Concurreren met een `cowboybond'

De Geus moet kiezen of hij de CAO van de grote uitzendbureaus dwingend aan de hele branche oplegt, of dat hij toestaat dat personeel uit Polen goedkoper is.

Mogen werkgevers elkaar beconcurreren door hun personeel minder te betalen? Dat is de vraag die minister De Geus (Sociale Zaken) volgens de vakbond FNV Bondgenoten en de branchevereniging voor uitzendbureaus ABU moet beantwoorden. Zij hebben in mei van dit jaar een CAO afgesloten voor uitzendkrachten en ze willen dat ook uitzendbureaus die geen lid zijn van ABU zich daaraan houden. Of in elk geval dat die bureaus hun werknemers niet minder betalen dan de ABU-leden.

FNV Bondgenoten en de ABU hebben De Geus gevraagd de CAO, net als voorheen, algemeen verbindend te verklaren, zodat hij voor alle uitzendbureaus geldt. Maar niet alle uitzendbureaus willen dat. De Vereniging voor Internationale Arbeidsbemiddelaars (VIA) wil haar eigen CAO toepassen, die ze dit voorjaar heeft gesloten. De VIA, waarvan de leden vooral met Poolse en andere uitzendkrachten uit Midden-Europa werken, heeft de minister gevraagd om vrijstelling van de ABU-CAO.

Dat moet De Geus niet doen, vinden ABU en FNV Bondgenoten, om een principiële reden: volgens hen verdienen de werknemers in de VIA-CAO minder, zodat de VIA-leden goedkoper kunnen werken en zo een concurrentievoordeel hebben ten opzichte van andere uitzendbureaus. Terwijl het algemeen verbindend verklaren van CAO's nu juist bedoeld is, zeggen ze, om dit soort concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegen te gaan.

Niet alleen dát, maar ook hóe VIA de kosten drukt, vindt FNV laakbaar. De VIA-uitzendkrachten krijgen netto hetzelfde loon als andere werknemers, maar bruto een lager loon. Dat komt, kort gezegd, doordat belastingvoordelen voor buitenlandse werknemers tot het nettoloon worden gerekend. ,,Kortingen voor bijvoorbeeld huisvesting en vervoer, worden dus door de werkgever in eigen zak gestoken'', zegt bestuurder Han Westerhof van FNV Bondgenoten. ,,Daardoor zijn de VIA-bureaus goedkoper voor inlenende bedrijven.''

Maar waarom is de vakbond die met VIA een CAO heeft afgesloten daar dan mee akkoord gegaan? Volgens ABU en FNV is dat omdat VIA een CAO sloot met de Landelijke Belangen Vereniging, LBV. Dat is ,,geen echte vakbond'', zeggen ABU en FNV, maar een werknemersvereniging die vooral wordt opgezocht door bedrijven die een meegaande onderhandelingspartner zoeken in CAO-gesprekken, om zo de loonkosten te drukken – wat steeds vaker voorkomt. Als De Geus daarin meegaat door deze CAO's vrijstelling te verlenen, tast hij het wezen van de algemeen verbindend verklaring aan. Het besluit over de VIA-CAO, zeggen ABU en FNV, is daarom belangrijk voor álle CAO's.

Zo eenvoudig is het niet, zegt hoogleraar sociaal recht A. Jacobs van de Universiteit van Tilburg. ,,De ABU en FNV Bondgenoten proberen De Geus te verleiden beleid te maken dat er nog niet is.'' Ze hebben wel een punt, vindt hij, gelet op de geschiedenis van het algemeen verbindend verklaren van CAO's. ,,In de jaren dertig van de vorige eeuw bestond er nog geen WW en was er zó veel werkloosheid, dat werknemers wel moesten werken, ongeacht hoe laag het loon was.'' Om te voorkomen dat bonafide bedrijven weggeconcurreerd zouden worden door werkgevers die van deze situatie misbruik maakten, ontstond toen de mogelijkheid om een bodem in de arbeidsvoorwaarden te leggen door CAO's aan de hele bedrijfstak op te leggen.

Nu, bijna tachtig jaar later, is het doel formeel hetzelfde, namelijk concurrentie op arbeidsvoorwaarden voorkomen. ,,Maar dat staat haaks op de moderne trend om concurrentie tussen ondernemingen aan te moedigen'', aldus Jacobs. De mogelijkheid om per onderneming afwijkende afspraken te maken bestaat al dertig jaar. Maar dat gaf inhoudelijk nooit veel problemen, omdat daarbij dezelfde bonden waren betrokken.

Het ging pas mis toen ondernemingen eind jaren negentig een truc ontdekten, zegt Jacobs: ,,Ze sloten CAO's af met zwakke vakbondjes, die ze paaiden door de leden leuke extra's te geven, zodat die akkoord gingen met minder gunstige CAO's.'' Vaak zijn dan de lonen niet lager, maar wel de bijdragen aan bijvoorbeeld kinderopvang en scholingsfondsen.

Deze `cowboybonden', zoals Jacobs ze noemt, zagen een nieuwe markt. De wet legt hun geen strobreed in de weg. ,,Dat is hét grote juridische gat van het CAO-recht'', zegt Jacobs. Iedere groep van werknemers kan een geldige CAO afsluiten, zolang ze maar `onafhankelijk' zijn van de onderneming.

Maar het probleem is niet eenvoudig op te lossen, zegt Jacobs. Als de wet zou eisen dat de bonden een bepaald percentage werknemers vertegenwoordigen, zouden ook de traditionele vakbonden in veel sectoren en bedrijven in de problemen komen.

Of een CAO op zichzelf voldoet aan de wet – en dat is dus snel het geval – staat nog los van de vraag in welke gevallen de minister ondernemings-CAO's vrijstelt van algemeen verbindend verklaarde bedrijfstak-CAO's. ,,Maar daarover staat niets in de wet'', zegt Jacobs.

Jarenlang was het beleid dat als de vakbond die de ondernemings-CAO had afgesloten dezelfde was als bij de bedrijfstak-CAO, vrijstelling werd verleend.

,,In de jaren tachtig werd nog korte tijd getoetst of de CAO's ook inhoudelijk ongeveer hetzelfde waren, maar dat is snel losgelaten. Omdat het zo moeilijk vast te stellen is.''

Nu gelden er volgens Jacobs geen criteria meer. Iedere werknemer met een geldige CAO wordt vrijgesteld. ,,Maar men heeft daarmee kennelijk niet voorzien dat zo de sluizen open gingen voor CAO's met zwakkere vakbonden. Of men heeft dat voor lief genomen.''

    • Elsje Jorritsma