Dân wvwecht mijn lând

In een serie over heruitgegeven klassieken deze week de teksten van Jacques Brel (Mijn vlakke land/ Le plat pays, vertaald door Ernst van Altena, Nijgh & Van Ditmar, 298 blz. euro 15,–).

`Wanneer de Noordzee koppig breekt aan hoge duinen/ En witte vlokken schuim uiteen slaan op de kruinen// Dan vecht mijn land, mijn vlakke land.' Mocht het Nederlandse volk ooit een nieuw volkslied kiezen, dan zou Mijn vlakke land van Jacques Brel (1929-1978) een goede kandidaat zijn. Goed, Brel was een Franstalige Belg, en het lied is een ode aan Vlaanderen, maar de briljante Nederlandse versie is wel geschreven door onze landgenoot Ernst van Altena.

De liedbundel Mijn vlakke land/ Le plat pays, met liederen van Jacques Brel en vertalingen daarvan, lijkt op het eerste gezicht op een paperbackversie van de bundel die eerder in de Pluche-reeks van uitgeverij Nijgh & van Ditmar verscheen. Die bevatte echter vertalingen van verschillende mensen, vooral Vlamingen. In deze nieuwe bundel vind je naast de originelen louter vertalingen van Ernst van Altena (1933-1999). Voor het eerst worden hier alle negenenzestig Brel-vertalingen van Van Altena samengebracht. Naast de vele Brel-monumenten die er al zijn, heeft bezorger Vic van de Reijt met dit boek een klein monumentje geplaatst voor een dwarse, bijzondere Brel-vertaler.

Veelschrijver Van Altena deed zeker niet alleen Brel, hij vertaalde nog zo'n 1.500 chansons van anderen en vele Franse toneelstukken en gedichten, onder meer van de middeleeuwse bard François Villon, waarvoor hem in 1965 de Martinus Nijhoff Prijs werd toegekend. Toch kennen de meeste mensen hem door Brel.

Als Brels hofvertaler was Van Altena een belangrijke schakel tussen Nederland en de wereldberoemde chansonnier. Brel nam verschillende van zijn vertalingen op (Mijn vlakke land, Laat me niet alleen, Marieke, Rosa, De burgerij, de nuttelozen van de nacht), en noemde ze beter dan zijn eigen Franse versies. Brel stamde af van verfranste Vlaamse fabrieksadel en sprak dus geen Nederlands, Van Altena hielp hem met zijn uitspraak en als dank gaf Brel hem het alleenrecht op Nederlandse vertalingen. Dit betekende niet dat andere Nederlanders geen vertalingen mochten maken, maar wél dat hun royalties automatisch aan Van Altena werden overgemaakt.

Van Altena had een goed gevoel voor de romantische lyriek van Brel, waarin wanhopige momenten van vervoering en zachte tederheid worden afgewisseld met mannenbravoure, drank, hoeren, sigaretten, woedende tirades tegen de lelijkheid en schijnheiligheid, en geestige, vuilgebekte beschrijvingen van het platte leven. In Wie volgt (Au suivant) bijvoorbeeld, waarin Brel beschrijft hoe hij als soldaat in de rij moest staan voor een prostituee, aangespoord door zijn sergeant: `ik zweer hier op de eikel van mijn eerste druiper/ dat ik die stem mijn leven lang ontmoet:/ Wie volgt! Wie volgt!/ De knoflookstank van die altijd dronken gluiper/ Dat is de stem der volkeren, van bodem en van bloed:/ Wie volgt! En wie volgt!'

Terecht stelt Van Altena muzikaliteit, metrum en klank boven inhoud: al zijn vertalingen kunnen moeiteloos worden gezongen, het zijn muzikaal golvende woordreeksen, gestut door flink wat toegevoegd binnenrijm en klankrijm. Soms gaat hij vrij ver. In zijn vertaling van La valse à mille temps volgt hij een geheel eigen rijmpad en komt de oorspronkelijke `duizendtoerenwals' niet één keer voor, en ook de oorspronkelijke opbouw, van een steeds sneller wentelde wals, heeft hij geofferd. Beroemd zijn Van Altena's neologismes: zonjapon, noorderkou, stookolievogels op de griend (vrije vertaling van `Et les oiseaux assassinés'), bijtvalse paarden en vallensbang. Dat laatste woord, uit De oudjes (Les vieux), inspireerde Gerard Cox ooit tot de parodie De zoutjes, waarin Van Altena's neiging tot maniërisme op de hak werd genomen.

Soms wordt hij verslagen door andere vertalers. Het Orly van Peer Wittenbols, zoals gezongen door Jeroen Willems, is raker dan dat van Van Altena, en Willem Wilmink maakte een veel natuurlijker lopende vertaling van Voir un ami pleurer, gezongen door Herman van Veen, die ook nog dichter bij het origineel ligt. Maar Van Altena laat de concurrentie alleen al ver achter zich door de enorme hoeveelheid Brel-liederen die hij vertaalde, en door de mooi afgeronde eenheid die de 69 vertalingen vormen. Het beste geslaagd zijn die vertalingen die Brel zelf heeft gezongen. Maar dat is natuurlijk omdat je dan zijn stem erbij hoort, zijn Franse accent en de wanhopige pogingen om het schurende Nederlands zo correct mogelijk uit zijn enorme mond te krijgen: `Dân wvwecht mijn lând, mijn wvlâkke lând.'

    • Wilfred Takken