De haperende hulpverlening

Orkaan Katrina zal de Amerikaanse geschiedenis ingaan door haperende hulpverlening. Coördinatoren praten over de gemaakte fouten. 'We hebben het plunderen gestimuleerd.'

De meeste achterblijvers hebben hun huis verlaten, toch wordt het steeds drukker in New Orleans. Donderdag aan het eind van de middag stond er op de snelweg de stad uit, richting Baton Rouge, zowaar een file. Veel gevluchte inwoners waren er even geweest in de hoop iets van hun oude bestaan terug te vinden. Maar de file was vooral vol met hulpverleners. Ze kwamen weliswaar laat, maar nu zijn ze er met duizenden.

Zodoende is de ontvolkte stad vol van ijverige taferelen. Stadsdelen die vorige week nog een spookachtige aanblik boden, zijn nu volgestouwd met brandweerauto's, jeeps, ambulances en boten – véél boten. Mannen van bouwbedrijven maken alvast offerte op voor het herstelwerk.

Bij een van de straten die grenzen aan het ondergelopen gebied staat Charles Whilmore, 53, boekverkoper. Hij is de dag na de orkaan van zijn huis naar de Highway gezwommen, en woont sindsdien in Memphis, Tenessee. Whilmore is teruggekomen voor zijn kat, Nobles. Als hij zijn foto laat zien krijgt hij het te kwaad. Hij kijkt verwonderd rond. Overal liggen boten. Maar is er dan niemand die hem even kan brengen? Een kale man komt op hem af. Hij verhuurt zes huizen in het French Quarter, hij is in één geval zeker dat hij daar nog iemand kan redden, maar geen hulpverlener om hem erheen te leiden. ,,Dan kan ik het helemaal schudden'', zegt Whilmore, en hij sjokt, kattenbak onder de arm, naar zijn auto, terug naar Memphis.

De haperende hulpverlening. Een kleine twee weken nadat Katrina toesloeg is het nog steeds hét thema waarover de VS tobben. En als de voortekenen niet bedriegen zal dat nog maanden zo niet jaren zo blijven. Het nationale zelfbeeld verstaat zich niet met de collectieve gêne die de afhandeling van Katrina teweeg heeft gebracht.

Intussen hoeft men geen aanhanger van president Bush te zijn om te begrijpen dat vooral de lagere overheden veel uit te leggen hebben. Hun coördinatie was zwak, hun communicatie vrijwel afwezig, stellen vele deskundigen vast. ABC onthulde woensdag dat exact een week eerder, toen de nood het hoogst was, 4.000 manschappen van de militaire politie waren belet aan de slag te gaan door ambtenaren van gouverneur Blanco van Louisiana. Mensen moesten de stad uit. Als ze nu hulp kregen zouden alsnog in de stad blijven, hadden de ambtenaten van Blanco volgens ABC gezegd.

In Meridian, Mississippi, op het hoofdkwartier van de federale missie, vertelden deze week twee coördinatoren van de hulpoperatie wat ze zoal hadden meegemaakt. Joseph Schartung was namens het leger het aanspreekpunt voor vragende overheden, William Sweet namens de federale regering. Ze werkten de facto allebei voor het ernstig gekritiseerde federale bureau voor rampenbestrijding FEMA.

Sweet was al ter plaatse toen de ramp nog moest komen. Hij is een routinier – bij 9/11 en de neergestorte Space Shuttle was-ie ook present. Het was een samenloop van fouten, benadrukt hij, maar het was erg onverstandig dat burgemeester Nagin pas één dag voor de orkaan opriep tot evacuatie. De lokale krant Times-Picayume had twee dagen eerder al om zo'n oproep gebeden. Daarna besloot Nagin in de rampstad te blijven, een tweede blunder: de eerstverantwoordelijke voor de rampenbestrijding was de eerste cruciale uren bijna onbereikbaar.

En Amerikanen zijn hiërarchisch ingesteld. ,,Zonder baas geen coördinatie'', zegt Sweet. Gevolg was dat veel hulpverleners in de eerste uren na de ramp zelf in actie kwamen, vertelt Schartung. Maar als iedereen mensen uit het water redt en niemand zich daarna bekommert om hun verzwakte lichamen, red je weinig levens. ,,De eerste uren was iedereen aan het helpen. Maar niemand dacht na.''

Nadat gouverneur Blanco van Louisiana de coördinatie overnam ontstond een klassieke ambtelijke strijd tussen statelijke en federale diensten. Blanco verweet FEMA laksheid. FEMA wees erop dat het alleen op verzoek van Blanco in actie kwam, dus als FEMA laks was, zei FEMA, was het laks in commissie. Sweet zegt dat het allebei waar is. Maar in de kern van de zaak schoot de staat tekort, zegt hij. Het een cultureel probleem. Amerikanen wantrouwen de federale regering. ,,Daarom bepaalt onze constitutie dat staten het voortouw hebben. Wat hier is gebeurd is de prijs van ons stelsel.''

Dan was er ook nog domme pech. Twee onderdelen van FEMA waren bij de bestrijding betrokken. FEMA 4, hoofdkwartier in Atlanta, werkte voor Mississippi en Alabama. FEMA 6, hoofdkwartier Dallas, voor Louisiana. Maar FEMA 4 deed de laatste jaren veelvuldig routine op met orkanen, in Florida. Terwijl FEMA 6, dat werkte in New Orleans, die ervaring nauwelijks had. Het was te merken, de hulp in Mississippi verliep veel beter, zegt Schartung. ,,FEMA 4 zou beter werk hebben geleverd.''

Alle hulpverleners begingen de eerste dagen bovendien een collectieve stommiteit, zeggen Sweet en Schartung. Voorzover ze er waren, werden goederen in hoog tempo naar het rampgebied gesjeesd. ,,We gaven ze aan de waterkant af zonder dat we zagen wat ermee gebeurde.'' Maar een klassieker in de rampenbestrijding, zeggen ze, is dat je mensen moet dwingen hulp te komen ophalen. Dan weet je wie je helpt, en welke mensen nog tekortkomen. Nu ging hulp naar mensen die het niet nodig hadden. ,,We hebben het plunderen gestimuleerd, ben ik bang'', zegt Schartung.

De tragiek van de laatste dagen was dat de hulpgoederen en de helpers, nu ze bijna niet meer nodig waren, in grote hoeveelheden werden aangevoerd. In Meridian verrees deze week een federaal ziekenhuis met 500 bedden. Woensdag lagen er 21 patiënten. De verwachte komst van nieuwe slachtoffers bleef uit. In het ziekenhuis op het vliegveld van New Orleans ontstond eind van de week een zelfde situatie. Terwijl de hulpgoederen binnenstroomden, en er duizenden artsen en verpleegkundigen waren gerekruteerd, was het aantal hulpbehoevenden tot enkele tientallen gekrompen. ,,Het is een klassieke situatie'', zei Jerry Owen, een dokter van de luchtmacht die bij de nasleep van vele eerdere rampen betrokken was. ,,In het begin heb je een tekort. En als je het niet meer nodig is krijg je veel te veel.''

Owen loopt nu, een week na zijn te late komst, een beetje rond te lummelen. Hij heeft zijn superieuren voorgesteld, bekent hij, om naar huis te gaan. Geen sprake van, zeiden ze. ,,Omdat we te laat waren, zijn ze bang dat ze ons ook nog eens te vroeg laten gaan. We gaan door met de bestrijding, ook nu de ramp voor ons voorbij is.''

    • Tom-Jan Meeus