De onverdraagzaamheid won

Rumoer hoort bij de Nobelprijs voor Literatuur. In de aanloop naar de bekendmaking van de nieuwe laureaat een korte serie over controversiële winnaars. Deze week: Boris Pasternak, winnaar in 1958.

De Nobelprijs voor Literatuur kan de laureaat niet alleen zeer gelukkig stemmen, het kan ook zijn dood bespoedigen. Onstuimige blijheid en trots kunnen omslaan in schrik en zelfs afwijzing. Dit scala aan emoties doorliep de Russische schrijver Boris Leonidovitsj Pasternak (1890-1960) aan wie de Zweedse Academie in 1958 de grootste letterkundige prijs toekende. De Academie onderscheidde hem vanwege `zijn belangrijke bijdrage zowel aan de hedendaagse lyrische poëzie als op het gebied van de grote Russische prozatraditie'.

Poëzie en epiek ineen. Kan het mooier voor een laureaat? Jazeker. Er hoort ook nog een derde reden bij, namelijk een politieke. Dus verwierf Pasternak de Nobelprijs vanwege zijn poëtische werk, zijn proza en, niet te vergeten, zijn politieke betekenis. Dit drievoudige eerbetoon uit het Westen werd voor de Russische schrijver een drama dat zich geleidelijk voltrok, als een Griekse tragedie.

Boris Pasternak genoot vooral faam als dichter tot hij met Dokter Zjivago wereldwijde bekendheid verwierf. Hij voltooide de roman in 1956, nadat hij meer dan tien jaar aan dit lyrische proza had gewerkt. Aanvankelijk wilde hij het boek Jongens en meisjes noemen of anders Taferelen uit een halve eeuw dagelijks leven. Maar hij veranderde de titel toen hij in Moskou een rond, gietijzeren putdeksel zag met de naam van de fabrikant erop: Zjivago.

Pasternak leefde en werkte niet ver van Moskou in het schrijversdorp Peredelkino. De Russische Schrijversbond stelde hem hier een `datsja' ter beschikking omgeven door hoge dennen in een weidse tuin. Hij leidde er een teruggetrokken bestaan. Enkele van zijn belangrijkste dichtwerken en autobiografische geschriften als Mijn zuster, het leven, Vrijgeleide en Tweede geboorte waren al gepubliceerd, zij het niet zonder moeite.

Sinds Stalin in 1928 aan de macht kwam, stond Pasternak bloot aan `terreur'. De partij beschuldigde hem ervan in zijn werk geen gehoor aan de voorschriften van het socialistisch-realisme te geven. Bovendien negeerde hij het web van intriges dat de sovjetmaatschappij en de Schrijversbond rondom hem begonnen te weven. Een van zijn dierbaarste vriendinnen, Olga Ivinskaja, verdween in een werkkamp, onder meer vanwege haar intieme vriendschap met Pasternak.

Met Dokter Zjivago had de schrijver grootse plannen. Hem stond een omvangrijke roman voor ogen waarin hij een historisch beeld van Rusland wilde geven vanaf 1903 tot 1953. In die periode vielen ingrijpende politieke en maatschappelijke omwentelingen, zoals de Februari- en Oktoberrevolutie van 1917, de doorbraak en verheerlijking van het communisme en de opkomst van het stalinisme. Zijn hoofdpersoon, Joeri Zjivago, is dichter en dokter tegelijk. Hij is gehuwd met zijn jeugdvriendin Tonja Gromeko, maar zijn ware liefde is Lara Guichard – dé Lara (Julie Christie) uit de Amerikaanse verfilming van David Lean uit 1965, dé Lara ook van `Lara's Theme' waar Zjivago in de vertolking van Omar Sharif met gloeiende ogen telkens naar luistert. En miljoenen toeschouwers in de bioscopen met hem.

Pasternak koesterde halverwege de jaren vijftig geen enkele illusie dat Dokter Zjivago in Rusland werd gepubliceerd. Hij stuurde het boek, waarvan het laatste deel een gedichtencyclus vormt geschreven door Joeri Zjivago, naar verschillende Moskouse uitgeverijen. Maar die bewaarden een ijzig en onverschillig stilzwijgen, omdat het boek de beslissende rol van de bolsjewieken in de revolutie ter discussie stelt. Desondanks besloot de staatsuitgeverij in diezelfde tijd tot uitgave van Pasternaks verzamelde gedichten. Inzending door de schrijver aan het literaire tijdschrift Novy Mir (`Nieuwe wereld') werd afgewezen omdat `de geest van de roman onverzoenbaar is met de geest van de revolutie'.

Schandaal

Toen gebeurde er iets wonderlijks. Ik ga af op de getuigenissen van Pasternaks vriendin Olga Ivinskaja, dichteres en vertaalster. In Gevangene van de tijd. Mijn leven met Boris Pasternak (1978) schrijft zij het volgende: `Begin mei 1956 berichtte Radio Moskou tijdens een uitzending in het Italiaans dat binnenkort de publicatie werd verwacht van Pasternaks roman Dokter Zjivago, waarvan de handeling driekwart eeuw omvatte en eindigde met de Tweede Wereldoorlog. De dramatische gevolgen van dit bericht lieten niet op zich wachten. Het zou uiteindelijk leiden tot een wereldomvattend schandaal.'

Als gevolg van het radiobericht diende een vertegenwoordiger van de Italiaanse uitgeverij Feltrinelli zich bij Pasternak op zijn landhuis aan. Deze luisterde naar de naam Sergio D'Angelo en was door de Italiaanse communistische partij naar Moskou gestuurd. Hij werkte voor de Italiaanse sectie van Radio Moskou. De jonge, communistische uitgever Giangiacomo Feltrinelli verzocht hem schrijvers en boeken in de gaten te houden die voor hem interessant zouden zijn. Meteen na uitzending van het bericht toog hij op een prachtige dag in mei naar Peredelkino, waar hij de schrijver aantrof werkend in de tuin. Hij wist de hand te leggen op het manuscript dat zo lang vergeefs op publicatie wachtte. Pasternak was zowel gevleid door het optreden van D'Angelo als door zijn `buitenissige' naam en liet zich overhalen. Naar eigen zeggen van D'Angelo zou Pasternak bij de overhandiging opgemerkt hebben: `U hebt mij uitgenodigd voor mijn eigen terechtstelling.' Achteraf getuigt dit van een visionaire blik van de auteur.

Feltrinelli publiceert Il Dottore Zivago in Milaan op 15 november 1957 in een oplage van 6.000 exemplaren. Tegelijk verschijnen in het blad Espresso grote gedeelten uit de roman – juist die stukken die het scherpst het sovjetregime aanvallen. De opgeschrikte Russische regering stelt alles in het werk om verdere publicatie te verbieden en overweegt een verkorte uitgave in de Sovjet-Unie. Maar het is te laat: nog in november verschijnen twee herdrukken en enkele maanden later komt Dokter Zjivago uit in Engeland, Frankrijk en Duitsland. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog zorgt een sovjetschrijver voor grote consternatie.

De Schrijversbond probeert de stilte rondom de buitenlandse uitgave te bewaren. Maar er is geen weg meer terug wanneer op 23 oktober 1958 de Zweedse Academie de naam van de nieuwe Nobelprijswinnaar bekendmaakt: Boris Pasternak. De lont is aangestoken, het kruit ontploft. De Russische autoriteiten zien de toekenning als een vijandige daad. De politieke weerstand die de roman bij verschijning had opgeroepen – de Russische editie was inmiddels uitgekomen en lag ook in Milaan in de boekwinkels – werd alleen maar versterkt. Toch kwam de toekenning in 1958 niet helemaal als een verrassing: eerder, in 1947 en in 1954, was er sprake van dat het comité Pasternaks kandidatuur overwoog vanwege zijn lyrische werk. In 1954 gaf men de voorkeur aan Ernest Hemingway.

De laureaat telegrafeerde dezelfde dag aan de secretaris van de Zweedse Academie: `Oneindig dankbaar, geroerd, trots, verbaasd, verlegen.' Er werden foto's gemaakt van een glimlachende Pasternak, hij heft het glas en neemt felicitaties in ontvangst. Maar dit geluk blijkt kortstondig, niet langer dan twintig minuten.

Dan zijn er nieuwe foto's waarop Pasternak in gedrukte stemming aan tafel zit, de mond vertrokken, de ogen neergeslagen. Ondertussen kreeg hij bezoek van Konstantin Fedin, buurman, prozaïst en vooral vooraanstaand lid van de Schrijversbond. Zonder Pasternak te feliciteren kwam hij op Pasternak af met een gezicht alsof hij zijn opeens wereldberoemde collega op een misdaad had betrapt. Pasternak moest zich distantiëren van de prijs en, vrijwillig, om moeilijkheden te voorkomen afstand doen van zijn roman. Pasternaks stemming van `geroerd, trots' ging aan stukken.

Stroomversnelling

Die laatste dagen van oktober 1958 volgden de gebeurtenissen elkaar snel op. Pasternak kwam in een stroomversnelling terecht, waaruit hij zich nauwelijks kon bevrijden. Van hogerhand werd besloten fel te reageren en de officiële media in te schakelen. Radio Moskou kondigt twee dagen later, op zaterdag 25 oktober, aan: `De toekenning van de Nobelprijs voor één enkel middelmatig werk zoals Dokter Zjivago is een politieke daad tegen de sovjetstaat.'

Dat was niet genoeg. Op diezelfde zaterdag zet de Literatoernaja gazeta, de literaire krant en spreekbuis van de Schrijversbond waaraan de bewuste buurman Fedin is verbonden, met de volgende woorden de aanval in: `Dokter Zjivago is een laag-bij-de-gronds boek, onbetekenend, waardeloos. De ultrareactionaire krachten van het Westen gebruiken deze prijs als wapen in hun anticommunistische kruistocht.' De auteur heet `een kwaadaardige bourgeois' te zijn, `een rancuneuze literaire snob'. En zo ging het verder en groeide de hetze uit tot buitengemene proporties.

Een dag later hebben alle kranten de smaad en laster overgenomen. De Pravda, het officiële orgaan van de Communistische Partij, beschuldigt Pasternak van verraad en reactionaire propaganda. Studenten aan het Moskouse Instituut voor Literatuur werden opgeroepen tot een spontane demonstratie. In een toespraak werd Pasternak vergeleken met een zwijn: `Wie met zwijnen werkt, weet dat een der eigenaardigheden van deze dieren is dat ze de plaats waar ze eten en slapen niet bevuilen. Daarom mag men zeggen, indien men Pasternak met een zwijn vergelijkt, dat een varken nooit zal doen wat hij heeft gedaan.' Naar verluidt werden deze woorden onder luide toejuichingen ontvangen. De Schrijversbond besloot Pasternak te royeren en zijn status van sovjetschrijver te ontnemen. Tot slot bemoeide het gewone volk zich met de hetze. Uit het hele land kwamen ingezonden brieven binnen, boordevol verontwaardiging. Maar niemand kon de roman gelezen hebben.

Door deze druk voelde Pasternak zich als een opgejaagd dier en was hij ten einde raad. Niet alleen waren de morele dreigementen zeer groot, er kwam ook een economische blokkade bij, zoals Ivinskaja erkent: `Daar immers alle tijdschriften, alle uitgeverijen, kortom alle mogelijkheden om de kost te verdienen in handen van de staat zijn, was het doodeenvoudig om intellectueeltjes als wij door uithongering klein te krijgen. Van de uitgeverijen kwam stuk voor stuk bericht dat de vertaalcontracten geannuleerd werden.'

Op de avond van woensdag 29 oktober 1958 liet Pasternak de Zweedse Academie per telegram het volgende weten: `Gezien de betekenis die de maatschappij waarvan ik deel uitmaak aan uw prijs hecht moet ik de mij toegekende, onverdiende onderscheiding weigeren. Neemt u mij mijn vrijwillige weigering niet kwalijk.'

Spijt

Een week later nam de Pravda een brief van hem op, waarin de gekwelde schrijver verklaart dat hij zijn staat en volk niet heeft willen schaden. Verder betuigt hij spijt dat hij in de roman de indruk zou hebben gewekt de Oktoberrevolutie af te wijzen.

Zijn vriendin Olga Ivinskaja is woedend. Aanvankelijk kan ze Pasternaks beslissing niet begrijpen. Ze schrijft: `Pas later begreep ik wat dat het ``iets anders'' was: ze wilden de dichter vernederen, hem dwingen in het openbaar zijn fouten op te biechten en toe te geven – brute kracht, onverdraagzaamheid moest dus zegevieren. Maar om te beginnen had Pasternak op zijn manier voor een verrassing gezorgd.'

Het leven van Pasternak was ontwricht. Hij werd afgeluisterd, achtervolgd, bespied door spionnen in vrouwenkleren. Nog geen anderhalf jaar later overleed hij in Peredelkino. Op een van de laatste foto's van hem is er niets over van de vastberadenheid in zijn gezicht en van de vitale gloed in zijn ogen.

Degenen die over het leven van Pasternak schreven, zijn vriendin Ivinskaja, zijn biografen en wetenschappers, zijn het erover eens dat de crisis rond de Nobelprijs zijn dood onmiskenbaar heeft versneld.

De dichter en prozaïst voelde zich intens verbonden met zijn land. Een moreel oordeel uitspreken over zijn `vrijwillige' weigering is onmogelijk. Maar Pasternak was bang verbannen te worden en wilde schrijven, nergens anders dan op zijn landgoed met de grote tuin, niet ver verwijderd van Moskou, een stad die hem ongekend dierbaar was.

Keuze uit geraadpleegde literatuur: Ronald Hingley: `Pasternak. A Biography.' Londen 1983

Olga Ivinskaja: `Gevangene van de tijd. Mijn leven met Boris Pasternak'. Utrecht 1978

Willem G. Weststeijn: `Dokter Zjivago. De roman als lyriek. 'Amsterdam 1991

Eerdere afleveringen van de serie `Nobel-rel' zijn te lezen op www.nrc.nl

    • Kester Freriks