Is dit Irak?

Er is een crisis nodig om de dingen scherp te kunnen zien. Katrina en haar nasleep hebben vorige week niet alleen Bush en zijn kornuiten in hun hemd gezet, maar tegelijk ook de ideologie van de terugtredende overheid en de magische markt opgeblazen. Beide lieten het volledig afweten. Wellicht levert Katrina het bewijs van het economische dogma van de creative destruction. Sommigen voorspellen dan ook dat de wederopbouw, noodzakelijk geworden door de destructie, de economie zal stimuleren. Voor velen is de vernietiging echter totaal en definitief.

De kortsluiting in de condition humaine kon niet zichtbaarder worden gemaakt dan door de AP-foto op de voorpagina van NRC Handelsblad van een week geleden. Een legereenheid in oorlogsuitrusting, blank, geweren in de aanslag, ogen verborgen achter een zonnebril, op een pantserwagen voorbijrijdend aan het binnen een paar dagen berucht geworden conferentiecentrum van New Orleans, Louisiana, met zijn wanhopige mensen, zwart, arm, zonder enige hulp, hun handen uitstrekkend naar wat hulpverleners hadden moeten zijn.

Later, het moet gezegd, had de dienstdoende generaal zijn manschappen opdracht gegeven de lopen van hun geweren naar beneden te laten wijzen. Het is hier geen Irak, zou hij hebben gezegd.

Nog weer later werd gemeld dat allen waren geëvacueerd, dat de stad was ontruimd (wat nog weer later niet waar bleek te zijn) en vervolgens was afgesloten voor haar bewoners. De maatregel deed toch weer denken aan Irak, aan het lot van Fallujah waar eveneens de bewoners de stad uit werden gezet om het Amerikaanse leger de vrije hand te laten. New Orleans wordt nu als het ware op Katrina heroverd. Sinds een week stromen soldaten de stad binnen, met de opdracht `shoot to kill' voor het geval zij op plunderaars stuiten.

Opmerkelijk was hoe president Bush, op bezoek in het rampgebied, volhield dat er een eerste taak lag voor het particulier initiatief. Hij roemde het Rode Kruis en het Leger des Heils – nadat alle overheids- en charitatieve instellingen er vier, vijf dagen lang niet in waren geslaagd ook maar een boterham en een kroes water naar de wanhopigen te brengen. Daarna kwamen de gelovigen. De echte, die meenden dat God de zondaars had gestraft, en de marktfanaten die bij monde van de Wall Street Journal de `logge' bureaucratieën van de federale overheid de schuld gaven. Een rijtje ondernemingen (bekend van de `wederopbouw' in Irak), moest volgens deze krant het reddingswerk maar overnemen. Let op: niet de politieke leiders maar hun onderhorigen waren de zondebok, een andere bekende uit de Iraakse tragedie.

David Ignatius had het in een column in de Washington Post, overgenomen door deze krant, bij het goede eind door onder anderen ook Clinton te noemen als, indirect, verantwoordelijk voor de ramp. In de jaren negentig hebben New Labour, de Neue Mitte en vele anderen, progressieven, liberalen en conservatieven, zich laten inspireren door de New Democrats, de groepering binnen de Democratische Partij die Clinton lanceerde. Hun ideeën over een terugtredende overheid en een oprukkende, alles gladstrijkende markt in een geglobaliseerde wereld waarin iedereen met iedereen concurreert, waren direct ontleend aan Clintons bondige bijdrage aan het sociaal-economische discours: It's the economy, stupid. De Duitse politiek heeft hier onder kanselier Schröder van gemaakt: fordern statt fördern – eisen in plaats van ondersteunen (van behoeftigen, wel te verstaan). Het is alsof je op een druk kruispunt de stoplichten uitschakelt en verklaart dat dit de manier is om ongelukken te voorkomen.

Het wachten is op een politicus die hardop durft te zeggen dat een samenleving zonder een overheid die zwakken en armen in bescherming neemt en optreedt als rechtvaardige verdeler van de vrucht van onze arbeid, op anarchie uitloopt. Bert de Vries heeft een begin gemaakt.

Het idiote is dat we dit allemaal al lang weten en er jarenlang naar hebben gehandeld en geleefd, maar dat we ons van de wijs hebben laten brengen door darwinistische nieuwlichters met een slecht geheugen. New Orleans met zijn verwaarloosde waterkeringen, met zijn hulpverleners in Irak en zijn budget besnoeid ten gunste van gewapende interventies in verre buitenlanden, met zijn misdadigers aan de macht en zijn ordehandhavers op de vlucht, is een teken aan de wand. De stad, wieg van de jazz en magneet voor velen, is niet meer.

Ignatius: ,,Tijdens de regeringen Reagan, Bush I, Clinton en Bush II is er een nationale ethiek van particulier ondernemerschap gegroeid. Deze verheerlijking van het privé-leven heeft veel economische voordelen met zich meegebracht, maar heeft ook gaandeweg ons publieke leven ondermijnd.''

Om dat laatste gaat het, want wat doe je met privé-voordelen in een ondermijnde samenleving?

J.H. Sampiemon is medewerker van NRC Handelsblad.