Brieven van een landverhuizer: `uit het niets is alles ontstaan'

Als ik met de honden wandel, verzamel ik stenen. Ik leg ze op stapels in de berm. Ik verstop de stapels in het hoge gras of achter struiken, bang dat iemand er anders mee aan de haal gaat. De schaarse Hongaren die mij betrappen bij mijn werkzaamheden kijken me aan alsof ik een dooie geit rondsleep. Eens in de zoveel tijd ga ik er met de auto op uit om de stapels in te laden. De stenen zijn grillig, vol gaten, sommige lijken op doodskoppen. Het is verslavend, zodra ik begin te verzamelen kan ik nauwelijks stoppen. Ik heb al honderden zo niet duizenden stenen naar mijn tuin gesleept. Ik gebruik ze om muren, borders en torentjes te maken en om banken en grotto's te metselen.

Dit gesleep is een vage resonantie van een ode aan Simon Rodia, Le facteur Cheval en Gerard van Lankveld.

Simon Rodia (1879-1965) was een mijnwerker en bouwvakker van Italiaanse afkomst die in Los Angeles in zijn achtertuin van schroot, tegeltjes, flessen en specie torens bouwde, de Watts-towers. Op de vraag waarom hij dat deed antwoordde hij dat hij iets wilde maken en het verder niet wist. Hij werkte er 33 jaar onafgebroken aan en toen het klaar was vertrok hij.

Ferdinand Cheval (1836-1924) was postbode in Hauterives in het bergachtige Drôme. Op zijn dagelijkse ronde verzamelde hij stenen waarmee hij in zijn achtertuin het Palais Idéal bouwde. 33 jaar lang werkte hij aan het bouwwerk waarin `alle stijlen van de wereld en van alle tijden samenkomen'.

Gerard van Lankveld (1947) werkt deeltijds in een kwekerij in Gemert en bouwt sinds 1964 in zijn achtertuin en in zijn schuur aan het keizerrijk Monera Carkos Vlado.

De drie mannen hebben gemeen dat ze uit een katholieke omgeving komen, autodidact zijn, eenlingen, outsiders, en buiten de bestaande kunststromingen en circuits om zonder hulp van buitenaf hun koninkrijk scheppen. Gemeen hebben zij de liefde en de blijmoedige koppigheid door te gaan (en die blijmoedigheid straalt van het werk af). Bij leven werden en worden zij vooral als zonderlingen beschouwd. Na hun dood werd bij Rodia en Cheval algemeen erkend dat hun bouwwerken meesterwerken zijn. (Het Palais Idéal was voordat brede erkenning volgde, een bedevaartsoord voor surrealisten als Breton en Buñuel).

Van Lankveld leeft nog, hij woont en werkt in het Brabantse Gemert. Een vlak, wat mistroostig gebied van Nederland met tussen de weilanden percelen populieren, die vroeger dienst deden als bruidsschat. In de tuin van het bescheiden huis waar Van Lankveld voorheen met zijn moeder woonde en sinds enkele jaren alleen, verrijzen bontgekleurde torentjes. Het merendeel van keizerrijk Monera bevindt zich echter in de schuur en het huis (onderzeeërs, klokken, vliegtuigen, stoommachines, etc.) alles met een liefde, toewijding en fantasie gemaakt die niet meer van deze tijd lijkt.

Diezelfde toewijding en engelengeduld zie ik op het platteland van Hongarije, in Transsylvanië, in Bulgarije: in het houtsnijwerk, in het kleurige schilderwerk, in ongebruikelijke kleurcombinaties, niet gehinderd door conventie, in de geborduurde tafelkleden, in geschilderde boerenkasten, in de prachtige gewaden van de boerinnen. Ik geloof niet dat Gerard van Lankveld ooit in Centraal Europa is geweest, toch zit er onmiskenbaar een Oost-Europese invloed in zijn werk.

De werken uit zijn begintijd hadden Russische en Oost-Europese namen (Gorot Mir, een astronomisch uurwerk met een hele Russische stad er bovenop) en ook hernoemde hij de straten van Gemert: Boekent werd Sfekeshevar, de Virmundtstraat Zagreb, Groesluiken Manitovska. Veghel doopte hij om tot Vereslav, Boekel tot Boelgarot, Aarle-Rixtel werd Kaunas en Eindhoven Moskou. Het devies van keizerrijk Monera luidt: `Ex nihil omnia creata', uit het niets is alles ontstaan.

Ik ken Gerard van Lankveld een beetje. Over een periode van 23 jaar heb ik hem een keer of zeven opgezocht in Gemert. Het is een rare kwibus, die goed mopperen kan. De laatste keer dat ik hem opzocht, een paar jaar geleden, noteerde ik onder meer: ,,Het ga goed. D'r is een hoop veranderd, nuchterder, zakelijker. Voor mij persoonlijk is 't funest. Nu moe u uw gat 'n beetje toeknijpen. Moet alles zogenaamd gesponsord worden, dan kunt ge een moord galopperen of aan 't gas gaan liggen. En ge moet niet vergeten; ge hebt ondertussen een leger die aan kunst doen. Zo'n ouwe school – daar zitten zo 30, 40 mensen op 'n dorp. De spoeling wordt dun.''

,,Als kind ging ik mee naar de fabriek, dat was toentertijd al een museum, was van voor de Tweede Wereldoorlog. Levensgevaarlijk, alles met drijfriemen. Een soort inferno, alles zwart, alles met kolen gestookt, een grote motor. Eerst een stoommachine, later een houtgestookte zuigasmotor. Dat kochten ze op, wat ergens afgedankt was.''

Van Lankveld was een beetje somber toen ik hem de laatste keer in Gemert sprak. Zijn moeder was niet lang daarvoor overleden: ,,Iets dat leeft hef lucht nodig. Ik heb het geluk dat ik behoorlijk goed kan koken. Ik mis een oven. Heb een oven nodig om vlees te braaien. Wa uien erbij. Rundsoep is de lekkerste soep, alleen selderie erbij, eventueel een beetje nootmuskaat of een paar kruidnagels. Vermicelli, langzaam aan laten trekken, een uur of vijf.''

Bij het weggaan zei hij: ,,Ge kunt niet eeuwig blijven vechten.''

Afgelopen februari werd ik in Boedapest gebeld of ik de klok die Van Lankveld voor mij heeft gemaakt – met als slinger Sint Joris die een draak doodt – wilde uitlenen voor een tentoonstelling in Gent. Uiteraard. De klok werd verzekerd en met grote zorg vervoerd. Hij komt nu terug. De tentoonstelling was een succes. 20.000 bezoekers bewonderden het werk van Van Lankveld. En er werd een subliem boek, Monera Carkos Vlado, over Gerard van Lankveld gemaakt (inlichtingen: Stichting-Monera@planet.nl).

Misschien is het Van Lankveld vergund, anders dan Le Facteur Cheval en Simon Rodia, bij leven bredere erkenning te vinden, niet alleen in België, maar zelfs in het calvinistische Nederland. Ex nihilo omnia creata.

    • Jaap Scholten