkende deuntjes slepende dodenmarsen maken? Welke levensvermoeide ziel heeft daarom gevraagd? Een diepe houw in de pols van de pretentieloze muziekwereld, vind ik het. En in polsen snijden, dat doe je maar lekker bij jezelf, Chris Martin.

    • Wiegertje Postma