Huwelijk en samenlevingscontract moeten juridisch moderner worden

Het huwelijk en de regeling voor ongehuwd samenwonenden in Nederland en België zijn aan herziening toe. De voorwaarden en juridische bepalingen in samenlevingscontracten en huwelijkse voorwaarden zijn óf hopeloos verouderd, of niet meer zwaar genoeg voor de huidige tijd. Dit stellen Caroline Forder, bijzonder hoogleraar Europees familierecht aan de Universiteit van Maastricht, en Alain Verbeke, hoogleraar aan de Rechtsfaculteit van de Universiteiten van Leuven en Tilburg en werkzaam bij Greenille Vermogensadvocaten te Brussel. Hun boek Gehuwd of niet: maakt het iets uit? wordt 16 september gepresenteerd in Maastricht.

Enerzijds regelt het huwelijk te weinig, anderzijds te veel. Een voorbeeld is dat partners door een huwelijk automatisch al het vermogen dat ze tot die tijd hebben opgebouwd in de gemeenschap moeten delen als het huwelijk ontbonden wordt, een regel die dateert uit 1816. ,,Het hele vermogen wordt als het ware in de huwelijkse gemeenschap gezogen'', zegt Forder. Daar staat tegenover dat getrouwde partners die hebben afgesproken hun vermogens gescheiden te houden, en partners die ongehuwd samenwonen, bij een scheiding vaker in grote financiële moeilijkheden komen. Vooral vrouwen zijn onderbeschermd als de relatie beëindigd wordt. Forder en Verbeke pleiten ervoor om het Burgerlijk Wetboek bepalingen op te nemen die partners in bovengenoemde gevallen bij een scheiding meer financiële rechten geven. ,,Het is hoog tijd om alle paren, echtparen of niet, op eenzelfde billijke manier te behandelen'', zegt Verbeke.