De tijd werkt in je voordeel

De overheid wil graag dat we werken tot ons 65ste. Maar wie voldoende opzij legt en daar vroeg mee begint, kan stoppen wanneer hij wil.

Je bent 25 jaar, rondde met succes een jarenlange studie af en kijkt uit naar een echte baan, omdat iedereen in je omgeving dat doet. Maar beschik je over voldoende geld om van te leven, dan hoef je als luxepaard niet te gaan werken om de kost te verdienen. Je kan iets gaan doen wat je écht boeit. Of een spannende uitdaging zoeken. Gaan reizen in streken waar nooit mensen komen. Een boek schrijven, misschien. Dus iets van belang, voor jezelf of voor de samenleving. Je geld gaat dus niet op aan drank, drugs, feesten tot het daglicht aanbreekt of verspillingen waar alleen anderen beter van worden. Hoeveel moet je dan achter de hand hebben? Dat is een kwestie van rekenen.

Stel dat je 90 jaar wordt, dan moet je 65 jaar (in)teren op je geld. Je hebt per jaar 20.000 euro nodig, nemen we als uitgangspunt. Dat lijkt misschien weinig, maar je houdt meer over dan iemand die 20.000 euro per jaar verdient met werken en over zijn belastbare inkomen in box 1 circa 7.000 euro aan belasting en premies volksverzekeringen betaalt.

Je moet dan in theorie beschikken over 65 maal 20.000 is 1,3 miljoen euro. Niet op dit moment, ineens, maar je moet dat bedrag op kunnen nemen of van iemand krijgen. Bijvoorbeeld van je gewillige ouders. In de praktijk komt de kapitaalsbehoefte lager uit, want vanaf je 65ste in het jaar 2045 ontvang je circa 8.500 euro (althans anno 2005) netto aan wel belaste AOW voor alleenstaanden. Bij elkaar 25 maal 8.500 is afgerond 200.000 euro. Dit zijn maar grove schattingen, want niemand weet hoe ons belastingstelsel en het leven er in 2045 uit zullen zien. Zo komt je behoefte uit op 1,1 miljoen euro; 1,3 minus 200.000 AOW. Voor het gemak afgerond 1 miljoen euro.

Beschik je nu al over dat miljoen, in box 3, dan is er goed en slecht nieuws. Het slechte nieuws is de 1,2 procent belastingheffing in box 3 over je miljoen, niet minder dan 12.000 euro per jaar of 60 procent van de opgenomen 20.000 euro. Het goede nieuws is dat je deze heffing kan compenseren door per jaar 1,2 procent rendement te maken op je bezit. Bijvoorbeeld op een spaarrekening. Dat kan vast wel.

Er ligt meer slecht nieuws in het verschiet, want zo goed als zeker vermindert de koopkracht van je 20.000 euro jaargeld in de loop van de komende 65 jaren. Hoeveel die inflatie is, kan niemand voorspellen. Laten we uitgaan van 2,5 procent gemiddeld per jaar. Die kan je compenseren met 2,5 procent extra rendement per jaar. Samen met de 1,2 procent compensatie voor de heffing, moet je dus minstens 3,7 procent gemiddeld per jaar maken, uit je miljoen halen. Moet kunnen. Maak je meer rendement, wat niet uitgesloten is, dan zijn er drie mogelijkheden. Je begint met minder dan een miljoen euro, je neemt per jaar meer op dan 20.000 euro of je spaart dat extra rendement op voor de – wat rendement betreft – mindere jaren. Dat moet iedereen zelf weten.

Na deze basale schattingen komen we toe aan de hamvraag. Kan je over bijvoorbeeld 30 jaar nog eerder stoppen met werken, gezien de inspanningen van de overheid om ons langer door te laten werken. Het antwoord is: jazeker, maar de overheid helpt daar niet bij mee met voordelen zoals de aftrek van betaalde lijfrentepremies van het belastbare inkomen. Men ziet de paarden graag werken tot hun 65ste. Maar verplicht is dat niet. Wie over voldoende eigen haver beschikt, kan stoppen wanneer hij wil. Het is wel zaak daar zo vroeg mogelijk mee te beginnen. Dat vermindert de jaarlijkse besparing en je kweekt meer rendement, omdat de looptijd langer is. De tijd werkt in je voordeel.

In het bijgaande kader staat een opsomming van mogelijke eigen middelen. Dus zonder de inbreng van een eventuele partner of een incidentele meevaller in de vorm van een flinke erfenis of een lot uit de loterij. Een luxepaard moet zijn haver zelf verdienen.

    • Adriaan Hiele