Inzoomen op de mist

Op een novemberavond in 1942 wordt op de stoep voor een chique appartementencomplex in Mexico-Stad een Oostenrijkse vluchteling doodgeschoten. Een tweede jongen raakt zwaargewond en zal later overlijden. Het incident maakt een abrupt einde aan een societyfeest dat in een van de appartementen in volle gang is. De tienjarige Miguel del Solar, die in het gebouw bij een tante logeert, is getuige van de verwarring die in de daaropvolgende dagen toeslaat. Alle bewoners van het gebouw lijken iets met elkaar te maken te hebben, maar niemand weet wat er precies is gebeurd of waarom. Een paar dagen later wordt Miguel door zijn ouders teruggehaald naar huis. Hij zal nooit weten hoe de vork precies in de steel zat.

Dat is het uitgangspunt van de roman Het defilé van de liefde van de Mexicaanse schrijver Sergio Pitol, van wie eerder al Het geluk getrouwd te zijn in het Nederlands werd vertaald. Of liever: de dertig jaar oudere Miguel vormt het uitgangspunt. Na een langdurig verblijf in Engeland is hij zojuist naar Mexico teruggekeerd. Oog in oog met het inmiddels danig vervallen flatgebouw wordt hij bestormd door herinneringen die hem niet met rust laten.

Daar zit ook een professioneel motief achter. Als historicus heeft hij zojuist een manuscript voltooid over het revolutiejaar 1914 en het jaar van de moord biedt een passend vervolg voor dat project. Op dat ogenblik had Mexico net de oorlog verklaard aan de asmogendheden en wemelde het in de stad van vluchtelingen, geheim agenten en samenzweerders van pittoresk allooi. Het flatgebouw vormde met zijn even bontgeschakeerde als mondaine bewoners een afspiegeling van die internationale opwinding, vooral nadat de verhoudingen door het schietincident danig dooreen waren geschud.

Veel opheldering vindt Miguel niet, wanneer hij zijn speurtocht naar de historische waarheid eenmaal begonnen is. Zijn tante Eduviges, bij wie hij indertijd logeerde, komt niet verder dan verward geroddel over haar toenmalige buren. De zonderlinge Emma Werfel wil alleen maar praten over haar moeder, een blauwkous die naar eigen zeggen tot de meest erudiete vrouwen van haar generatie behoorde. En op de vijfde verdieping huist een kreupele paranoïcus, die als enige het geheim kent van een ooit beroemde Mexicaanse castraatzanger, daar een boek over wil schrijven, maar daarbij voortdurend door anderen wordt gedwarsboomd.

Gaandeweg wordt niet alleen het verkommerde flatgebouw, maar ook de geschiedenis van zijn bewoners steeds unheimlicher. Zelfs over het leven van de mondaine galeriehoudster Delfina Uribe, die op de avond van de moord in haar appartement de triomf van een van haar schilders vierde, valt tenslotte een somber licht. Ook haar zoon raakte bij de moordaanslag gewond en van diens latere dood is zij, ondanks haar successen in de Mexicaanse society, nooit helemaal hersteld. De schilder, van zijn kant, onthult achter de incidenten die al vóór de moord het feest verstoorden, een banale historie van jaloerse generaals en gekwetste maintenees die met de dramatische ontknoping van de avond weinig uitstaande lijkt te hebben.

Zo trekt Pitol in de reeks gesprekken die hij Miguel laat voeren één voor één de sluiers weg die over het raadsel hangen. En dat laatste wordt er door de talloze nevenverhalen en elkaar tegensprekende getuigenissen eigenlijk alleen maar mistiger op. Aan het eind van het boek weet Miguel nog altijd niets zeker, maar de beklemming van het verleden heeft zich daarmee wel stevig onder zijn leden genesteld. Het defilé van de liefde doet met verhalen wat Antonioni in zijn film Blow Up – gebaseerd op een verhaal van Julio Cortázar – met fotografie deed. Hoe meer er wordt ingezoomd, des te verhullender werkt de korrel van het beeld. Uiteindelijk is er helemaal niets meer te zien dat nog houvast geeft en vervluchtigt de waarheid tot een groot vraagteken.

Pitol schreef Het defilé van de liefde als eerste van wat uiteindelijk een reeks van drie romans zou worden. Lichtheid en parodie zouden in deze Triptiek van het carnaval de meer zwaarmoedige toon van zijn voorgaande boeken moeten afwisselen. En inderdaad kondigt het eerder vertaalde slotdeel ervan, Het geluk getrouwd te zijn, al in de titel de ironie aan die zich in het boek zal ontpoppen als een nogal kluchtige comedy of errors. In vergelijking daarmee is Het defilé van de liefde aanzienlijk ingetogener, al ontbreekt ook in deze titel – een verwijzing naar Ernst Lubitsch' komedie The Love Parade – het malicieuze niet.

Pitol heeft in deze roman een bonte staalkaart van menselijke dwaas- en bekrompenheid weten uit te spreiden, zonder weg te vluchten in gratuite kolder. Hoewel de verhalen van de flatbewoners vaak bijna-monologen zijn, blijven ze meestal herkenbaar en altijd levendig tot aan het eind, mede dankzij de zeer natuurlijke vertaling van Arie van der Wal. In deze roman betoont Pitol zich een schrijver die op tamelijk onspectaculaire wijze een verhaal weet te vertellen dat op de lezer blijft inwerken, ook nadat het boek al lang is uitgelezen. Dat maakt de nieuwsgierigheid naar de rest van het oeuvre des te groter, om te beginnen naar het resterende deel van de Triptiek van het carnaval, waarvan de vertaling al is aangekondigd.

Sergio Pitol: Het defilé van de liefde. Vertaald door Arie van der Wal. Cossee, 288 blz. €19,90

    • Ger Groot