De waarheid dienen

Het belangrijkste kapitaal waarover de democratische rechtsstaat beschikt, is vertrouwen in justitie, in het bijzonder in de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. De burger dient ervan te kunnen uitgaan dat rechters, officieren van justitie en politieambtenaren competent, integer, zorgvuldig en waarheidslievend zijn. Dit houdt niet de plicht tot onfeilbaarheid in. Hoewel menige burger dat eist en een enkele functionaris zich ook wel zo gedraagt. Fouten maken is menselijk. Het overkomt iedereen. Dat legt echter wel de plicht tot het tijdig onderkennen, onderzoeken, rechtzetten en sanctioneren van gemaakte fouten. Tot zover alles wat vanzelf spreekt.

Het ziet er nu naar uit dat in de zaak-Nienke, waarin een onschuldige wegens moord werd veroordeeld, het openbaar ministerie hard onderuit is gegaan. Behalve door een eerdere `onveilige' bekentenis is de zaak-Nienke nu ook berucht omdat er relevant bewijs is achtergehouden. Althans, de officier had de rechter vollediger moeten inlichten dan is gebeurd, zo erkent de hoogste ambtenaar van het parket in een intern schrijven. Dat deed hij overigens nadat hij eerder deze week op televisie het handelen van justitie vooral had goedgepraat. Ook gisteren wilde de topman het woord `achterhouden' niet gebruiken. Maar dat is toch de juiste term. Als de onderzoeker van het Nationaal Forensisch Instituut in een unieke afwijking van de praktijk zijn twijfels over het daderschap van de verdachte bij justitie expliciet maakt, dan is de officier die de rechter en de advocaat daarover niet informeert ernstig nalatig.

Naar de reden kan alleen worden gegist. Van kwade opzet is niet gebleken. Deskundigen maken zich zorgen over de `cultuur van het scoren', van veroordelingen wel te verstaan, die het gevolg is van de nadruk op repressie en de gevoelde noodzaak een harde strijd tegen de criminaliteit te voeren. Dit zou ten koste gaan van de magistratelijke taak van de officier die in het strafproces vooral de waarheid moet dienen. Advocaten protesteren nu tegen de ongelijke verhoudingen in het strafproces, waarbij de officier verhoren van getuigen à decharge kan weigeren en technisch tegenbewijs alleen tegen hoge kosten in het buitenland is te verkrijgen. Ook de summiere vonnissen die rechters om doelmatigheidsredenen mogen schrijven, liggen terecht weer onder vuur. Het zijn tekenen van een tijd waarin justitie onder zware druk is gezet om te presteren en waarschuwingen uit het juridische veld voor verlies van kwaliteit zijn genegeerd.

Volgende week geeft minister Donner (CDA) uitleg. Dan zal ook blijken welke conclusie de minister verbindt aan de constatering van zijn topambtenaar dat het ,,achteraf beter was om de rechter in te lichten over die twijfel''. Dat het openbaar ministerie zelf tot dit inzicht is gekomen is te prijzen. Maar het blijft onjuist dat de topambtenaar daar in het openbaar niet dezelfde woorden voor wist te kiezen als binnenskamers. Zo rijst een beeld op van een organisatie die in kleine kring de fout erkent, maar het hardop niet wil toegeven. Dat past niet in een tijd waarin de burger een transparante overheid vraagt, met een open cultuur waarin verantwoording afleggen, informeren en sanctioneren vanzelfsprekend zijn.

Een pluspunt in deze kwestie is dat het parket zelf een onderzoek heeft gelast door buitenstaanders naar het eigen handelen in deze zaak. Ook de Rotterdamse rechters zijn in eigen kring te rade gegaan. Eveneens een unicum. In het buitenland bestaan er onafhankelijke toezichthouders die justitieel optreden in lastige zaken kunnen toetsen. In het Verenigd Koninkrijk kent men een Criminal Cases Review Commission. Minister Donner wees een PvdA-voorstel van die inhoud vorig jaar nog af. Het ware beter indien hij dat opnieuw overwoog.Ook bij de rechterlijke macht begint het besef te dagen dat de beslissing in laatste instantie, die juridisch per definitie de juiste is, desondanks onjuist kan zijn. In de zaak-Nienke hield ook de Hoge Raad tot twee keer toe de veroordeling van de verkeerde dader in stand.

Moet de rechter onder alle omstandigheden immuun blijven voor het oordeel van een buitenstaander, als er zo duidelijk gedwaald is? In de samenleving is peer review of benchmarking, in onvermijdelijk jargon, gemeengoed. Ook met instandhouding van de onafhankelijkheid en met behoud van de proceszekerheid die het wetboek biedt, moeten rechters en officieren zich aan vormen van professionele visitatie, ijking of beoordeling door beroepsgenoten kunnen onderwerpen.

Het vertrouwen in het openbaar ministerie is duidelijk beschadigd. De blunders in de zaak-Nienke wijzen op structurele problemen en vragen om een fundamenteel antwoord.