Advocaat van de duivel

Moslimradicalisme als maatschappelijk fenomeen heeft niet zijn speciale interesse, zegt Peter Plasman. Maar als advocaat verdedigde hij de bekendste moslimradicaal van Nederland. ,,De rechercheurs dachten vast: daar zijn we fris bij. Maar ik zat er al twee uur.''

Peter Plasman zat dinsdagochtend 2 november in het Amsterdamse gerechtshof bij het hoger beroep in de zaak-Anja Joos die dood was getrapt omdat ze een blikje bier in een supermarkt zou hebben gestolen. In de rechtszaal waren veel journalisten die plotseling begonnen te rennen. Even later kwam één van hen terug om te vertellen dat Theo van Gogh was vermoord. De volgende ochtend om kwart voor acht zat Plasman als advocaat in het gevangenisziekenhuis aan het bed van de schutter, Mohammed B.

Het werd een uitzonderlijke zaak, die deze zomer eindigde met een veroordeling tot levenslange gevangenisstraf. Moslimradicalisme als maatschappelijk fenomeen heeft niet zijn speciale interesse, zegt Plasman. ,,Ik ben niet nieuwsgierig.'' Maar als advocaat verdedigde Plasman de bekendste moslimradicaal van Nederland. Vakmatig een unieke zaak, vindt ook Plasman. Voor het eerst in zijn loopbaan stelde hij geen kritische vragen in de rechtszaal, hield hij geen pleidooi. Dat mocht niet van zijn cliënt die alleen de sharia – de islamitische rechtspraak – erkent, en niet een Nederlandse rechtbank. Strafrechtelijk was de houding van Mohammed B. volgens Plasman ,,desastreus'', maar ook ,,consequent''.

Plasman vond de verdediging van Mohammed B. geen zinloze exercitie. Hij heeft wel degelijk iets voor zijn cliënt kunnen betekenen, zegt hij. Maar hij kijkt wel uit naar de verdediging van een vriend van Mohammed B. die als lid van de als terroristisch gebrandmerkte Hofstadgroep vervolgd wordt: ,,Dat wordt een juridisch gevecht tot op de bodem.''

In zijn kantoor in Amsterdam-Zuid voert Plasman het gesprek op een gemoedelijke toon. Maar hij blijft de jurist, de raadsman van. Bij vragen naar persoonlijke opvattingen zwijgt hij, glimlacht, en buigt zijn zorgvuldig geformuleerde antwoorden weer naar de juridische kant van de zaak. Zoals veel strafpleiters maakt Plasman zich zorgen over de nieuwe terrorismewetgeving en alle nieuwe bevoegdheden die justitie heeft gekregen. Zo is `samenspanning' strafbaar gesteld. Voor het maken van plannen om een aanslag te plegen kun je al jaren de gevangenis in, daarvoor zijn niet eens concrete `voorbereidingshandelingen' nodig. ,,Justitie kan mensen nu al vastzetten op de verdénking van samenspanning. Dat is dus bijna niks. Wij hoeven maar even met elkaar te praten en kunnen daarmee die verdenking al op ons laden. In het onderzoek naar de Hofstadgroep wordt het heel lastig om die samenspanning te bewijzen. Maar als ze vrijgesproken worden, hebben die jongens er in feite wel een gevangenisstraf van bijna twee jaar op zitten. Mij bekruipt wel eens het gevoel dat dat een heel prettig bijeffect is. Zo kan justitie vermeende terroristen voor lange tijd preventief vastzetten. Maar daar is het strafrecht niet voor bedoeld.''

Mohammed B. is niet alleen veroordeeld als moordenaar, maar ook als terrorist. Volkert van der G. werd nog berecht vóór de invoering van het terrorismeartikel in het strafrecht en kreeg achttien jaar voor de moord op Pim Fortuyn, de moord op Van Gogh werd nu met levenslang bestraft. Het nieuw ingevoerde `terroristisch oogmerk' werkt volgens Plasman als ,,een generieke strafmaatverhoging''. Hij heeft er niet tegen kunnen pleiten, maar uit het vonnis blijkt volgens hem hoe weinig uitgekristalliseerd het artikel over terrorisme eigenlijk is: ,,De rechtbank acht bewezen dat de moord op Van Gogh gepleegd werd met een terroristisch oogmerk. Dat is geen onbegrijpelijke redenering. Maar bij het schieten op de politie is Mohammed B. daarvan vrijgesproken. Terwijl hij in zijn nawoord zei: `Ik schoot om te doden en om gedood te worden.' Als burger denk ik dan: schieten om te doden en gedood te worden klinkt als een zelfmoordaanslag. Daar schrikken mensen heel erg van. En schrik aanjagen is strafrechtelijk te vertalen als terroristisch oogmerk.''

In de namiddag van 2 november, na thuiskomst, werd Plasman gebeld door de piketadvocaat die Mohammed B. toegewezen had gekregen. Of hij de zaak als strafrechtspecialist kon overnemen. ,,Later hoorde ik dat die piketadvocaat eerst Britta Böhler had gebeld, maar dat die niet wilde omdat haar kantoor Samir A. al deed. Hoe ze bij mij kwam, weet ik niet.''

Heeft u niet getwijfeld deze zaak op u te nemen?

,,Nee, geen moment. Het hoort bij mijn vak om een zaak op me te nemen. Ik twijfel nooit. Tenzij belangenverstrengeling een rol speelt. Of een verdachte privé te dichtbij komt. Een nieuwe strafzaak kost in het begin doorgaans ook niet de meeste tijd. Dat gaat pas later spelen. Dat het een grote zaak zou worden met veel belangstelling heeft me ook allerminst tegengehouden. Dat aandachtsaspect speelt geen enkele negatieve rol. Ik vind dat niet vervelend, het maakt het werk afwisselend. De omgang met de media vind ik wel interessant.''

Maar er was voor u toch niet veel te winnen bij deze op heterdaad betrapte man?

,,Dat speelt geen rol. Ik heb nog nooit in een zaak met lege handen gestaan, ook niet bij bekennende verdachten. In dit geval wilde Mohammed B. dat ik op de eerste pro-formazitting namens hem een verklaring zou afleggen. Dat vond ik wel wat hebben. Hij wilde me iets laten zeggen dat heel erg de kern van de zaak raakte: dat hij de verantwoordelijkheid op zich nam. Maar hij was er niet en ik moest dus de woorden kiezen. Ik moest dat doen op een acceptabele manier zonder te choqueren. Uiteindelijk zei ik: `Mohammed B. ging ervan uit dat hij zou sterven, in zijn eigen woorden: sneuvelen.' Ik heb heel lang nagedacht of ik het woord sneuvelen wel kon gebruiken. Je moet uitgaan van wat hij wil, maar je zit op een grens van wat aanvaardbaar is. Ik had het ook weg kunnen laten, maar dan zou het niet van hem zijn geweest.''

Al in de eerste week, op 10 november, heeft u persoonsbeveiliging gekregen. Waarom was dat? Waren er concrete dreigementen?

,,Ik weet het niet. Er kwam wel van alles binnen bij mij. Mails, post, met minder prettige mededelingen. Ik heb dat allemaal aan de politie gegeven. Of dat de aanleiding voor de beveiliging was, of dat er nog iets anders was, ik weet het niet.''

Toch moet dat heel vervelend zijn.

,,Ik heb een gezin, maar die begrijpen ook wel waarmee ik bezig ben. Ik denk altijd: als ze je willen hebben, kunnen ze je toch wel vinden. Er kan altijd iets gebeuren. Als je daar bang voor bent, kun je dit werk niet doen. Bovendien heb ik er vertrouwen in dat ik niet veel aanleiding geef. Ik druk me genuanceerd uit, en geloof dat men dat wel zal zien.

,,Wat me veel meer bezighield, was de reactie van sommige mensen die niet begrepen dat ik deze zaak op me nam. De schrijver A.F.Th. van der Heijden schreef in een column in de Volkskrant dat hij normaal gesproken nooit kritiek had op een advocaat die voor de belangen van zijn cliënt opkwam, maar dat hij hier een uitzondering wilde maken. Hij begreep niet dat mr. Plasman de belangen van Mohammed B. voor wilde laten gaan op die van de samenleving. Natuurlijk zijn er heel veel mensen die niet begrijpen dat moordenaars of verkrachters ook verdedigd moeten worden. Die begrijpen het belang van de rechtsstaat niet. Maar als je wel begrijpt dat moordenaars en verkrachters verdedigd moeten worden, maar niet deze ene persoon, dat heeft me erg verbaasd.''

Wanneer en waar heeft u Mohammed B. voor het eerst ontmoet?

,,Toen ik dinsdagmiddag benaderd was, kon ik niet naar hem toe wegens personeelstekort in het Scheveningse gevangenisziekenhuis waar hij op dat moment vanuit de VU naartoe werd gebracht. Dus ik was de volgende ochtend om 7.45 uur in Scheveningen. Er was direct werk aan de winkel. De politie had een eerste verhoor gepland, rechercheurs stonden buiten in grote spanning te wachten.''

Dat eerste verhoor had een opmerkelijk verloop. `Mogen we u Mohammed noemen?', vroeg de politie. `Of bent u niet zo goed in communiceren?' Is dat standaard, of wisten de rechercheurs zich ook geen raad?

,,Ik denk dat het voor die rechercheurs ook heel onduidelijk was. Ze dachten vast: daar zijn we fris bij. Maar ik zat er al twee uur. Het was beslist geen standaard verhoor. In zo'n eerste gesprek zit er bijna nooit een advocaat bij. Maar in zo'n grote zaak als deze probeer ik er wel altijd meteen bij te zijn. Zo'n eerste verhoor is cruciaal, er kan zoveel mis gaan. Ik heb zaken gehad die helemaal draaiden om de eerste woorden die een verdachte had gesproken.''

Op dat moment had hij al gesproken. Tegen agenten die hem arresteerden vertelde hij waar zijn wapens lagen en later in het politiebusje zei hij dat het zijn bedoeling was dood te gaan.

,,Ja, het was iemand die er in principe al blijk van had gegeven dat hij zou gaan praten.''

Hebt u hem het advies gegeven om te zwijgen?

,,Die vraag wil ik niet beantwoorden, die raakt te dicht de relatie advocaat-cliënt. In het algemeen is het bij de enkele keer dat je een echte noodweer-zaak treft verstandig om wel meteen alles te zeggen, anders wordt het later niet meer geloofd. Maar in dit soort zaken is het nooit in het belang van een verdachte om bij het eerste verhoor te praten, op geen enkele manier. Maar ik vind ook dat het zijn eigen beslissing moet zijn om te zwijgen. Ik besteed in gesprekken met cliënten altijd heel veel tijd aan het zwijgen. Ik geef les aan de beroepsopleiding voor advocaten en noem het daar ook `de kunst van het zwijgen'. Voor zo'n zaal met 30 mensen val ik weleens expres stil, hou mijn mond. Dan zie je wat voor kracht zwijgen heeft, maar ook hoe moeilijk het is. Het is zo cruciaal: je kunt een zaak met een paar woorden weggooien.''

U hield altijd uitdrukkelijk de mogelijkheid open dat hij zou stoppen met zwijgen en antwoord zou gaan geven op vragen. Was dat meer dan een theoretische mogelijkheid?

,,Ja, het was een reële inschatting. Het was mijn wetenschap van de zaak op dat moment.''

Maar uiteindelijk heeft hij nooit echt antwoord gegeven op vragen.

,,Nee, het heeft zich zo ontwikkeld zoals het gegaan is.''

Na het eerste advies heeft hij zich het zwijgen steeds meer eigen gemaakt.

,,Het strafproces is voor iedereen een leerproces. Een verdachte gaat ook nadenken: wat willen ze van me horen? Wat heb ik eraan als ik wat vertel? Bovendien zijn er gebeurtenissen die invloed kunnen hebben, ook in deze zaak. Het tweede verhoor was tactisch gezien heel dom gedaan door het openbaar ministerie. Daar kwam heel sterk naar voren: wij willen dat je praat, en we zullen even zorgen dat je praat. Het gesprek vond plaats in een speciale verhoorkamer waarbij Mohammed B. in een stoel moest zitten waarvan de poten op de grond vastzaten, vanwege de camera's die op hem gericht stonden. De twee verbalisanten zaten tegenover hem achter een computerscherm en kregen suggesties door van deskundigen die achter het spiegelraam zaten. Dan raad je natuurlijk al wie daar zitten: psychologen, gedragsexperts, et cetera. En dan gaat het alleen nog om: wie gaat hier winnen. Daar werden vragen gesteld die echt niet door de beugel konden, als `weet je wel dat er mensen vastzitten door jouw schuld? Bedenk je wel dat als jij snel duidelijkheid verschaft, dat we je familie niet meer hoeven lastig te vallen? Dat is beter voor de gezondheid van je vader.' Ik zeg niet dat het zonder dit verhoor anders was gelopen. Maar dit is wel echt een moment waar een allerminst domme verdachte het inzicht krijgt: men wil mij tot praten dwingen. En als je je toch al niet in het systeem kan vinden, is het een extra motivatie om niets meer te zeggen.''

Heeft U als advocaat echt inzicht gekregen in zijn beweegredenen?

[Zwijgt] ,,Die vraag laat ik hier even liggen.

,,Wat me wel verbaast, is dat iedereen toen maar wilde dat hij wat zei. Waarom is dat toch? Want nu hij veroordeeld is, mag hij niets meer zeggen. Dat is een rare contradictie. Er wordt zelfs over gedacht hem voor de rest van zijn leven te isoleren. Dat vind ik nogal wat. Dan moet er groot onheil schuilen in de woorden die hij kan spreken, dan moet er in de samenleving een enorme voedingsbodem voor die woorden bestaan. Daarover zou men zich echt zorgen moeten maken, als het waar is.''

Hoe was de sfeer tijdens de gesprekken? In zijn laatste woord zei hij dat hij u respecteerde maar dat hij uw ongeloof haatte. Speelde dat een rol?

,,Ik heb goed met hem kunnen praten. We hebben het over alle aspecten van de zaak gehad. Bewaarders beschrijven hem nu in de omgang als een modelgedetineerde. Het is dus niet iemand wiens handelen alleen maar op haatgedachten is gebaseerd. Dat hij het in zijn laatste woord voor ons opnam en zei dat wij vanuit overtuiging opereerden, bevestigt dat voor mij.''

Waarom wilde hij niet dat er een verweer werd gevoerd?

,,Wat er in de kern aan de hand was, was dat hij het idee heeft gehad dat wat er ook tijdens de zitting zou worden ingebracht, het op een of andere manier af zou doen aan zijn verantwoordelijkheid. Hij vroeg om levenslang. Dan kun je toch ook geen verweer voeren tegen levenslang. Juridisch is het van belang dat er verweer wordt gevoerd. Dat is het altijd. Hij opereert echter niet vanuit een juridisch belang.''

De verantwoordelijkheid nemen bleek ook uit zijn weigering mee te werken aan een onderzoek in het Pieter Baan Centrum. Maar was dat wel in zijn belang? Ergens moet bij u toch ook het idee hebben postgevat dat Mohammed B. ook heel ziek is. En zieke misdadigers bestraffen wij niet alleen, we behandelen ze ook.

,,U bedoelt dat ik daarmee iemand aan levenslang help die niet volledig toerekeningsvatbaar is. Maar ik had te maken met iemand die heel duidelijk was. Hij wist heel goed wat hij deed. Ook de deskundigen hebben niks kunnen vinden dat op het tegendeel wees. Hij werkte in het PBC niet mee, maar hij is wel geobserveerd. Er is geen enkele aanwijzing voor een storing gevonden. Op basis van de stukken in het dossier was evenmin een conclusie te trekken. Dan houd je alleen de theoretische mogelijkheid open dat er iets gevonden was als hij diepgaand was onderzocht. In zijn algemeenheid komt het niet zelden voor dat een verdachte zegt: ik wil geen tbs, ik wil niet naar het PBC, terwijl je zelf denkt: misschien kan het helpen, er is toch iets niet in orde. Kan die man zijn eigen belang wel zien? Dat was hier totaal niet aan de orde.''

Hij sneed heel welbewust die weg af?

,,Precies.''

Toch blijft het heel onbevredigend dat iemand die zo duidelijk verantwoordelijkheid wil nemen, niet klip en klaar zegt waarom hij de daad pleegt. In zijn laatste woord verschool hij zich achter het woord `geloof'. Alleen indirect kon je afleiden dat hij het zijn plicht vindt iemand te doden die de profeet uitscheldt.

,,Ik weet dat die vraag steeds gesteld blijft. Er zit ook heel veel tragiek bij slachtoffers en nabestaanden. De klemmende vraag naar het waarom. Maar zou je het anders maken met een antwoord op die vraag? Met wat we weten kunnen we al heel veel invullen. In zijn laatste woord zei Mohammed B. tegen de moeder van Van Gogh dat ze het niet zou kunnen begrijpen. Het gaat hier om fundamenteel onbegrip. Bij dergelijk fundamenteel onbegrip bestaat de sterke behoefte dat op te heffen. Maar zou Mohammed B. met een antwoord dat fundamentele onbegrip hebben kunnen wegnemen? Op grond van mijn ervaringen durf ik wel te zeggen dat hij volkomen gelijk had toen hij zei dat het niet valt te begrijpen. Misschien moeten we dat maar accepteren.''

Had u Mohammed B. geadviseerd van zijn laatste woord gebruik te maken?

,,Dat zeg ik niet. Ik wist ook niet of hij het zou doen, dat was voor mij open. Ik had wel een beeld wat hij ongeveer zou gaan zeggen als hij zou spreken.''

Wat vond u van zijn woorden?

,,Als strafpleiter vond ik ze desastreus.''

Desastreus?

,,Ja. Daarmee timmerde hij de weg naar levenslang dicht. Hij liet de rechters geen keuze. Dat las je later ook in het vonnis terug. Op het moment zelf dacht ik: desastreus, en daarin werd ik door het vonnis bevestigd. Maar ik vond het ook consequent. Het was wel de manier om het te doen nadat je gezegd hebt volledige verantwoordelijkheid op je te nemen. En dat hij zich met zijn pleidooi voor levenslang richtte tot de moeder van Theo van Gogh: je kunt geen troost overbrengen, dat is onbestaanbaar. Maar het leek alsof hij dat op een of andere manier toch probeerde.

,,Ik had dit nooit eerder zo meegemaakt. Dat iemand dit zei, zo welbewust, in het volledige besef van de consequenties, wetende dat het ook anders kan. Mijn ervaring in strafzaken is anders: een verdachte doet alles wat hij kan om levenslang te ontlopen: bedriegen, beloven, huilen, spijt betuigen. Dat iemand zo expliciet zegt: ik wil niks anders dan levenslang.''

Onder normale omstandigheden komt Mohammed B. nooit meer vrij. Nu verliet hij emotieloos met opgeheven hoofd de rechtszaal. Denkt u dat Mohammed B. iemand is die blijvend vrede kan hebben met dit lot?

,,Er bestaan mensen die hun hele leven als kluizenaar doorbrengen, zonder zichzelf beperkt te voelen. Hij zei: ik voel me vrij, en bid elke dag dat ik niet van gedachte zal veranderen. Ik acht dat zeer wel mogelijk.''

Hoe kijkt u terug op de zaak?

,,Ik ben niet iemand die uitgebreid terug gaat zitten kijken. Maar ik kom er wel uit met een zekere bezorgdheid: hoe vluchtig alles kan zijn. Dat justitie zijn foto ging publiceren, dat sommige media de volledige naam van mijn cliënt gebruikten. Niet dat die voorbeelden afzonderlijk zoveel zeggen. Maar in combinatie met een hele sfeer waarin minister Donner kan zeggen: het is een uitzonderlijke zaak, dus mogen wij uitzonderlijke dingen doen. Het geeft aan hoe makkelijk zoiets belangrijks als het strafprocesrecht in beweging kan worden gebracht, kan kiepen. Hoe vanzelfsprekende verworvenheden ter discussie gesteld kunnen worden, afhankelijk van de maatschappelijke omstandigheden. Bijzondere omstandigheden? Mijn opvatting is: juist als er iets uitzonderlijks of heftigs gebeurt, moet het strafrechtbouwwerk staan. Het strafrecht geeft de overheid bevoegdheden, maar beschermt de burger ook tegen de overheid. De kracht van die bescherming blijkt pas als er spanning op komt te staan. Ik twijfel nu wel of het zo stevig is als ik hoop dat het is. Ik vraag me af of we er wel zuinig genoeg op zijn. Aan het wegnemen van bescherming onder het mom van terrorisme hangt een zwaar prijskaartje. Wat je weghaalt, krijg je namelijk nooit meer terug.''