De krochten van Italië

Eind jaren zestig van de vorige eeuw zijn er in Italië gewelddadige confrontaties tussen communisten en fascisten. Links-terroristische groepen als de Rode Brigades gaan een gewapende guerrillastrijd aan tegen extreem-rechts. Motor achter deze groepen is Giangiacomo Feltrinelli, een puissant rijke uitgever en eigenaar van een boekwinkelketen. Hij vreest een staatsgreep door neofascisten en roept op tot een Italiaanse revolutie tegen extreem-rechts. Maar zover komt het niet. Op 15 maart 1972 vindt een boer het zwaarverminkte lichaam van Feltrinelli in een weiland. Sindsdien wordt er gespeculeerd over zijn dood: heeft hij zichzelf opgeblazen met een bom of is hij vermoord?

Deze nooit opgeloste zaak is een van de geheimen `waar Italië een onuitputtelijke verzameling van lijkt te hebben', schrijft Linda Otter in een van haar journalistieke reisverslagen, die nu gebundeld zijn onder de titel Italiaanse geheimen. Soms stuit ze bij toeval op zo'n geheim, andere keren gaat ze er doelbewust op af en verdiept zich dan bijvoorbeeld in de mummies in Palermo. Weinigen zijn op de hoogte van het feit dat de catacomben van het kapucijnenklooster aangeklede doden tentoonstellen die daar tot in de jaren twintig van de vorige eeuw werden bijgezet. Nog minder bekend bij het publiek is de antieke dodenstad onder het Vaticaan, waar Otter bij hoge uitzondering toegang toe krijgt. Beweerd wordt dat het graf van de heilige Petrus zich hier bevindt.

Linda Otter bezoekt steden en bergdorpen, tot in de uithoeken van Italië, en beschrijft historische en actuele gebeurtenissen. Italiaanse geheimen bevat de neerslag van vele ontmoetingen en die leveren levendige portretten op. Bijvoorbeeld van de zonderlinge gemeenschap in Ginostra, een gehucht op het vulkaaneiland Stromboli. De priester, de Duitse milieuactivisten, de bar- en winkeleigenaar: ze krijgen allemaal een gezicht dankzij de verhalen en roddels die Otter uit hun mond optekent. Het is een kostelijk stuk over een al jaren slepende ruzie die het dorp in tweeën scheurt. De ene helft is voor aanleg van moderne faciliteiten als stromend water en elektriciteit, de andere helft wil daar niets van weten.

Het openingsverhaal is een mooi portret van Padre Pio. De wondermonnik uit Pietrelcina, die in 2002 heilig werd verklaard, rook volgens mensen die hem gekend hebben zoals het een heilige betaamt: afhankelijk van zijn stemmingen hing er een geur van rozen of viooltjes om hem heen. Dat hij anders was dan gewone stervelingen bleek ook uit de stigmata die hij op een dag had gekregen: de vijf wondtekens van Jezus Christus. De pater stierf in 1968 maar is nog steeds zeer populair. Veel Italianen wenden zich in nood eerder tot hem dan tot de kerk. Het aantal actieve gelovigen is overigens `sterk afgenomen' stelt Otter. Maar vijftien procent bezoekt op zondag nog wel eens een mis.

Otter signaleert op meer terreinen veranderingen die het leven in Italië beïnvloeden, zoals de houding ten opzichte van Mussolini en zijn regime. Premier Berlusconi heeft de Duce openlijk gerehabiliteerd, schrijft Otter. Mussolini is de laatste jaren `zo niet een respectabel, dan toch een acceptabel figuur geworden.' Een dorp als Predappio, geboorteplaats van Mussolini, is uitgegroeid tot een neofascistisch bedevaartsoord dat jaarlijks meer dan honderdduizend bewonderaars trekt. De burgemeester schaamt zich voor het imago van zijn dorp maar is niet bij machte er iets aan te doen.

Een zelfde gevoel van machteloosheid kennen de nabestaanden van Dirk Hamer, de Duitse student die in 1978 werd doodgeschoten door wapenhandelaar prins Victor-Emanuel Savoye, zoon van de Italiaanse ex-koning Umberto II. In het verhaal `De comeback van een koninklijke familie' memoreert Otter de tragische affaire en alle ophef erover. De prins zou twintig jaar cel krijgen dacht men. Dankzij een sterk staaltje van klasse-justitie werd hij vrijgesproken.

Ook een bureaucratische rechtsgang en `een teveel aan zorgvuldigheid' leiden tot onrechtvaardige beslissingen. Een artikel over de maffia op Sicilië verheldert hoe advocaten processen eindeloos kunnen vertragen totdat ze verjaard zijn. Zodoende zijn ex-premier Andreotti en Silvio Berlusconi, beiden beschuldigd van contacten met de maffia, nooit veroordeeld.

Het is niet zelden een pijnlijke realiteit waar Linda Otter de aandacht op vestigt. Haar kleurrijke en informatieve reportages laten facetten van het land zien die Italianen voor de buitenwereld soms liever verborgen houdt.

Linda Otter: Italiaanse geheimen. Reisverhalen. Atlas. 367 blz. €19,90