Aparte aanpak smokkel bepleit

Criminele netwerken die zich bezighouden met mensensmokkel zijn moeilijk te bestrijden doordat zij sterk zijn ingebed in etnische gemeenschappen. De regionale politiekorpsen moeten, zoals vroeger, aparte teams oprichten die zich concentreren op de betrokken gemeenschappen in bepaalde wijken.

Veel mensensmokkelaars die in Nederland opereren zijn afkomstig China, Turkije en Somalië. Vooral Rotterdam speelt een belangrijke rol bij mensensmokkelaars die illegalen via Franse en Belgische havens naar het Verenigd Koninkrijk vervoeren.

Dat concluderen wetenschappers van de vakgroepen Criminologie en Sociologie van de Erasmus Universiteit in een onderzoek dat vandaag wordt gepubliceerd. Het werd uitgevoerd naar aanleiding van het Dover-drama. In 2000 stikten 58 Chinese illegalen in een container toen zij met een veerboot naar Dover werden gesmokkeld.

Voor de analyse, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken, werd gezocht naar de achtergronden van de criminele netwerken achter elf mensensmokkelzaken. Daarbij maakten de wetenschappers gebruik van opsporingsonderzoeken van de Rotterdamse politie. Opvallend uit het onderzoek is dat bijna de helft van de ruim zeshonderd gesmokkelde personen die in de politiedossiers voorkwamen, van Chinese afkomst is, een kwart is Somalisch.

Voor de bestrijding van mensensmokkel is volgens de onderzoekers systematisch inzicht nodig in de etnische gemeenschappen die in Nederland verblijven, en in de mogelijkheden tot illegale tewerkstelling en huisvesting. Tot enkele jaren geleden hadden politiekorpsen in de steden speciale teams die gespecialiseerd waren in bepaalde bevolkingsgroepen, zoals Chinezen en Turken.

De onderzoekers concluderen dat de risico's voor mensensmokkelaars niet alleen beperkt zijn doordat de politie weinig kennis heeft van de gesloten etnische bolwerken, ook blijkt het lastig internationaal samen te werken tegen smokkelaars. De Nederlandse opsporingsautoriteiten zijn uitsluitend gericht op de verdachten van smokkelorganisaties die in Nederland opereren, terwijl mensensmokkelaars in veel meer landen opereren.

Opvallend is dat de controle op mensensmokkel geregeld wordt gefrustreerd door economische belangen. Zo blijkt dat de containerscan, die verstekelingen kan opsporen, in de Rotterdamse haven niet altijd op volle kracht mag worden ingezet omdat het containerverkeer te zeer wordt vertraagd.