Oekraïne: veel gezoem, geen honing

De coalitie achter de Oranje Revolutie is stukgelopen op persoonlijke, ideologische en zakelijke tegenstellingen onder een president die eerder waarnemer dan leider is.

De Oekraïnese president Viktor Joesjtsjenko klonk gisteren bitter. Na verzoeningspogingen en crisisberaad had hij de Gordiaanse knoop doorgehakt en zijn kibbelende regering naar huis gestuurd.

Een moeilijk besluit, want het ging om vrienden, om `buitengewone mensen', aldus Joesjtsjenko. Hij wist dat ze het onderling oneens waren, maar had gehoopt dat ze op hun nieuwe posten geen tijd hadden voor intriges en lastercampagnes. Tot hij merkte dat zijn regering verlamd raakte, dat hij meer een kindermeisje dan president werd. ,,Intussen verloor Oekraïne momentum.'' Hij onderschreef de kritiek van parlementsvoorzitter Litvin, die stelde dat alles bij het oude was gebleven, en van ex-president Kravtsjoek, die de regering een bijenkorf zonder koningin noemde: veel gezoem, geen honing. Beeldspraak die amateur-imker Joesjtsjenko door de ziel moet snijden. ,,Mijn collega's hebben hun teamgeest en geloof verloren'', besloot hij.

Openhartige woorden, maar het probleem zit hem in Joesjtsjenko's veelvuldige `ik merkte' en `ik zag': eerder woordgebruik van een waarnemer aan de zijlijn dan van een president. Joesjtsjenko heeft de afgelopen maanden veel vooroordelen over zichzelf bevestigd. Een goedwillende bovenmeester, maar te mild voor de cynische, harde en diep verdeelde politieke cultuur van Oekraïne. Hem wordt verweten dat hij te veel in het buitenland was en daar gloedvolle woorden sprak voor hervormingen, maar zijn eigen huis liet verslonzen.

De breuk van deze week heeft iets onvermijdelijks. De oranje coalitie van socialisten, nationalisten, neo-liberale hervormers, ontevreden bureaucraten en zakenlui bestond vooral op basis van een gedeelde afkeer van het `ancien régime' van president Koetsjma. Helder beleid kon dat niet opleveren.

Het uiteenvallen van team-Joesjtsjenko hangt samen met een complex van persoonlijke, ideologische en zakenlijke tegenstellingen. Premier Joelia Timosjenko, de Jeanne d'Arc van de Oranje Revolutie, was in een destructieve loopgravenstrijd verwikkeld met zakenman Petro Porosjenko, vriend en geldschieter van de president. Die wilde zelf premier worden, maar werd in plaats daarvan hoofd van de veiligheidsraad. `Chocoladekoning' Porosjenko ondergroef van daaruit vooral de premier.

Critici wijzen op Porosjenko en andere zakenlui in Joesjtsjenko's entourage om aan te tonen dat de Oranje Revolutie óók een opstand van de miljonairs tegen de miljardairs was. Deze zakenlui willen de macht van de drie miljardairsclans breken die Oekraïense economie domineren. Zo dreigde de Oranje Revolutie te ontaarden in een herdistributie van eigendom, niet onvergelijkbaar met aanval van Poetins aanhangers op de oligarchenimperia in buurland Rusland. Zij het dat Oekraïne, anders dan Rusland, de onzekerheid over eigendomsverhoudingen en kapitaalvlucht niet kan opvangen met hoge inkomsten van olie en gas. Integendeel: terwijl men in Kiev ruziede incasseerde de economie klappen door de forse prijsstijging voor olie en gas uit Rusland, dat het ongehoorzame Kiev geen koopjes meer gunt.

Het breekpunt, erkende Joesjtsjenko gisteren, was het terugdraaien van een dubieuze privatisering: de rel rond de Nikopol Ferroalloy fabriek (NFZ). Deze fabriek was in 2003 voor een zacht prijsje in handen gevallen van oligarch Viktor Pintsjoek, een aartsvijand van premier Timosjenko. Die wilde NFZ snel nationaliseren en veilen, maar negeerde formele regels en leek één partij voor te trekken. Een socialiste die het fonds voor staatseigendommen leidt, wilde de fabriek simpelweg nationaliseren, terwijl de president de rechtbanken de tijd wilde geven. De oligarch Pintsjoek liet intussen bussen met arbeiders aanrukken om, in zijn woorden ,,mijn eigendom, de vrijheid en de democratie te verdedigen.'' Waar het om draaide, verzuchtte de president gisteren, was NFZ van de ene naar de andere bende over te dragen.

Is de breuk van gisteren een uit de hand gelopen ruzie of een slimme intrige van premier Timosjenko? De rel begon met het aftreden van de presidentiële chefstaf Zintsjenko, die een woedende Porosjenko van corruptie en machtsmisbruik betichtte. De veiligheidsdienst SBU, geleid door een andere bondgenoot van de premier, beloofde direct een grondig onderzoek, waarna de president iedereen ontsloeg.

De Russische adviseur Boris Nemtsov prijst de timing van de ex-premier. Ze forceert een crisis op het hoogtepunt van haar populariteit, terwijl het volk nog niet beseft dat juist haar zwabberige, visieloze beleid de Oekraïense economie in een crisis stortte. Aan de mannen van de president de weinig benijdenswaardige taak om puin te ruimen. Had de president alleen Timosjenko ontslagen, dat kon zij hem afschilderen als naïeve speelbal in handen van corrupte zakenlui. Door ook zijn rechterhand Porosjenko de laan uit te sturen, probeert Joesjtsjenko dat te voorkomen.

De crisis is zo ook het startschot van de verkiezingscampagne voor het parlement in maart 2006: daarna moet de president veel macht inleveren bij zijn premier. Kan een nieuw kabinet van loyale technocraten onder premier Jechanoerov nog iets van president Joesjtsjenko's hervormingsprogramma doorvoeren? Daarvoor mist de president tijd en politiek kapitaal, vrezen de sceptici. Sommigen zien hem nu al als overgangsfiguur.