Zet nooit de motor af

Zelden iets vriendelijks gehoord over `Politie achtervolgingen' op Veronica. Ook maar zelden iemand ontmoet die in staat was het programma meteen af te zetten want, nu ja, misschien dat dít stukje spookrijden net de climax oplevert; hemel, daar komt de spoorlijn in beeld; hij zou natuurlijk dwars door dat plantsoen kunnen; wordt er al geschoten? De spanning is licht, want de afstand is veilig (helikopter) en de afloop staat vast.

Peter Verhelst maakt aan het begin van Zwerm, zijn nieuwe roman, uitvoerig gebruik van de verslavende werking van de betere achtervolging. Terwijl er zich in een groot gebouwencomplex een ramp lijkt te voltrekken, laat hij vanuit helikopterperspectief zien hoe een man op de vlucht is in een rode Ford Mustang, een spoor van vernieling en verwarring achterlatend. Maar wat menselijkerwijs moet gebeuren, de stranding en inrekening van de woeste automobilist, blijft uit. De dollemansrit eindigt tegen een boom, is het de achtervolgende politieagent die op mysterieuze wijze om het leven komt? De man is verdwenen. Er zijn sporen van een helikopter en van een zwerm vogels, er worden grote hoeveelheden radioactieve straling gemeten en er lekt een mysterieuze olieachtige vloeistof uit het wrak. `Maar het is geen olie', schrijft Verhelst.

Er hangt dus grote rampspoed in de lucht in deze `geschiedenis van de wereld', waarvan de suspense nog extra wordt aangezet door de aflopende pagina-nummering van 666 (het getal van het Beest, volgens Openbaring 13), doorschietend tot op bladzijde –8 waarop de roman besluit met de woorden `Dit is het begin'. Het heeft er dus veel van weg dat Verhelst een lange aanloop naar de Apocalyps heeft willen schrijven. Die aanloop is lang, maar razendsnel want Zwerm is een boek waarin de motor nooit wordt afgezet. De snelheid wordt nog vergroot door de korte hoofdstukken, de dynamiek benadrukt door wisselende lettertypes.

De hoeveelheid onheil die samenkomt in Zwerm is nauwelijks te vatten. Mysterieuze verdwijningen en seriemoorden zijn aan de orde van de dag, evenals dodelijke virussen (zowel in digitale als in organische vorm), onherleidbare telefoongesprekken, verdubbelingen en gewelddaden. Dit alles in een omgeving waarin de constante sfeer van angst wordt weergegeven door een eindeloze hoeveelheid bewakingscamera's.

De wereld die Verhelst schetst is er een waarin alles met alles en iedereen met iedereen in verband staat en er verschillende wereldomvattende samenzweringen door elkaar lopen. Als het inderdaad verschillende complotten zijn, want in de maalstroom van gebeurtenissen en mogelijkheden lijkt alles onmiddellijk in zijn tegendeel te kunnen verkeren. `Je bent nooit alleen', krijgen de personages herhaaldelijk te horen, al geldt het tegendeel evenzeer: Je bent altijd alleen.

De personages schieten in hoog tempo voorbij. Letterlijk geldt dat voor Angel, van de achtervolging in de Ford Mustang, een dakloze Vietnam-veteraan die op wonderlijke wijze (en na mysterieuze medische behandelingen) onkwetsbaar lijkt te zijn geworden. Evenzeer op de vlucht is de briljante student Abel, die erin slaagt zijn comateuze vader (een oorlogsmisdadiger) uit een tehuis te ontvoeren. Abels vriendin Pearl is een pianiste die om haar puurheid een eindeloze aantrekkingskracht op mannen uitoefent – en ontvoerd wordt. Voeg daarbij nog een holocaust-overlever met een medische missie, een vrouwelijke kolonel met killersinstinct en een experimenteel aangelegde dokter en duidelijk is dat Verhelst niet op een verhaallijn meer of minder heeft gekeken. Zijn figuren hebben gemeen dat ze allemaal een rol hebben als mede- of tegenstander van een `Foundation', waarvan niet duidelijk wordt of deze de wereldheerschappij nastreeft of juist al in handen heeft.

Zwerm is bedoeld als het boek dat verdergaat waar Tongkat, Verhelsts met de Gouden Uil beloonde `verhalenbordeel' uit 1999, ophield. Met die voorganger heeft Zwerm zijn kluwen door elkaar lopende verhalen gemeen, evenals de apocalyptische sfeer. Het grote verschil is echter dat de taal van Verhelst een drastische sanering heeft ondergaan. Was in Tongkat een zin als `Zo stonden ze tegenover elkaar als twee zachte spiegels van vlees' de gewoonste zaak van de wereld, die lyriek is in Zwerm vervlogen. Nu schrijft Verhelst bijvoorbeeld: `In mijn val zag ik zijn gezicht. Herkenbaar uit de duizend. Het gezicht van de Macht'. De taal is kaal als die van een filmscript. Zoals ook regelmatig naar `de camera' wordt verwezen in de tekst.

Net als bij Tongkat is het niet moeilijk de sfeer te proeven die Verhelst wil oproepen en te zien welke thema's hem bezighouden (angst, beweging, geweld, identiteit), maar het is minder duidelijk wat Verhelst met die kakofonie aan beelden (waarin mooie vondsten en muffe clichés elkaar afwisselen) en indrukken precies wil zeggen. Wat betekent dit allemaal? De auteur zelf zal antwoorden dat dat de verkeerde vraag is. In het laatste deel van de roman beschrijft hij het werk van het `Enigma-team', vergeefs op zoek naar een systeem: `En je ingebouwde betekeniswil blijft toch alle parameters scannen. Alles wat je weet, breng je in stelling om het systeem te doorgronden, tegen beter weten in, en misschien is die beslissing zelfs metafysisch. De koppigheid om zin te willen vinden in iets wat zo manifest zin afwijst.'

Zwerm is een roman die zich zowel in de vorm als in de inhoud verzet tegen het vastleggen van betekenissen, een roman die onbegrijpelijk wíl zijn. Het gaat Verhelst om beweging en om indrukken, zoals hij ook vorig jaar in een gesprek met deze krant verklaarde dat hij ál zijn gedachten en invallen wil opschrijven, desnoods op zijn armen of zijn buik. Bij ordening dreigt er iets verloren te gaan – de motor moet altijd blijven draaien.

Dat is een beeld waarvan wel een zekere dynamische aantrekkingskracht uitgaat en in zijn vaart slaagt Verhelst er regelmatig in om iets snel en goed te zeggen, zinnen als: `Ze verwijderden hem van de universiteit zoals je een gezwel verwijdert: snel, angstig en met onzag.' Vaak raast hij echter gewoon maar door, op weg naar een volgend subplot, een nieuwe transformatie. En hoewel de thrillerelementen maken dat je langer doorleest dan je zelf verwacht, op een gegeven moment krijg je er onherroepelijk genoeg van.

Dat komt omdat de ideeën en gedachten die Verhelst aanstipt van de schrijver zelf geen tijd krijgen om te rijpen en om werkelijk interessant te worden. De herhaalde verzekering dat je nergens zo onzichtbaar bent als in de massa, de beestachtigheid van verschillende oorlogsscènes, de onbetrouwbare politici die altijd blijven zeggen dat er niets aan de hand is, de duistere praktijken van de geheime diensten, de transformatie van joodse slachtoffers tot Israëlische daders – het blijven losse flodders.

Dat geldt ook voor het centrale idee op vijftien pagina's in het midden van Zwerm. Daar staat – diapositief gedrukt – een soort manifest over een nieuwe, virale mens die op weg is naar Virutopia, een bestemming die samen lijkt te vallen met het `begin' uit de slotzin van het boek. Een steeds veranderende mens (zoals een virus) zal bestand zijn tegen de steeds sneller veranderende wereld in de toekomst. `De nieuwe mens zal viraal zijn of hij zal niet zijn' heet het en de nieuwe mens heet `Homo Invictus Viralis' – let op de afkorting. Het is het soort flauwiteiten dat je het idee geeft dat Verhelsts ideologie van de constante verandering hand in hand gaat met een onvermogen tot zelfkritiek. Soms is het immers beter om als je thuisgekomen bent met een arm vol aantekeningen, die nog eens rustig na te lezen en misschien wel gewoon een stuk zeep te pakken. Al is het maar omdat wat wél de moeite waard is – zie bijvoorbeeld het kader hiernaast – dan de aandacht kan krijgen dat het verdient.

Peter Verhelst: Zwerm. Een geschiedenis van de wereld. Prometheus, 683 blz. €24,95

    • Arjen Fortuin