Bezoek van de deurwaarder

Een nieuw studiejaar betekent nieuwe boeken, collegegeld en, voor de 60 procent van de studenten die uitwonend is, huur voor een kamer. Veel studenten steken zich daarvoor in de schulden. Maar dat kan gemakkelijk uit de hand lopen.

Vorig jaar stond bij 54.000 oud-studenten een deurwaarder op de stoep wegens het niet-nakomen van de betalingsafspraak met de Informatie Beheer Groep (IBG). In 1998 was dat aantal nog 42.000. Volgens de IBG in Groningen, die verantwoordelijk is voor studiefinanciering en studieleningen, stijgt de gemiddelde schuld van oud-studenten. Niet alleen de bedragen die worden geleend worden steeds hoger, ook het aantal studenten dat zich in de schulden steekt neemt toe.

Op dit moment krijgt iedere student aan het hoger onderwijs in de eerste vier jaar van zijn studie iedere maand een prestatiebeurs van de IBG. Voor een student die op kamers woont en particulier verzekerd is bedraagt deze 233,08 euro. Woont een student nog thuis, dan krijgt hij of zij 75,70 euro per maand. Ook ouders worden geacht bij te dragen aan de studie van hun kind. Als zij hiertoe niet in staat zijn is een aanvullende beurs mogelijk. Volgens de berekeningen van de IBG moeten studenten zelf ook meebetalen, of door een bijbaan te nemen, of door geld te lenen. Wanneer na vier jaar de prestatiebeurs ophoudt, maar de studie nog niet af is, kan nog drie jaar lang maximaal 787,02 euro per maand geleend worden. Over de leningen rekent de IBG op dit moment 3,05 procent rente per jaar.

Via de website van de IBG is een lening snel geregeld. Na ingelogd te hebben met een nummer en een wachtwoord kan met een paar klikken van de muis het te lenen bedrag worden veranderd. In 2004 leenden 194.000 studenten naast hun prestatiebeurs gemiddeld 109,47 euro per maand. Wanneer de studie afgemaakt wordt in de vier jaar die ervoor staan, heeft een gemiddeld lenende student bij het huidige rentepercentage aan het eind van de rit een studieschuld opgebouwd van iets meer dan 5.575 euro. Mocht deze student een jaar langer over de opleiding doen en in dit vijfde jaar maximaal lenen, dan komt de totale studieschuld uit op ruim 15.000 euro.

In de huidige regeling van de prestatiebeurs moet binnen tien jaar de bul binnen zijn. Lukt dit, dan zet de IBG de prestatiebeurs van de eerste vier jaar – die de IBG eerst noteert als voorlopige lening – om in een gift. Ook voor het gebruik van de OV-jaarkaart hoeft niets terugbetaald te worden. Is een student niet in tien jaar klaar, dan verandert de prestatiebeurs in een definitieve lening. Wanneer een (lenende) student, die in de eerste vier jaar gemiddeld leent en daarna nog drie jaar maximaal, niet binnen tien jaar weet af te studeren, blijft hij of zij zitten zonder diploma, maar met een schuld van 52.550 euro.

Zoals in het laatste voorbeeld vergaat het de meeste studenten gelukkig niet. Volgens de IBG hadden op 31 december van vorig jaar 924.000 personen een langlopende lening van gemiddeld ongeveer 7.700 euro. Deze gemiddelde schuld is wel aan het stijgen: de oud-studenten die in januari 2005 aan de definitieve debiteuren bij de IBG werden toegevoegd hadden gemiddeld 9.557 euro openstaan. Een jaar eerder was dat bedrag ruim 1.600 euro lager. Wanneer alle schulden, inclusief voorlopige prestatiebeursleningen en voorlopige OV-jaarkaartleningen, worden opgeteld, heeft de IBG ruim 7,1 miljard euro tegoed van (oud-)studenten.

Bijna eenderde van de studenten die ingeschreven staan bij de IBG, maakt blijvende schuld. Die schuld moet terugbetaald worden. Nadat een student is afgestudeerd of geen recht meer heeft op studiefinanciering (meestal na zeven jaar), gaat op 1 januari van het daaropvolgende jaar de zogenoemde aanloopfase in. Tijdens deze periode van twee jaar is het al mogelijk om te beginnen met aflossen, maar bestaat er nog geen verplichting. Na die twee jaar moet maandelijks een bedrag terugbetaald worden. Binnen vijftien jaar moet de studieschuld afbetaald zijn en per maand moet minimaal 45,41 euro terugbetaald worden. Als het ondanks de afgeronde studie niet lukt om een baan te vinden en het is niet mogelijk om aan de betalingsregeling te voldoen, kan een debiteur bij de IBG een draagkrachtmeting aanvragen. Hierdoor is een lager, of zelfs tijdelijk geen, af te lossen bedrag per maand mogelijk. Na vijftien jaar wordt, als er elke maand wel gewoon is afbetaald, het restant van de schuld kwijtgescholden.

Het is natuurlijk mogelijk om de studieschuld sneller af te betalen. De vraag is of dat verstandig is. Elders een lening afsluiten om de schuld bij de IBG af te betalen kan bijna nooit. De rente van 3,05 procent die de IBG op dit moment voor een lening vraagt is bovendien lager dan bij een financiële instelling zoals een bank. Tot 2001 was de rente op studieschuld nog aftrekbaar van de belasting. Deze mogelijkheid bestaat niet meer. Wel is de rente op een lening bij de IBG de afgelopen jaren verlaagd: in 2000 bedroeg deze nog 4,27 procent. Studieschuld is nog wel aftrekbaar in box 3 en verlaagt het eigen vermogen. Als dus een oud-student denkt een hoog rendement op zijn of haar eigen vermogen te halen, kan het zinnig zijn om de schuld met een lage rente langzaam af te betalen en tegelijkertijd de studieschuld voor de fiscus van het eigen vermogen af te trekken.

Niet iedere student volgt zijn of haar (volledige) studie aan een Nederlandse universiteit. Studenten willen graag een jaar of zelfs hun hele studietijd in het buitenland doorbrengen. Hoewel de IBG bepaalde eisen stelt, is het over het algemeen mogelijk om de studiefinanciering door te laten lopen tijdens een korter of langer verblijf in het buitenland. De kosten van een studie buiten Nederland kunnen hoog oplopen. Een jaar studeren aan een Amerikaanse universiteit kost ongeveer tussen de 15.000 en 35.000 dollar (circa 12.000 tot 28.000 euro). Als het mogelijk is om via een uitwisselingsprogramma in het buitenland te studeren, is dat zeker aan te raden: de student betaalt in dat geval het Nederlandse collegegeld. Tijdens het verblijf in het buitenland krijgt een Nederlandse student wel een vergoeding voor de OV-jaarkaart, van 76,48 euro, aangezien deze kaart in andere landen uiteraard niet bruikbaar is.

Wie geen schuld wil opbouwen bij de IBG in Groningen, maar wel wil studeren, moet op zoek naar alternatieven om de studie te betalen. Gulle ouders kunnen uitkomst bieden, maar niet iedere student heeft die tot zijn of haar beschikking. Om snel over geld te kunnen beschikken, bieden verschillende banken studenten de mogelijkheid om tot 1.000 euro rood te staan. Voor een substantiëlere leensom heeft ABN Amro sinds kort een zogeheten Masterlening. Masterstudenten kunnen hier tegen 8,7 procent rente maximaal 50.000 euro lenen voor hun masteropleiding. Tijdens die opleiding zijn rente en aflossingen nog niet aan de orde.

Ouders die voorzien dat hun kind later wil gaan studeren, kunnen daarvoor sparen. Financiële instellingen zijn daarop ingesprongen met het aanbieden van verschillende studiespaarplannen. De Consumentenbond uitte zich in een test eind 2003 echter zeer negatief hierover: ,,Bij een studiespaarplan is het rendement laag en het verzekeringselement flinterdun. Zelf automatisch sparen wint op alle punten.''

Veel studenten hebben naast hun studie een bijbaan. Werken kost echter tijd, tijd die anders aan de studie besteed had kunnen worden. Studentendecaan Piet Schoemaker van de Universiteit van Amsterdam ziet het dilemma voor studenten: ,,Ze proberen lenen zoveel mogelijk te vermijden, waardoor ze meer gaan werken naast hun studie. Hierdoor doen die studenten langer over hun studie en bouwen ze toch weer schuld op. Zeker in de eindfase van een studie denken sommige studenten onterecht financieel voordeel te hebben bij een baantje. Beter kan een student snel afstuderen. Een startend academicus op de arbeidsmarkt verdient veel meer dan een student die een baantje heeft.''

Ook mogen studenten niet onbeperkt bijverdienen. Naast de studiefinanciering mag in 2005 maximaal 10.461 euro netto bijverdiend worden. Om te voorkomen dat een deel van de studiefinanciering moet worden terugbetaald, kan een student die over het maximale bijbaanbedrag heen gaat, het beste direct de studiefinanciering stopzetten.

Als alles fout loopt is er een laatste redmiddel. Een student die wel leent bij de IBG en na zijn of haar studie vijftien jaar werkloos is, kan onmogelijk schuld aflossen. In dat geval scheldt de IBG de studieschuld, die dan nog openstaat, kwijt. Maar dat komt in de praktijk nauwelijks voor.

    • Mees van der Made