Een nuttige bijdrage, zoals dat heet

Het huidige CDA vindt afbraak urgenter dan opbouw, schrijft Bert de Vries in `Overmoed en onbehagen'. Het conflict past in een CDA-traditie. Alleen zijn de rollen nu omgedraaid.

Begin jaren negentig openden twee jonge CDA-ideologen de aanval op het zittende kabinet van CDA en PvdA. Op dat moment was Ruud Lubbers premier en bezette Bert de Vries de ministerspost van Sociale Zaken. De twee jonge critici achtten het kabinetsbeleid te weinig herkenbaar christen-democratisch. Het werd naar hun smaak te veel gedomineerd door staatsdenken naar sociaal-democratische snit en door financieel-economische vraagstukken. De ene criticus was Ab Klink, nu directeur van het Wetenschappelijk Instituut voor het CDA. De andere heette Jan Peter Balkenende, tegenwoordig premier.

Anno 2005 zijn de rollen omgedraaid. In zijn vorige week gepubliceerde Overmoed en onbehagen. Het hervormingskabinet-Balkenende, doet Bert de Vries een felle aanval op het huidige kabinet. Zijn verwijt: het kabinet voert een weinig herkenbaar christen-democratisch beleid. Balkenende en de zijnen maken mensen ten onrechte bang met het spookbeeld van de onbetaalbare vergrijzingsgolf en uit de hand lopende staatsschuld. Dit doen ze om de samenleving rijp te maken voor `maatregelen van ongekend hard kaliber', zoals versoberingen van de pensioenregelingen, de werkloosheidswet en de wet op de arbeidsongeschiktheid. Het enthousiasme waarmee het CDA zich op de nieuwe neo-conservatieve koers heeft gestort, roept het beeld op van een `partij die afbraak urgenter vindt dan opbouw', aldus De Vries. Van de overheid als `schild voor de zwakken', een uitdrukking uit de zogeheten Bergrede van ARP-voorman Aantjes uit 1975, blijft zo weinig over.

De rollen mogen dan nu zijn omgedraaid en de toon van het discours conform de tijdgeest wat scherper, de vraag waar het in het CDA om draait is sinds begin jaren negentig eigenlijk niet veranderd. Ze draait om de ideale rolverdeling tussen staat en middenveld bij de realisering van christen-democratische waarden als solidariteit, gerechtigheid en rentmeesterschap.

Zakelijk debat

Op zichzelf valt daarover een zakelijk debat te voeren, en dat heeft de partij de afgelopen tien jaar dan ook gedaan. Het CDA schaarde zich stukje bij beetje achter de lijn die zich al aftekende in het proefschrift van Balkenende uit 1992 (Overheidsregelgeving en maatschappelijke organisaties). De jurist betoogde daarin dat niet meer alle heil van de overheid valt te verwachten. Het middenveld (sociale partners, scholen, omroepen, patiëntenorganisaties en andere burgerinitiatieven) zou meer armslag moeten krijgen om die idealen waar te maken. De verzorgingsstaat moest intact blijven, maar sterker worden in het weer aan het werk helpen van mensen. Het recente pleidooi van CNV-voorman René Paas voor versoepeling van het ontslagrecht om de arbeidsmarkt beter te laten functioneren, zou de promovendus Balkenende zeker in zijn proefschrift hebben opgenomen als voorbeeld van christelijk-sociaal denken.

Vorige week ging het echter mis; van een zakelijk debat in de partij was even geen sprake meer. Bij de publicatie van het boek van De Vries kwam het tot persoonlijk getinte verwijten tussen de CDA-top en de auteur. Diverse media, waaronder dagblad Trouw, legden dat uit als de geslotenheid van een bestuurderspartij die geen tegenspraak duldt. De reacties hebben echter minstens zoveel te maken met het boek zelf. Wie kaatst kan de bal verwachten. Overmoed en Onbehagen is offensief en toegankelijk geschreven en biedt een nuttige bijdrage aan het sociaal-economisch debat, zoals dat heet. Tegelijkertijd gaat `Berts Bergrede' er van uit dat solidariteit en gerechtigheid uiteindelijk alleen veilig zijn in de schoot van de staat. Zijn analyse krijgt daardoor iets eenzijdigs. Daarnaast is het boek te binnenlands van perspectief en bevat het te veel riskante veronderstellingen om te overtuigen.

De Vries verwijt Balkenende cum suis uit te gaan van een `egocentrische' middenklasse die zijn eigen boontjes dopt en lak heeft aan solidariteit. Dat is gelet op de eerder genoemde opvattingen van Balkenende een, laten we zeggen, opmerkelijk verwijt. Ook een van de belangrijkste toespraken die hij tijdens zijn premierschap heeft gehouden werpt een ander licht op de zaak. In zijn zogeheten Bilderbergrede voor christelijke werkgevers (22 januari 2005) waarschuwt Balkenende tegen de komst van een goed opgeleide klasse die op een hoog-technologische arbeidsmarkt zijn weg vindt en een kansloze groep laagopgeleiden in de kou laat staan. Hij roept zowel die groep als de werkgevers op tot medewerking om de laagopgeleiden aan het werk te houden.

Problematisch is het etiket `neo-conservatief' dat De Vries op het kabinet plakt. Deze karakterisering dreigt te verworden tot een nietszeggend containerbegrip. De Vries definieert neo-conservatief als de opvatting `dat er in sommige instituties van de samenleving zoveel bederf aanwezig is dat er maar één goede oplossing is: namelijk ze opruimen en vervangen door nieuwe, die speciaal ontworpen zijn om de oude idealen weer tot hun recht te laten komen'.

Onduidelijk blijft in het boek waarom dit etiket past op de huidige kabinetsmaatregelen. Daarin worden uitkeringen en verzekeringen niet afgeschaft, en ook geen uitkeringsniveaus verlaagd zoals in de tijd van minister De Vries gebeurde. Wél worden ze versoberd (beperking duur van WW, strengere criteria WAO) en de fiscale vrijstelling voor VUT- en prepensioenregelingen geschrapt, dit alles om de arbeidsparticipatie te vergroten. Veel Europese regeringen van uiteenlopende signatuur (Britse en Duitse sociaal-democraten, Franse conservatieven, Belgische `paarsen') voeren overigens eenzelfde soort beleid. Maakt dat ze allemaal neoconservatief?

Vergroting van arbeidsdeelname is de rode draad in het huidige sociaal-economisch beleid van Nederland. Doordat jongeren later gaan werken dan vroeger, 65-plussers langer leven, werkenden vergeleken met buurlanden veel vrije tijd hebben, en na 2010 de naoorlogse babyboomgeneratie met pensioen gaat, wordt het volgens het kabinet moeilijk om de verzorgingsstaat betaalbaar te houden. Bovendien kan door de globalisering de verplaatsing van industrie naar lagelonenlanden zich doorzetten. Om de verzorgingsstaat ook op de lange duur draaiend te houden en de belastinginkomsten op peil te houden, zijn genoemde maatregelen genomen.

Grijze golf

Niet nodig, oordeelt De Vries. Globalisering is al enkele decennia aan de gang en tot nog toe goed opgevangen. Verder besteden kabinet, CDA en media veel te weinig aandacht aan de enorme belastinginkomsten die wachten als de pensioenen voor de grijze golf uitbetaald gaan worden. Die zijn genoeg om de AOW te financieren, en mischien ook de stijgende kosten van de zorg. Mocht dat niet zo zijn, dan kan een kleine verhoging van de lastendruk soelaas bieden.

De vraag is echter of de jongeren van straks deze solidariteit kunnen opbrengen en zo'n lastenverhoging accepteren, mocht de rekensom van De Vries toch tegenvallen. Die komende generaties worden sowieso met meer lasten voor de opvang van ouderen geconfronteerd.

Nog riskanter is de veronderstelling van De Vries dat al het belastbare pensioengeld over tien, twintig jaar er nog is. Nederland is namelijk het enige land in Europa met een pensioenstelsel dat vooraf wordt gefinancierd, zoals De Vries zelf ook met trots constateert. Andere grote Europese landen komen daarom wellicht wél in grote pensioenproblemen, zeker omdat de vergrijzing daar soms nog heviger zal toeslaan. De verleiding zal tegen die tijd groot zijn de inflatie in het euro-gebied te laten oplopen. Daardoor smelten de schulden voor de Europese hoofdrolspelers vanzelf weg, maar dus ook de mooie, belastbare kapitaalberg van De Vries. Het zou niet de eerste keer zijn dat de Europese Centrale Bank die de inflatie laag moet houden, gedwongen wordt te buigen voor de grote landen in Europa.

Overmoed en onbehagen ademt te veel de sfeer van `Het komt wel goed' en `Veel valt te managen' om uit te groeien tot een invloedrijk werk. Het mist overtuigingskracht voor de generatie politici die opgroeide tijdens de financiël-economische puinhopen in de jaren tachtig, en die recent werd geconfronteerd met de Fortuyn-revolte, de Europese `Realpolitik' en de (Chinese) schokgolven van de globalisering. De kans dat het alternatief CDA-verkiezingsprogramma van De Vries wordt overgenomen, lijkt dan ook nihil.

Bert de Vries: Overmoed en onbehagen. Het hervormingskabinet-Balkenende. Bert Bakker, 301 blz. €18,95

    • Kees Versteegh