Dromen van Sjors en Sjimmie

Vijf dagen lang prees het literair productiefonds Nederlandse waar aan op de Beijing Book Fair, van F.B. Hotz tot Jip en Janneke. Wat lezen de Chinezen?

Trots draait professor He Linxia, directeur van de Guangxi Normal University Press, aan de touwtjes waarmee een goudkleurig kartonnen doosje zit dichtgebonden. ,,Kijk, de drie touwtjes zijn rood, wit en blauw, de kleuren van de Nederlandse vlag.'' Uit het gouden doosje komt een oranje boekwerk tevoorschijn. ,,Oranje is de kleur van Nederland, en ik heb de woorden uit de titel in de vorm van een molentje op de omslag gezet'', aldus He. De omslag van het boek doet, net als de foto's van professor He die het boek illustreren, een beetje knullig en wel heel stereotype Hollands aan.

Het boek is een bloemlezing uit het werk van ruim vijftig moderne Nederlandse dichters die in het Chinees zijn vertaald, deels gebaseerd op een eerdere bloemlezing die in 1988 in China verscheen, toen in een kaftje met tulpen op het omslag. Het boek is deze week door staatssecretaris Medy van de Laan feestelijk overhandigd aan een vertegenwoordiger van het Chinese ministerie van Cultuur, ook alweer te midden van een decor van vooral tulpen, molens en klompen.

He's uitgeverij, gevestigd in een van de meer afgelegen provincies van China, geeft jaarlijks zo'n vijfhonderd nieuwe titels uit, met een nadruk op non-fictie en kinderboeken. Hij wil graag nog meer Nederlandse boeken uitgeven, en hij heeft daarvoor vorig jaar al uitgebreide contacten gelegd met het Nederlands Literair Productie- en Vertalingenfonds. Tien Nederlandse uitgevers zijn door hem benaderd, zeven van hen hebben tot nu toe gereageerd, wat moet leiden tot vertalingen van werk van onder anderen Fik Meijer, Harry Mulisch en Geert Mak. Maar het liefst zou He een heel ander Nederlands boek laten vertalen, bekent hij. ,,Ik zag de strip Sjors en Sjimmie vorig jaar in Nederland, en die vond ik heel humoristisch en vertederend. Ik heb alleen nog geen reactie van de Nederlandse uitgever gehad.''

Met de verrassende wens om naast Erasmus en Huizinga ook Sjors en Sjimmie te publiceren, lijkt professor He te willen inhaken op een toenemende voorliefde voor Japanse en Koreaanse strips onder scholieren. De competitie om de hoogste cijfers is moordend op Chinese scholen, en de kinderen maken lange dagen. Als zij nog tijd hebben om voor hun ontspanning iets te lezen, dan zijn dat vaak strips.

Sjors en Sjimmie komt niet voor in de zeer verzorgde Chinees- en Engelstalige brochure waarmee het literair productiefonds op de Beijing Book Fair probeert Chinese uitgevers warm te maken voor Nederlandse boeken. Jip en Janneke staat er wel in, en daar bestaat ook grote belangstelling voor. Maar de brieven van Vincent van Gogh zijn het meest gewild. ,,Ik ben over Van Gogh door vijf uitgevers benaderd'', vertelt directeur Henk Pröpper van het Fonds enthousiast. ,,Het zal nog lastig worden om te bepalen wie uiteindelijk de rechten krijgt.''

Dat wordt het ongetwijfeld. De meeste uitgevers zijn vandaag de dag wel in staat om een mooie uitgave en een goede vertaling uit het Engels te verzorgen, maar lang niet allemaal beschikken ze over de distributiekanalen en het marketingapparaat om de boeken ook goed te verkopen. Chinese uitgevers zijn staatsinstellingen, die in de jaren vijftig zijn opgezet om voor een bepaalde opleiding of een bepaalde sector te produceren. Zo begon de uitgeverij van meneer He als een drukker van lesmateriaal voor de lerarenopleiding van de provincie Guangxi.

Inmiddels vercommercialiseren de uitgeverijen op een specifiek Chinese manier. Mensen die hun sporen hebben verdiend als redacteur bij grote uitgeverijen, gaan titels met commerciële mogelijkheden nu uitgeven met investering van eigen kapitaal. Ze brengen de boeken alleen nog formeel onder bij de staatsuitgeverijen, om zo een ISBN-nummer en toestemming voor publicatie te krijgen.

Voor Nederlandse uitgevers kleeft er een risico aan het werken met de traditionele staatsuitgeverijen. Die uitgeverijen hebben al snel voldoende middelen om de rechten van een boek te kopen, maar het is de vraag of ze ook over voldoende motivatie en commerciële kennis beschikken om het boek tot een publiekssucces te maken, zeker nu de betere redacteuren voor zichzelf beginnen.

Uitgeverijen worden bovendien door de overheid gestuurd in hun aankoopbeleid: ze moeten minimaal een bepaalde hoeveelheid buitenlandse rechten kopen, omdat het overheidspolitiek is om meer buitenlandse kennis aan de bevolking beschikbaar te stellen. Niet al die rechten zullen ook worden omgezet in werkelijke publicaties.

De concurrentie op de boekenmarkt is enorm: per dag worden er zo'n zeshonderd nieuwe boektitels in China uitgebracht. Waar voor Nederland een eerste druk van 3.000 voor een roman goed is, gaat het in China al snel om 10.000 exemplaren. Als men veel van het boek verwacht, bedraagt de eerste oplage 50.000 à 100.000 exemplaren. De Chinese staatsuitgevers die geïnteresseerd zijn in Nederlandse boeken, spreken over `kleine' oplagen van 5.000 à 6.000 exemplaren.

Het is de eerste keer dat het Fonds op de Internationale boekenbeurs van Peking staat, en dat is te zien. De Nederlandse stands, ook die van Kluwer, Brill en Scriptum, zijn een stuk kleiner en moeilijker te vinden dan de behoorlijke Duitse en de nog veel grotere Franse stand. Frankrijk is dit jaar eregast op de beurs in het kader van de viering van het Frankrijk-Chinajaar. In de Franse stand presenteren de verschillende uitgevers zich gezamenlijk met Chinese vertalingen van werken van Sartre, Proust, Hugo en Balzac.

Ook in de boekhandels vind je een ruime keuze aan de `klassieken' uit de Europese literatuur, maar daarvoor loopt het niet echt storm. De bestsellerlijsten die de krant Nieuw Peking elke week publiceert, worden gedomineerd door buitenlandse non-fictie. Het gaat om zelfhulpboeken, om boeken over economie, computertechnologie en management. Bij de fictie staat de Da Vinci Code van Dan Brown op nummer één, op korte afstand gevolgd door Harry Potter.

De beurs wordt voor de twaalfde keer gehouden, deze keer over twee uitgestrekte, sfeerloze verdiepingen van een gebouw dat niet speciaal boekvriendelijk aandoet, en waar eerder nog een autobeurs werd gehouden. Drie dagen is de beurs alleen open voor uitgevers, de laatste dagen komt er een algemeen publiek. Het loopt niet storm. Een vermoeide, lange Chinese jongen met Harry Potter-bril en pruik deelt bij de ingang folders uit over de nieuwe Potter aan twee meisjes die een bedrijf hebben voor de organisatie en aankleding van beurzen, maar die niet voor de boeken zelf komen.

In de brochure van Pröpper staat een Chinees- en een Engelstalige beschrijving van veertig boeken. Daaronder zitten achttien romans, zestien non-fictiewerken en zes kinderboeken. Voor ongeveer de helft bestaat serieuze belangstelling. ,,De Ethica van Spinoza willen ze graag, over Nooit meer slapen van W.F. Hermans twijfelen ze nog, maar voor een boek als De oorsprong van de wereld krijg ik niemand'', zegt Pröpper. Dat boek, een uitgebreide studie naar de vrouwelijke genitalia door Jelto Drenth, wordt in China vermoedelijk als pornografisch gezien en daar durft geen officiële uitgever zijn vingers aan te branden. Niet omdat er geen markt voor zou zijn, integendeel, maar omdat pornografie bij wet verboden is.

Elke Chinese uitgever heeft te maken met censuur, de vrijheid van drukpers is in China effectief om zeep geholpen doordat een uitgever automatisch strafbaar is als hij niet eerst een vergunning om een uitgeverij te beginnen heeft gekregen van een speciaal overheidsorgaan. De import van buitenlandse boeken in de oorspronkelijke taal is voorbehouden aan een beperkt aantal importeurs, die de titels pas kunnen importeren als ze eerst door de censuur zijn gekomen. Het aanbod aan boeken in buitenlandse talen is mede daarom nog steeds heel beperkt: zelfs reisgidsen over China die als China-vijandig worden beschouwd, kwamen eerder het land niet in. Buitenlandse tijdschriften worden vaak verkocht met pagina's uit het tijdschrift gescheurd of met passages die met een zwarte viltstift zijn doorgestreept.

Welke in China zelf geschreven boeken worden verboden? Een tijdje terug verscheen er een doorwrocht boek van twee journalisten die beschreven hoe ernstig de corruptie en de willekeur van ambtenaren op het Chinese platteland waren. Het boek werd eerst geprezen omdat het `terecht' misstanden aan de kaak stelde, maar toen er te veel aandacht voor kwam, veranderde de overheid van mening.

Het boek werd alsnog verboden, en kon daarmee een triomftocht door het illegale circuit beginnen. Het was niet langer in de boekwinkels te koop, maar wel bij de vele illegale boekverkopers die hun waar op een kleedje op de grond bij de drukke uitgangen van metrostations te koop aanbieden.

Dat is ook de plaats om sappige Chinese romans die als `decadent' worden aangemerkt te kopen, of om een spotgoedkope, slecht uitgevoerde roofdruk van bijvoorbeeld Harry Potter deel zes of van de autobiografie van Hillary Clinton te vinden. Als de politie komt controleren, binden de verkopers snel hun kleedje bij elkaar en zetten het op een lopen.

Kritiek op de hoogste partijleiders, beschrijvingen van hun persoonlijk leven en dat van hun familieleden liggen heel gevoelig. Zo is de recente Mao-biografie van Jung Chang en Jon Halliday in China streng verboden, maar in Hongkong volop te krijgen. Hongkong valt buiten de Chinese censuur. De voor Chinese begrippen kleine stadstaat met ruim 6 miljoen inwoners is een rijke bron voor Chinees- en Engelstalige literatuur over China die in China zelf, met zijn 1,3 miljard inwoners, niet te krijgen is.

In officiële Chinese boekwinkels staan altijd de verzamelde werken van Mao Zedong en Deng Xiaoping prominent opgesteld, maar de aanwezigheid van communistische theoretische werken jaagt het publiek doorgaans snel de deur uit. Partijkader uit de provincie wil nog wel eens een stapeltje van die boeken mee naar huis nemen om er de verplichte studie-uurtjes van de plaatselijke partijleden mee te kunnen vullen, maar moderne jongeren lopen er met een grote boog omheen. Zij hebben veel meer belangstelling voor boeken over informatietechnologie en voor cursussen Engels of Japans. De westerse managementgoeroes en boeken over hoe je snel rijk kunt worden vinden ook in China gretig aftrek.

Van ontlezing lijkt dan ook geen sprake. In de boekwinkels, die soms wel vijf verdiepingen hoog zijn en een enorm vloeroppervlak kunnen hebben, zitten veel mensen ongestoord op hun hurken tussen de stellingen te lezen. Er is een enorme honger naar kennis, met een tendens om wat uit het buitenland komt hoger in te schatten dan wat China zelf uitgeeft.

Kinderen krijgen van kleins af aan mee dat een goede opleiding van het grootste belang voor hun toekomst is, en bij die goede opleiding hoort ook lezen. Dan gaat het niet alleen om lesmateriaal, maar ook om literatuur: veel ouders vinden dat het lezen van romans bijdraagt tot de ontwikkeling van hun kind, dat eigenlijk liever strips leest.

Pröpper is onder de indruk van alles wat er al in het Chinees vertaald is. ,,Frankrijk, Engeland en in mindere mate Duitsland zijn veel verder dan wij. Probleem met het Nederlands is dat er maar vier of vijf vertalers naar het Chinees zijn, dus de vertalingen gaan in eerste instantie via het Engels. We hopen met steun van de Taalunie het Nederlands te bevorderen aan de Chinese universiteiten. Dan kun je werken aan de opbouw van een club vertalers'', aldus Pröpper.

Tot die tijd biedt hij vooral werken aan die in een Engelse editie beschikbaar zijn. De vier Chinese uitgevers die belangstelling tonen, hebben dat voor Willem Elsschots Kaas, dat al eerder in roofdruk in China is verschenen, maar Bordewijk wordt niet gewaardeerd, net zo min als Louis Paul Boon. Gerard Reves De Avonden kan net als Nooteboom, Claus, Mulisch en Dorrestein wel op belangstelling rekenen, maar Arnon Grunberg niet. ,,Het cynisme van Grunberg vinden ze echt te ver gaan. Maar Hella Haasse slaat wel aan.'' Voor Frans Kellendonk, Gerhard Durlacher, F.B. Hotz, Oek de Jong, Arthur Japin en Thomas Rosenboom is de tijd nog niet rijp.

Op Komst in China

    • Garrie van Pinxteren