Belastingdienst zonder leiding

,,Nederlanders zijn altijd historisch en instinctief geneigd geweest om sterk leiderschap te verfoeien en weerstand te bieden'', zo constateerde de scheidende Brits ambassadeur Colin Budd zaterdag in deze krant. Hij voegt daar overigens aan toe dat de samenleving in een tijd van problemen wel degelijk sterk leiderschap wil. Zijn waarnemingen laten zich prima illustreren aan de hand van de steeds dieper in de put rakende Belastingdienst.

Toen deze essentiële rijksdienst tweeëneenhalf jaar geleden ruim in zijn jasje zat wat personeel en middelen betreft, startte directeur-generaal Jenny Thunnissen een reorganisatie die op het lijf van een Nederlander geschreven lijkt. Weg met de leiders; de koers van de fiscus kwam in handen van collectieven, teams, die gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen. In managementjargon heet dat zelfsturend leiderschap. Ze was niet de eerste met dat idee; elders binnen en buiten de overheid liepen soortgelijke experimenten al op de klippen. De fiscus voedt de schatkist, maar staatssecretaris Joop Wijn (CDA, Financiën) heeft daar steeds minder geld en mensen voor beschikbaar. Vergaande automatisering moet het gat opvullen. De politiek hanteert die toverformule met gretigheid: elektronische aangiften, integratie van belasting- en sociale zekerheidsheffing, het uitbetalen van huursubsidie en andere toeslagen, vooringevulde aangiften: het moet allemaal maar kunnen en dan moet het ook nog eens allemaal tegelijk.

Door de algemene bezuinigingrondes bij de overheid moest de Belastingdienst bovendien kantoren sluiten, ambtenaren intern ander werk geven en de meest ervaren krachten vervroegd met pensioen sturen. Al met al is dit voor de fiscus ,,een tijd van problemen'', om met Colin Budd te spreken. Dan bestaat er, zo constateert de ambassadeur, een behoefte aan sterk leiderschap, niet aan zelfsturende teams.

Eerder verwoordden de hoofdambtenaren van de Belastingdienst die behoefte bij monde van inspecteur Jo Engelen, voorzitter van hun vakbond/belangenvereniging VHMF. De vereniging is ongelukkig met de steeds dieper wordende kloof tussen de hogere ambtenaren die zij vertegenwoordigt en het bestuur van de Belastingdienst, bestaande uit directeur-generaal Jenny Thunnissen en haar zelfsturende team. Dit voorjaar besprak de Tweede Kamer de verontrustende situatie met Joop Wijn. Die maakte duidelijk dat hij de regie in handen nam en een verzoeningsetentje met Jo Engelen zou hebben. Aanstaande donderdag krijgt de Kamer verslag van die bijeenkomst.

Het werd geen rustig intiem dineetje. In het prestigieuze Haagse etablissement Julien had de staatssecretaris zich met zijn hoogste ambtenaren omringd, en ook de VHMF had een flink deel van het bestuur afgevaardigd. Bovendien waren de openingszetten van Wijn bepaald niet verzoenend, zoals blijkt uit het verslag dat de VHMF daarover aan haar leden deed: ,,De staatssecretaris opende zeer fel, alsof hij zich vanaf 22 april 2005 (de eerste publicatie in NRC) had opgewonden over de VHMF in het algemeen en over Jo Engelen in het bijzonder, zonder dat hij in de tussenliggende periode stoom had afgeblazen''. Uit die weergave van het gesprek blijkt dat Jo Engelen in persoon de volle laag kreeg van de staatssecretaris, die vindt dat de ambtenaren geen recht van spreken hebben. De bewindsman eiste dat Engelen zowel aan hem als aan Jenny Thunnissen excuses zou aanbieden voor het verenigingsoptreden.

Wat Engelen betreft bestaat die kloof wel degelijk en spelen de problemen met de managementfilosofie van de dienstleiding zelfs door de hele dienst. Bovendien is het VHMF-bestuur nog steeds boos over de in zijn ogen verkeerde manier waarop de staatssecretaris de Tweede Kamer dit voorjaar had geïnformeerd. Maar de staatssecretaris zag geen reden excuses aan te bieden.

In deze door de inspecteurs ,,als buitengemeen onprettig ervaren sfeer'' stonden de hoofdambtenaren tegenover de hoogste politieke en ambtelijk leiding van hun dienst. Pas bij het toetje ontspande de sfeer. Toen hadden de ambtenaren duidelijk gemaakt niets tegen Jenny Thunnissen persoonlijk te hebben. Die heeft van haar kant niets tegen het zittende personeel, maar ze meldt volgens het gespreksverslag wel dat ,,de nu ingevoerde besturingsfilosofie van de dienst – collegiaal management in combinatie met zelfsturing – is ontworpen voor de nieuwe, anders opgevoede en geschoolde medewerker''. Zij is zonder meer toekomstgericht, maar er werken nu 30.000 `oude' medewerkers bij de Belastingdienst en die voelen zich kennelijk in de steek gelaten. De directeur-generaal ,,realiseert zich dat het huidige personeelsbestand daar moeite mee heeft, `maar dat moet dan maar''', zo tekenden de hoofdambtenaren uit de mond van hun hoogste chef op.

De Belastingdienst is de slagader van de schatkist, geen proeftuin voor managementtheorieën. De ooit veel geprezen dienst is na jaren experimenteren een organisatie in moeilijkheden, die geheel in overeenstemming met de visie van ambassadeur Budd simpelweg leiderschap verlangt. De belastingambtenaren willen met het kapmes door de wildgroei aan managers die besturen zonder zelf fiscaal inzicht te hebben. Gewoon één baas op elk kantoor die daar de scepter zwaait. Alsmaar vergaderen zijn ze beu, evenals de overmaat aan regeltjes. Ze wensen een belastingdienst op ,,menselijke maat'' met meer waardering voor de ambtenaren die de aanslagen opleggen en die het contact met burgers en bedrijven onderhouden.

Joop Wijn heeft bij zijn directeur-generaal nagevraagd of zo'n model haalbaar en werkbaar is. Dat is inderdaad het geval, al ziet de dienstleiding haar eigen model wel als het concept van de toekomst. Wijn moet kiezen tussen beide benaderingen en komende donderdag zijn koers in de Tweede Kamer verdedigen. Ook de parlementariërs moeten een lijn uitzetten. In het gespreksverslag zegt Thunnissen over de kritiek van het VHMF: ,,Jullie analyse is haarscherp en juist''. Met die wetenschap wordt het tijd dat de Kamerleden zelf eens met de hoge belastingambtenaren gaan praten.